Nieuwste onderwerp

Angelika (2)

Midden in de winter kwam Angelika aan, met alleen een eenzame koffer en een neus vol droge velletjes van de kou. De priester, die zich voorstelde als Kaminski maar eiste dat ze hem ‘Vader’ zou noemen, was meer rat dan man, met donkere kraaloogjes en dikke, onverzorgde handen. Hij wachtte haar op bij de bushalte en liep voor haar uit naar zijn huis, vlak naast de kerk. Het was een smalle, oude woning met een steile trap. Hij droeg haar koffer niet naar boven. In Angelika’s  kamer stond een eenpersoonsbed met gebloemd beddengoed, een klein bureau met daarop een lamp en een bijbel, en in de hoek een kledingkast. De ijzeren kledinghangers begonnen te zwaaien toen ze de deur opentrok en tikten rinkelend tegen elkaar aan. Ze had niet veel kleren om op te hangen, dus bleven de meeste hangers leeg als geraamtes. Op het nachtkastje zette ze een foto van haar ouders, toen haar vader nog leefde, zelfs voordat haar moeder zwanger was. Ze lachten dolgelukkig naar elkaar.

De maaltijden bracht Angelika grotendeels in stilte door. Vader Kaminski praatte graag. Zijn favoriete onderwerp was alles waar zij niks van af wist, zodat hij met zijn tong kon klakken en met gefronste wenkbrauwen verkondigen dat ze toch een simpel plattelandskind was. Dat hij in een dorpje werkte waar minder dan vijfduizend mensen woonden, zei Angelika maar niet.

Elke dag, na de ochtendmis, ging ze naar de kerk om schoon te maken. De kerkgangers brachten sporen smeltend sneeuw mee onder hun schoenen, die samenklonterden in grijze ijsbrokken. Dat moest ze als eerste dweilen. Daarna stofte ze de kerkbanken af, en soms moest ze het hout insmeren met was. Eén keer per week klom ze op een ladder en boende ze alle ramen. Door het kleurrijke glas-in-lood leek het dorp met haar lege straten minder kil, de mensen minder nors. Het liefst bleef ze daar zo lang mogelijk, hoog boven de grond, van de buitenwereld afgeschermd door glazen fragmenten van rood en blauw.

De dorpsbewoners praatten niet tegen haar, maar wierpen haar schuine blikken toe. Als ze terugkeek, draaiden ze gauw hun hoofd de andere kant op. Vader Kaminski verzekerde haar ervan dat ze gewoon jaloers waren dat ze het huis van God in perfecte staat mocht houden. Zij had hier haar twijfels over. Na de middagmaaltijd, die ze soms samen nuttigden en soms zij alleen, begon Angelika aan het schoonmaken van zijn huis. Dat was intensief werk, want zo respectvol als hij was in de kerk, zo’n sloddervos was hij thuis. Na een paar weken werden boodschappen doen en avondeten klaarmaken aan haar takenlijstje toegevoegd. Want, zo vond de Vader, het was toch geen gezicht als een man dat deed, ook al was de vrouw in huis niet zijn echtgenote.

Angelika’s moeder belde elke woensdag. Dan vroeg ze of Angelika zich warm aankleedde en of ze goed had gegeten. Slechts één keer vroeg ze of de priester vriendelijk tegen haar was. Angelika twijfelde. Vriendelijk wilde ze het eigenlijk niet noemen, maar onvriendelijk was hij ook niet echt, dus zei ze maar dat het een nette man was. Haar moeder zuchtte opgelucht en zei er daarna nooit meer iets over.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Michael Cunningham; Ludmilla Petrushesvkaya

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood