Nieuwste onderwerp

Reünie (2)

Die nacht sliep ik niet goed. Er waren twee grote slaapzalen ingericht met rijen stapelbedden, zo dicht naast elkaar dat ik, als ik mijn arm uitstak, degene in het bed naast me had kunnen aanraken. Ik kon me niet herinneren dat het zo krap was geweest. Toen ik klein was, was ik regelmatig op het matras boven mij geklommen en bij John in bed gekropen, vooral als we daarvoor spookverhalen hadden verteld in de schuur. Het bed had immens geleken en wij dobberden erin als drenkelingen, ons enkel vasthoudend aan elkaar, niet wetend dat ooit onze tenen over de rand zouden hangen.

Ook John had slecht geslapen. Zijn wallen leken zo mogelijk nog donkerder en hij gaf alleen een kort knikje toen ik goedemorgen zei. Ik nam me voor hem binnenkort mee te nemen op een lang weekend. Berlijn of Praag, zoiets toeristisch. Er even tussenuit gaan zou hem vast goed doen. Maar ik wilde er nog niks over zeggen, het moest een verrassing zijn, en bovendien wist ik nog niet wanneer ik vrij zou kunnen krijgen van werk.

De zaterdag stond over het algemeen bekend als ‘spelletjesdag’. Een aantal familieleden, vaak onder leiding van tante Marie, nam het op zich om verschillende activiteiten te organiseren. Als het goed weer was, waren het meestal wedstrijdjes voetbal en een zaklooprace. Wanneer het regende werden er binnen plakjes ontbijtkoek aan een draad gehangen en  oude bordspellen tevoorschijn getoverd. Die spelletjes konden me sinds mijn tienerjaren al niet meer zo boeien. Ik zat het grootste deel van de ochtend op een tuinstoel in de zon koffie te drinken. Kijkend naar de jonge kinderen die kriskras over het erf stuiterden, besefte ik me hoe zij mij moesten zien. Niet meer de stoere oude neef, maar een onderdeel van de klomp volwassenen die van een afstandje toekeken, te moe van het dagelijkse leven om nu nog streng te kunnen zijn.

De kanotocht was het hoogtepunt van spelletjesdag en de enige activiteit waar ik wel nog graag aan deelnam. Niet ver van de boerderij zat een bedrijf dat kano’s verhuurde waarmee je over een kanaal kon varen. In totaal duurde de rit zo’n anderhalf uur en het tweetal dat als eerste weer terug was bij het startpunt, kreeg een prijs in de vorm van een snoepzak of flesje wijn. John en ik deelden altijd een kano en hadden regelmatig de prijs gewonnen. Maar er was iets anders wat de kanotocht voor mij zo speciaal maakte.

Tijdens één reünie, waarschijnlijk was ik een jaar of veertien, besloten we op avontuur gaan aantrekkelijker te vinden dan weer de race te winnen. Ergens halverwege splitste een smal deel van het kanaal zich af en stroomde als slootje dieper de akkers in. De aftakking was nauwelijks te zien, verstopt achter een laaghangende wilg die langs de waterkant stond. Als je je door de takken heen wist te banen, kon je het stroompje volgen tot een weiland, aanmeren en aan land klimmen. Sinds we het ontdekt hadden, glipte John en ik tijdens elke kanotocht voor een half uurtje weg. Met armen die tintelden van het roeien gingen we liggen op het gras, zijlings kijkend naar de koeien die verderop stonden te grazen. Af en toe kwam er eentje naar de stroom toe om wat te drinken. Verder besteedden ze weinig aandacht aan ons. Ze straalden onmetelijke vrede uit, kauwend en herkauwend, het weiland afgaand zodat ze altijd vers gras tot hun beschikking hadden. Als de zon te fel was, zochten ze de schaduw op, als het regende, schuilden ze met z’n allen onder een boom. Kijkend naar de koeien voelde ik rust. Aan Johns regelmatige ademhaling naast me kon ik altijd merken dat hij het ook voelde.

Het verbaasde me dan ook niet dat John net zo veel zin had in de kanotocht als ik. Zijn magere armen roeiden krachtig en snel en als hij naar me omkeek, zag ik een oprechte lach op zijn gezicht. ‘Als we eenmaal op ons plekje liggen, krijg je me daar niet meer weg,’ zei hij meerdere malen, ‘dan kun je me daar begraven.’

Maar toen we de wilg zagen opdoemen in de verte en extra vaart maakten, moesten we al gauw de kano weer afremmen. Ons geheime stroompje was nu afgesloten van de rest van het kanaal met een soort sluis. Het enige wat er nog van over was, was een opgedroogde greppel vol modder. Naast de waterkant stond een bordje met: ‘PRIVETERREIN. NIET BETREDEN’.

Terwijl we door voeren, nu in stilte, rekte ik mijn nek uit om een glimp op te vangen van de koeien, maar ook die waren er niet meer. Waarschijnlijk naar de slacht gebracht.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Michael Cunningham; Ludmilla Petrushesvkaya

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood