Nieuwste onderwerp

Taxichauffeur (3)

Coco heette eigenlijk Corrie. Ze was vernoemd naar haar oma. Coco was haar artiestennaam geworden omdat een agent haar ooit had gezegd dat Corrie ‘seksloos’ was en ze zo klonk als een boerentrien. Dat biechtte ze aan Rashid op toen ze al anderhalf uur hadden zitten praten.

In het begin was het gesprek stroef verlopen. Ze had het vooral over zichzelf gehad, de obstakels in haar carrière en haar huwelijk, en Rashid wist niet hoe hij moest reageren. Ze klaagde over zaken die hij nooit problemen zou durven noemen. Ze was verwend en verwaand, vrij oppervlakkig en niet heel slim, maar toch had ze iets waardoor hij bleef zitten. Misschien was het de manier waarop ze praatte, onophoudelijk en met haar bovenlichaam naar voren gebogen, alsof het voor het eerst in lange tijd was dat er iemand naar haar luisterde. Rashid kon zich niet voorstellen dat hij interessant gezelschap was voor haar. Toch knikte ze driftig als hij iets zei en maakte ze geen aanstalten om weer weg te gaan. Integendeel, ze bestelde nog een derde drankje.

‘Wil jij echt niks meer? Nog een espresso? Of misschien iets sterkers?’

‘Dank u wel, madame, maar ik drink niet.’

‘Drink je niet? Dat óók nog?’

Ze vond hem fascinerend, zei ze. Eigenlijk vond ze hem fascinérend. Ze wilde dat hij haar vertelde over zijn jeugd in Afghanistan, ook al waarschuwde Rashid haar dat het geen vrolijk verhaal was.

‘Vertel toch maar,’ zei ze. ‘Ik ben nieuwsgierig.’ Ze zag eruit alsof ze het meende.

Rashid zei dat zijn vader een luxe stoffenwinkel had in Kabul,- maar dat vond ze niet genoeg. Ze wilde weten hoe het in de winkel rook – muf – hoe de stoffen voelden tussen je vingers – zacht en soepel – hoe zijn vader was – hard maar eerlijk. Ze vroeg naar zijn moeder en sloeg haar hand voor haar mond toen Rashid zei dat ze was overleden toen hij zes was. Ze was zwanger geweest van een tweeling maar er waren complicaties opgetreden tijdens de bevalling en zo bleef Rashid enig kind.

‘Maar we hadden het goed, ik en mijn vader,’ zei Rashid, toen er tranen in Coco’s ogen verschenen. ‘Het was soms zwaar maar we hadden het goed.’

Tenminste, totdat zijn vader begin jaren tachtig in de gevangenis werd gegooid. Het was zijn eigen fout geweest, hij had openlijk kritiek uitgelaten tegenover het communistische regime.

‘Maar dat is toch dapper?’

‘Nee, madame,’ zei Rashid. ‘Dat is dom.’

Rashid was bang geweest dat ze hem ook zouden oppakken, of dat er bommen zouden vallen terwijl hij sliep en dat hij nooit meer wakker zou worden. Een oude klasgenoot kende iemand die zijn vlucht naar Iran kon organiseren. Daar leerde hij jonge mannen kennen die naar het westen wilden. Sommigen  belandden in Duitsland, slechts een enkeling in Amerika, velen redden de grens niet eens. Rashid had geluk gehad: Hij had een laatste rol satijn kunnen ruilen voor een buskaart naar Brussel. Eenmaal in de bus viel hij in slaap, miste zijn halte, en zo kwam hij in Amsterdam. Hij had zijn school nooit afgemaakt, ervan uitgaand dat hij het werk in de stoffenwinkel zou overnemen. De enige ervaring die hij had was rondrijden in hun bestelbus. Gelukkig had Amsterdam altijd taxichauffeurs nodig, grapte Rashid. Hij kreeg een klein, kaal flatje toegewezen aan de rand van de stad en begon daar aan zijn nieuwe bestaan. Toen hij al een paar in Nederland was, kwam het bericht dat zijn vader was overleden, net als zijn oude klasgenoot en een miljoen andere Afghanen.

‘Wauw.’ Coco depte met een servetje onder haar ogen. Haar kapsel was uitgezakt, er hingen losse plukken haar langs haar gezicht. ‘Wát een verhaal. Ze zouden er een film van moeten maken.’

Rashid schudde glimlachend zijn hoofd. ‘Geen film. Gewoon mijn leven.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Michael Cunningham; Ludmilla Petrushesvkaya

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood