Nieuwste onderwerp

Reünie (3)

Zaterdagavond werd we barbecue weer aangestoken. Omdat het zo gezellig is, zei iedereen, maar in werkelijkheid was er gewoon nog veel vlees over dat op moest. Al na twee verkoolde kipspiesjes begon mijn maag pijn te doen. De gezichten aan tafel stemden me nog treuriger dan de avond daarvoor, hun hangende, doorleefde gelaatsuitdrukkingen in scherp contrast met de ondergaande zon die alles roze kleurde. Ik mompelde iets over het toilet en schoof mijn stoel naar achter.

Uit de voorraadkast griste ik een sixpack lauwe biertjes en ik klom over het hek dat het de boerderij scheidde van de akkers daarachter. Al snel was ik zo ver van de boerderij af dat niemand me zou herkennen als ze me zagen lopen. Alleen de flarden van gesprekken achtervolgden me nog een tijdje, tot ook die verdwenen.

Ik installeerde mezelf aan de rand van een maïsveld. Hoe ver ik ook van de boerderij af struinde, telkens belandde ik weer in een decor van mijn jeugd. Ook dit veld was een plek waar we vaak heen verdwenen om te spelen, als de planten hoog waren en wij ons er met gemak in konden verstoppen. Ooit had de zee van groen ons volledig opgeslokt, nu zou ik er bovenuit kunnen kijken zonder op mijn tenen te staan.

‘Jij ook hier.’

John kwam aanlopen, zelf ook met een sixpack in zijn hand en ging naast me zitten. Ik schrok meer van zijn stem dan van zijn aanwezigheid. Hij had amper iets gezegd sinds de kanotocht.

‘Hoe wist je dat ik hier was?’

‘Wist ik niet. Ik wilde even alleen zijn, maar jij was me voor.’

‘Wil je dat ik wegga?’

‘Nee,’ zei John. ‘Blijf. Alsjeblieft.’

Zo zaten we drinkend zij aan zij. Over het veld hing de geur van afkoelende aarde en de wat zurige lucht van verse mest, geuren die kleefden aan mijn gelukkigste herinneringen. Ergens ver achter in mijn borst zat dat gevoel nog, exact zoals het toen was geweest, maar steeds als ik dacht mijn vingers erom te kunnen sluiten was het weer weg.

‘Wat een kloteweekend.’ Ik had het hard gezegd, bijna geroepen, maar John nam rustig nog een slok.

‘Het is godverdomme teleurstelling na teleurstelling. Wat is er gebeurd? Het was zo fantastisch vroeger, we hadden het zo leuk, met z’n tweeën, met z’n allen. En nu is iedereen aan die tafel oud en saai en ellendig. Wat is er gebeurd?’

‘Die ellende was er altijd al. Jij lette er gewoon niet op.’ John schudde zijn hoofd en balanceerde zijn blikje op zijn knie. Hij keek me recht in mijn ogen aan met een blik die ik niet kende. ‘Heb je mama niet gezien de laatste keer? Vel over been, bleek als een lijk en toen was ze nog niet eens dood. Ze zat vol met pillen die haar toch niet hielpen en ze lag bijna het hele weekend op bed. Maar dat is jou niet opgevallen, of wel soms?’

‘Jawel,’ loog ik.

‘En de reünie daarvoor, toen Wendy tijdens elke maaltijd het eten over haar bord heen en weer schoof zonder een hap te nemen? Haar bovenarmen zo smal als mijn pols, heb je dat gezien? Of het weekend toen pa nog mee was en hij steeds wegglipte tussen potjes voetbal door om stiekem met z’n vriendin te bellen? Heb jij dat gemerkt? Nee! Natuurlijk niet!’

Met een boog gooide hij het bierblikje het maïsveld in. Hij ademde ruig en rochelend, alsof hij elk moment kon neervallen.

‘Maar ik wel! Ik heb elk greintje ellende in deze hele kutfamilie gevoeld terwijl jij geen idee had. Jij was te druk met wedstrijdjes winnen en rotzooien met je vriendinnetjes en indruk maken op iedereen met je cijferlijsten. Zolang jij maar lol kon trappen interesseerde de rest je geen bal.’

‘Lol trappen? Denk je dat het lollig is wat ik doe?’ We waren allebei opgestaan en nu tuimelden onze verwijten over de vlakke akkers. ‘Cum laude afstuderen van de universiteit is lol? Mijn baan en al die mensen voor wie ik verantwoordelijk ben, noem je dát lol?’

John lachte kort. ‘Sorry hoor, meneer Manager. Ik was even vergeten hoe zwaar jij het ook alweer had, elke dag op kantoor in je jasje en je dasje.’

‘Jij hebt geen idee hoe hard ik werk, John. Jij hebt geen dag in je leven half zo hard gewerkt als ik.’

‘Oh ja?’

‘Ja! Jij ligt alleen maar op de bank te genieten van je uitkering!’

Ik wilde de woorden weer inslikken maar ze waren er al uit. Ze hingen huiverig boven het verdorde gras alsof ze nog niet naar John toe durfden. We stonden tegenover elkaar. Ik langer dan hij. Toen het tot hem doordrong wat ik gezegd had, knipperde hij een paar keer. Zijn linker mondhoek trok, misschien in de hoop dat ik een grapje maakte waar we samen om zouden lachen, later, ooit.

‘Dus zo denk jij over mij,’ zei John.

Hij draaide zich om en begon terug te lopen naar de boerderij. Langzaam, elke stap een uitnodiging om hem terug te roepen, maar ik zei niks.

En zoals dat gaat in de zomer had de duisternis plotseling de zonsondergang verdrongen en ik bleef achter in het maïsveld met alleen de krekels om naar te luisteren.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Michael Cunningham; Ludmilla Petrushesvkaya

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood