Nieuwste onderwerp

Keycord (2/2)

We zitten met een delegatie van vijf om het ziekenhuisbed van Ronnie. Veronique, omdat haar vader in de medezeggenschapsraad zit. Nina, omdat haar moeder dat een goed idee vond. Hassan, omdat Meneer Visser vond dat er ook een jongen mee moest. En Zoë, omdat haar vader en de vader van Veronique samen dingen met goede doelen doen en ze tijdens tennis hadden geconcludeerd dat het een goed idee was dat hun dochters namens de klas langs zouden gaan.

We hebben een dvd voor hem gekocht. Een flauwe comedy, Hassan heeft hem uitgezocht maar zelf ook nog nooit gezien. Een grote zak snoep. Een kaart met een generieke afbeelding van blije beren en binnenin al onze namen. Niemand heeft er een persoonlijke boodschap op gezet. Ik vraag me af of hij überhaupt nog weet welke mensen er bij al die namen horen.

Ronnie kijkt heen en weer over het plafond. Alsof daar ergens de uitgang verstopt is. Wij kijken naar hem. Aangesloten op allerlei slangetjes en apparaten. Een groot verband om zijn hoofd. Hij lijkt nog smaller en breekbaarder dan normaal, zonder zijn vaste outfit van te grote kleren.

Ronnie’s moeder komt binnenlopen met een boodschappentas. Ze glimlacht naar ons.
‘Wil er iemand cola?’ vraagt ze.
We knikken allemaal, ook al weet ik dat Nina geen frisdrank mag en dat Veronique en Zoë een streng, suikervrij dieet hebben van hun hockeycoach.
De vrouw buigt zich over de boodschappentas en haalt er bekertjes en flessen cola uit tevoorschijn. Een zak chips. Een zak borrelnootjes. Apenkoppen. Het dringt tot me door dat Ronnie waarschijnlijk nog nooit een verjaardagsfeest heeft gegeven. Dat zijn moeder dit ondanks de omstandigheden daardoor een heel bijzonder moment vindt. Dat ze hier misschien nog wel foto’s van gaat maken. Dat ze een selectie afdrukken in witte envelopjes gaat stoppen, onze namen op de voorkant gaat schrijven en die bij ons thuis gaat komen afgeven, binnenkort, om nog even na te praten over de fijne dag. Om ons uit te nodigen om snel nog eens te komen.

Daar zitten we dan, met in onze linkerhand een beker en onze rechterhand in de bakjes chips en nootjes, om maar niet te hoeven praten.
Ronnie’s moeder aait haar zoon over zijn voorhoofd. Hij kijkt haar niet aan, blijft zoeken met zijn ogen over het systeemplafond.
‘De dokter zegt dat het goed is om met hem te praten over dingen die je samen hebt meegemaakt. Dat dat helpt om de herinneringen weer terug te brengen.’ Ze glimlacht naar ons.

We hebben nog nooit een gesprek met uw zoon gehad, wil ik zeggen, ook al zitten we al een jaar lang iedere dag op dezelfde paar vierkante meter. We zijn hier omdat het moest, wil ik zeggen, omdat het sociaal wenselijk is, omdat hulpeloze mensen een aantrekkingskracht uitoefenen op mensen met een slecht geweten en foute investeringen, zoals de vaders van Veronique en Zoë. We zijn hier omdat we ons opeens beseffen dat we misschien wel nooit meer sorry kunnen zeggen.

Maar ik ben twaalf en dit is de periode dat ik vrienden voor het leven moet gaan maken. Dus ik knik en ik houd mijn bek dicht.

‘Goed,’ zegt Ronnies moeder, ‘ik zal jullie maar alleen laten dan. Als moeder moet je niet alles willen weten he?’ ze knipoogt naar Veronique, die rood aanloopt.

Ik ben nog nooit met zes mensen bij elkaar zo stil geweest.

Ik vraag me af of het mogelijk is om iemand met geheugenverlies opnieuw te installeren. Of we hem nu verhalen kunnen vertellen over leuke dingen die we in het echt nooit met hem hebben gedaan. Of hij zal gaan denken dat hij me echt een keer geholpen heeft om van de duikplank te springen omdat ik het niet alleen durfde. Of dat hij een duif bevrijdde uit het wiskunde lokaal. Of dat we onder zijn aanvoering met de hele klas twintig appeltaarten bakten in één middag voor een goed doel. Misschien dat hij het gaat geloven als we het maar levendig genoeg voor zijn zoekende ogen projecteren.

Misschien wordt dan vandaag de dag dat Ronnie denkt dat hij zijn vrienden voor het leven ontmoet.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)