Nieuwste onderwerp

Leegte

Het alsmaar weer beginnen met een leeg blad.
Die vage angst, dat ongemak dat je nog niks hebt en denkt dat het vandaag ook niks gaat zijn.

Precies dat voel ik nu in de bus. Geen idee wat er de komende dagen gaat gebeuren.
Bij de bushalte moet ik nog twintig minuten lopen. Het wordt al donker, ik loop verkeerd. Een stuk gaat over een schemerig, verlaten industrieterrein. Het pad is er ééntje die je kent van tv: precies dat pad waarvan Peter R. de Vries zou zeggen: ‘Niet in het donker, zeker niet in je eentje, en zéker niet met een kort rokje.’
Het pad gaat over in een nog donkerder bos. Ik bel mijn moeder, mijn vader, Mette, niemand neemt op, dat nerveuze gevoel in m’n buik slaat z’n klauwtjes uit en kruipt omhoog, m’n borst in.
Papa belt terug.
‘Blijf maar even aan de telefoon voor het geval ik doodga,’ zeg ik, en dat blijft hij, een dik kwartier, en we bespreken elk bestelbusje dat langs me rijdt, hij broodnuchter, zoals altijd.
‘Oh, ik ben er, denk ik. Tenminste. Dit lijkt op een klooster. Of een tropisch zwembad, één van de twee. Ik ga even kijken.’
‘En dan app je als je binnen bent, oké?’ klinkt er dan, iets zachter.

Het is een klooster. Ik bel aan, krijg sleutels, een eigen kamer. ‘En als zo de bel klinkt gaan we eten, dan wordt je beneden verwacht.’
Het kamertje heeft een klein bed en is wit en leeg. Ik leg m’n boeken naast het bed, kijk om me heen. Vanaf hier is alleen de bel is zeker.

Er is een lange tafel met schalen vol bizar lekker eten. We mogen van alles pakken. ‘We’ zijn twintig vreemde mensen en ik. Er wordt voorzichtig gepraat, de gesprekken drijven nog aan de oppervlakte. Daarna drinken we koffie, zitten we in een kring, delen dingen, wat we doen, wat ons drijft. De avond eindigt in mijn eigen kamer, voor de spiegel, in mijn nakie, dit is het, hier moet je het maar mee doen.

De volgende dag ontvouwen we onszelf meer en meer. Er is een meisje wat houdt van theater, twee die hetzelfde studeren als jij. Er is een jongen die schrijver blijkt, in dezelfde stad woont als ik, dezelfde muziek luistert als ik, tot hetzelfde lijkt te bidden als ik. Met elk ontvouwde overeenkomst moeten we iets breder lachen. Die avond eindigt met z’n tweeën op de bank, als het klooster al slaapt. We lopen zacht naar boven. ‘Slaap lekker,’ zegt hij, ‘slaap lekker,’ zeg ik, en we gaan elk ons eigen deur in. Ik kruip in bed. Het ding met de klauwtjes is nergens te bekennen.

De laatste dag zitten we in een kapel. Iedereen mag zelf iets inbrengen. Een man zingt een hindoestaans gebed, een monnik leest uit de Bijbel. We luisteren naar muziek, naar Sufjan Stevens, Arvo Pärt. De schrijver leest een eigen gedicht. De bosrand, het grasveld, de kippen, het flappen van een zeil / Zwijgt en bidt met mij / Dat leegte van onrust ontdaan slechts van mogelijkheden fluistert.

Bij het afscheid knuffelen we de mensen die na tweeënhalve dag vrienden blijken. ‘Dag schat,’ zegt een vrouw, ‘dat jij zo jong hier al bent is heel goed,’ zegt een man. We wensen elkaar succes met alles en alles. Als ik thuis ben koop ik de mooiste bloemen die ik kan vinden. Er is verder niks, deze zondag. En als er niks is…

Ik stuur de schrijver een muziektip. Wat mooi, zegt hij, ga je vrijdag met me mee hier naartoe?

Ik fiets door de regen naar huis en moet hardop lachen. Als er niks is moet je extra stil zijn. Dan hoor je de mogelijkheden fluisteren.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Roald Dahl, Etgar Keret

Wat luister ik?

Elbow, Duke Ellington, Charles Bradley

Wat kijk ik?

Her, Eternal Sunshine of the Spotless Mind, Fantastic Mr Fox, Baby Driver, La Vita È Bella

Wat schreef ik?

Skydancer (roman, 2018)

Quote

"You're lucky if you get time to sneeze in this goddam phenomenal world." -J.D. Salinger, Franny and Zooey