Nieuwste onderwerp

Reünie (4)

Ik lag al uren in het donker voor me uit te staren toen er geritsel klonk van het bed boven het mijne. Het matras kraakte terwijl John zijn gewicht verschoof en plotseling klonk zijn stem van veel dichterbij.

‘Slaap je al?’

Ik probeerde mijn ademhaling rustig te houden. Zeker drie kwartier had ik nog aan het maïsveld gezeten om te kalmeren en toen ik terugkwam, was John al naar bed gegaan. Eigenlijk was dat een opluchting. Ik wist dat ik te ver was gegaan, dat ik hem een excuus verschuldigd was. Maar ook mijn trots was gekrenkt en mijn woede nog niet voldoende gesleten.

Een korte zucht, meer gestommel, een doffe dreun toen John zijn voeten op de grond zette. Het scherpe geluid van een rits waaraan werd getrokken. Hij zocht iets in zijn weekendtas, waarschijnlijk sigaretten. Toen, zo dichtbij me dat zijn adem heet voelde op mijn nek: ‘Ik wilde alleen zeggen dat het me spijt.’

John liep de slaapzaal uit en trok de deur zachtjes achter zich dicht. In de stilte hoorde ik de echo’s van onze ruzie. Mij spijt het ook, dacht ik, dat is helemaal niet hoe ik over je denk. Ik wilde het kunnen zeggen maar het was niet waar. Zo dacht ik wel over hem. Hoe kon ik hem ooit duidelijk maken dat ik hem lui vond en egoïstisch en dat zijn gedrag me frustreerde, dat ik wilde dat hij zijn best deed om werk te vinden en eindelijk eens van de bank af te komen, maar dat ondanks alles, boven alles, hij mijn broer was.

Ik overwoog hem te volgen. Hem te vinden, rokend tegen de schuur geleund. We zouden naar binnen gaan, gaan liggen in het hooi, met boven ons niks dan het hoge plafond en de houten steunbalken waar vleermuizen aan hingen en dan waren we gewoon weer kleine jongens. In het donker konden we doen alsof er nooit iets was veranderd.

Maar alles was veranderd.

 

Ik werd als laatste wakker. In de slaapzaal was iedereen spullen bij elkaar aan het rapen, tassen aan het pakken, half naakt aan het zoeken naar kledingstukken. Op de parkeerplaats werden de eerste achterbakken al dichtgeslagen door familieleden die ver naar huis moesten rijden.

‘John?’

Het bed boven me was leeg. Zijn weekendtas lag er nog net zo bij als twee dagen geleden. Hij was vast nog aan het ontbijten. Ik kleedde me aan en liep naar de ontbijtzaal, maar die was grotendeels leeg. Alleen een paar neefjes met chocoladepasta in hun mondhoeken renden nog tussen de tafels door. Buiten kwam ik Wendy tegen en ik vroeg haar of ze John had gezien.

‘Nee, nu je het zegt, ik heb hem niet gezien sinds gisteravond. Maar hij hangt hier vast ergens rond. Hij zal zo wel weer opduiken.’

Dus at ik een taai geworden croissantje en begon ik mijn tas in te pakken. Met elk kwartier dat de uitcheck-tijd dichterbij kwam, werd mijn gevoel van onrust groter. Ik ging naar het maïsveld maar ook daar was hij niet te vinden. Nog een keer vroeg ik het Wendy en zij verzekerde me, licht geïrriteerd, dat ze nog een laatste check over het terrein zou doen voor iedereen wegging. Uiteindelijk begon ik ook Johns tas in te pakken. Misschien had hij ’s nachts in een opwelling een taxi genomen en was hij hem gesmeerd zonder iedereen gedag te hoeven zeggen, bedacht ik, maar die optie verviel toen zijn portemonnee nog in zijn spijkerbroek zat. Misschien had hij bier gehaald en was hij gaan wandelen en lag hij ergens in een weiland een dronken roes uit te slapen. Hier probeerde ik mezelf van te overtuigen terwijl ik zijn weekendtas controleerde. Buiten riep Wendy dat iedereen moest verzamelen op het erf, het was tijd om te gaan. Ik ritste Johns tas dicht en besefte dat ik al zijn spullen had kunnen vinden, behalve de kleren waar hij in sliep en zijn riem.

Een harde kreet schelde over het terrein toen Wendy de deur naar de hooischuur opende.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Michael Cunningham; Ludmilla Petrushesvkaya

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood