Nieuwste onderwerp

Gloeiwormpjes

‘Gecondoleerd,’ zeg ik, en lach daarbij misschien iets te breed. Snel loop ik naar mijn plekje. Hij heeft dat getroebleerde, dat zwartgallige waar ik blijkbaar op val. Maar hij is óók 47, en ik ben óók pas 48 uur vrijgezel, en – ik kijk nog even zijn kant op, en ja, gelijk weer oogcontact, lang ook.
De dienst begint. We staren met grote ogen naar de kist waar zijn vader in ligt.
“Onze Heer in de Hemel,” klinkt er, en ik kijk omhoog: geef me een klein beetje pauze alstublieft.

*

‘You alright?’ vraagt Lieke. Na een uur schreeuwen op de achterbank tjilpt er nu een krekeltje.
‘Eh,’ doe ik, en leg mijn voorhoofd tegen de hoofdsteun van haar stoel. ‘Ik ben een beetje verdrietig.’
Ze steekt haar hand naar achter en kriebelt mijn knie.
‘Misschien moet ik een relatie beginnen met een oudere man,’ zeg ik. ‘Met een kind, al. Dan ben ik ook gelijk een soort van moeder want dat wil ik zo graag. Maar nog niet echt. Een beetje moeder. Dan is er niet, eh, al die verloren liefde. Al die moederliefde. Toch, Liek? Twee vliegen in één klap, toch?.’
Ze kijkt naar me, twee oogjes in de achteruitkijkspiegel. Wacht even. Zegt dan: ‘Wanneer zie je hem weer?’
Ik zucht. Er is nog steeds maar één hem. ‘Komende week.’
De hand is weer terug, streelt mijn broek, ik probeer dingen weg te slikken.

*

‘Eh, ja, is goed,’ zeg ik, hang op, race naar huis, en twee uur later kijkt mijn huisgenoot op van haar laptop als ik met een blonde jongen de keuken binnenloop.
‘We gaan foto’s nemen,’ zeg ik.
Haar ogen blijven groot.
‘Voor een krant,’ verduidelijk ik, ‘hij is fotograaf.’
Hij is jong en knap, ík ben stom en irritant, dus het feit dat hij allemaal dingen van mijn bed gooit, de lakens straktrekt en mij dan gebiedt bevallig op het randje te gaan zitten, en dat hij twee straten verder blijkt te wonen, en van films houdt, en voorstelt om morgenochtend vroeg weer af te spreken, als het park tussen onze huizen nog een beetje mistig is, het is, allemaal, nogal,
saai.
We geven elkaar een hand en ik fiets naar Fenna.
‘Hoe was het?’
‘Stom,’ zeg ik.
Ze trekt haar wenkbrauwen op. ‘Ging het niet goed?’
‘Ik dacht gewoon even,’ antwoord ik, stop, en zucht: ‘Hij was gewoon best wel saai.’
Fenna wacht even, en knikt.

*

Ik smijt de koelkast dicht. Mijn moeder kijkt me al een halfuur meelevend aan.
‘Ik heb altijd gedacht jong moeder te worden. Of nou ja, op m’n zesentwintigste of zo. Maar dan heb ik nog maar vier jaar! Mama, alleenstaand moederschap, dat is toch vet slecht voor de baby? Maar hoe weet je dan of je man niet weggaat? Ik heb eens ergens gelezen dat je na zeven jaar iemand pas echt kent. Nou. Dan lukt m’n plan al niet meer. Misschien moet ik de leeftijd wat verhogen. Achtentwintig? Is dat nog jong?’
Ze wacht even, neemt een slok. ‘Lot,’ zegt ze dan, ‘je weet het toch nooit, allemaal.’

In de zomers gaan we vaak naar Italië. Naar hetzelfde huis, bovenop een berg. Als het donker wordt kijken we over de berg, en dan roept er iemand: ‘Ja, ik zie ze!’. Knipperende lichtjes boven het gras. Dan rennen mijn vader en ik naar beneden, de knipperende lichtjes achterna. Ik probeer zo’n gloeiworm altijd te vangen. Elk jaar opnieuw.

Soms flitst het voor je ogen, een beetje toekomst, maar echt vangen kan je niet.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Roald Dahl, Etgar Keret

Wat luister ik?

Elbow, Duke Ellington, Charles Bradley

Wat kijk ik?

Her, Eternal Sunshine of the Spotless Mind, Fantastic Mr Fox, Baby Driver, La Vita È Bella

Wat schreef ik?

Skydancer (roman, 2018)

Quote

"You're lucky if you get time to sneeze in this goddam phenomenal world." -J.D. Salinger, Franny and Zooey