Nieuwste onderwerp

Test (2)

Als het potje vol zit, is je blaas nog lang niet leeg. Je draait de dop stevig vast en plast verder in de toiletpot. Dit is zo erg nog niet. Je haalt de wattenstaaf uit de verpakking, brengt hem naar binnen en draait hem rond langs je darmwand. Als je hem eruit haalt, zie je dat er een kleine lichtbruine veeg op zit. Je stopt hem in het buisje.

Je schaamt je niet. Het is gewoon zo gelopen.

Je sprak met hem af op het station, waar hij je ophaalde met de auto. Hij reed roekeloos, maar dat leek misschien maar zo doordat je niet nuchter was. Of was hij dat ook niet? Op het industrieterrein parkeerde hij tussen twee bestelbusjes in, zodat jullie ongezien voor de beveiligingscamera’s je gang konden gaan. Toen het tijd werd voor een condoom, zei hij: ‘Vergeten.’ Jij zei: ‘Nee.’ Hij drong aan. Jij gaf toe. Hij drong binnen.

Het voelde goed. Toch?

Toen je op het station de autodeur achter je dichtklapte, scheurde hij meteen weg. Zijn naam wist je niet.

Je staat bij het loket te wachten. Het potje voelt warm in je hand. Je hebt medelijden met de persoon die het van je moet aannemen, allemaal vanwege jouw genot. Jij bent aan de beurt. Het meisje achter de balie bedankt je voor je afvalstoffen en kijkt met medelijden terug naar jou. Zonder nog iets te zeggen loop je weg.

Met een nummertje in je hand geklemd zit je in de wachtkamer. Je bent omringd door mensen die bloed laten prikken vanwege bloedarmoede, suikerziekte of iets anders wat minder ernstig is dan jouw situatie. Want jij hebt misschien wel hiv. Het kan makkelijk. Had je dat nog niet eerder beseft? De kans is niet groot, dat weet je ook wel, maar er is geen reden waarom de naamloze jongen niet zo’n engerd is die mensen opzettelijk besmet. Oh god. Je wilt niet nadenken over de gevolgen. Je hebt meer dan genoeg gelezen over de aidsepidemie in de jaren 80. En dan nog zit je hier.

Je vader zei nog: ‘Het boeit me niet dat je op jongens valt, zolang je het maar veilig doet.’

Je nummertje staat op het scherm.

‘Zo, dan mag je een vuist maken. Hier komt-ie. Even geduld, hoor, het buisje moet even vollopen… bijna… ja hoor, dat is hem. Dan mag je dit stevig aandrukken.’

Je legt je vingers op het stukje stof aan de binnenkant van je elleboog, maar je laat direct weer los en het dwarrelt op de grond. In het midden zit een rood puntje.

‘Geen probleem, kan gebeuren,’ zegt de vrouw met de naald nog in haar hand. ‘Ik pak wel even een nieuwe voor u.’

Als ze zich omdraait, sta je op en loop je snel het hokje uit. Ze roept je na. Je keert niet om. Je moet weg hier en je wilt hier nooit meer terugkomen. Je hebt je lesje geleerd, of de uitslag nu positief is of niet. Nooit meer onveilig, noch onder invloed, noch onder dwang. Je wankelt. Een frisse neus halen, dat moet helpen. Je bent bijna buiten. Ga je je aan je voornemen houden? Hoeveel mensen met een kater zeggen niet nooit meer te zullen drinken, om zich ze dag erna weer klem te zuipen?

Je loopt door de draaideur, sluit je je ogen en neem je een diepe teug adem. Als je je ogen opent, komt de grond hard dichterbij. Verse stipjes bloed sieren de grijze tegels, die snel zwart worden.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

J.D. Salinger, Richard Siken, Maartje Smits, Virginia Woolf

Wat luister ik?

Janelle Monáe, Lorde, Oh Wonder, Stromae, Years & Years

Quote

'I dream in my dream all the dreams of the other dreamers, And I become the other dreamers." - Walt Whitman