Nieuwste onderwerp

Bolle

‘Dit is het niet he?’ zegt Moeder tegen Dochter. Ze kijkt peinzend naar Zoon, die een veel te strak T-shirt met de tekst Ready or not here I come draagt.

Het is vlak voor sluitingstijd op een van de meest deprimerende plekken van de wereld: de paskamers van de C&A. Vrouwen met een bijstandsuitkering proberen hun door huismerkproducten gespekte cellulitisdijen in broeken te wringen. Hoewel er niet gerookt mag worden, hebben de bezoekers aan de paskamers toch die metalige sigarettengeur mee naar hier genomen.

Dochter, naast me op een ongemakkelijke bank vol achtergelaten kledingstukken, kijkt op. Ze kauwt even met open mond op haar kauwgom. Schudt dan haar hoofd. Kijkt weer terug naar haar scherm.

Zoon trekt aan de zoom van het T-shirt. Alsof het dan opeens wel als een ruime doch niet te sprak spannende handschoen om zijn lichaam zal passen. De realiteit is dat hij een dusdanig vettige taille heeft, dat het shirt er als een tentdoek overheen staat, waardoor ik de onderkant van zijn buik kan zien hangen.

‘Ik weet al wat het probleem is,’ zegt Dochter. Ze kijkt niet op. Liket een foto van een jong meisje met een baby op haar arm. One love, staat eronder.
‘Het is de pens,’ zegt ze. Nog steeds kijkt ze niet op.
Het gezicht van haar broertje vertrekt, maar hij zegt niks.
Moeder ziet het niet, die blik, ze heeft alleen maar oog voor zijn buik. ‘Hij is te dik he?’ zegt ze.
Er valt een lange stilte waarin niemand reageert. Zoon kijkt naar Moeder. Hopend op een arm om zijn schouder. Een glimlach die zegt ‘maar voor mij ben jij nog steeds de allermooiste’. Desnoods een opmerking dat ze er samen tegen gaan strijden, dat vetschort. Desnoods dat, als ze niks oprecht positiefs kan zeggen. Maar de stilte duurt maar voort.
‘Nou zal ik het maar uit doen dan?’ zegt Zoon. Hij grist een paar andere shirts uit het pashokje en smijt ze naast zijn zus op de ban. Today is a good day, staat er op de bovenste.

Niemand reageert.

Vriend van Moeder komt uit een pashokje. Hij bekijkt zichzelf in de spiegel. Gelstekeltjes, sneakers van een ondefinieerbaar merk, zilveren schakelketting. Zijn gezicht is onnatuurlijk rood, alsof hij op zijn handen heeft gestaan in het pashokje voordat hij naar buiten kwam. Ik herken er de huid van een alcoholist in. De huid van een man met als hobby ‘barkruk bezetten’, de huid van een man met nog maar één long. Dat zou naast zijn gelaatskleur ook verklaren waarom hij zo hijgt.

‘Nice, isn’t it?’ zegt hij tegen Moeder. Hij draagt een plasticleren jack met zeer aanwezige stiksels in een felrode kleur. Als een haan die zijn veren in de goede kreuk probeert te schudden slaat Vriend met zijn armen. De plasticleren jas kraakt met het geluid van twee ballonnen die tegen elkaar aan worden gewreven.
‘So perfect,’ zegt ze. Ik vraag me af of ze het jack bedoelt. Of de stiksels. Of de relatief schone spiegel, of het feit dat het een nare melanoom op zijn arm bedenkt en dat ze dat prettig vindt. Of dat ze deze man misschien daadwerkelijk fysiek aantrekkelijk vindt. Ik denk zelf dat het een melanoom-situatie betreft.

Zoon kijkt naar haar rug en verdwijnt in het pashokje. Hij geeft een ruk aan het gordijn. Het gordijn scheurt van zijn haakjes. Niemand kijkt.

‘You get it from me,’ zegt ze. Vriend knikt.

Zoon slaat zijn ogen ten hemel en trekt het t-shirt uit. Zijn pens komt tevoorschijn. Iedereen in de paskamers zou hem nu kunnen zien staan, maar niemand kijkt. En hem boeit het inmiddels allemaal niks meer.
Ik wil opstaan. Om te klappen. Om fuck the system te roepen. Om te zeggen dat het babyvet is, dat hoort als je veertien bent en nog moet gaan groeien. Dat hij beter is dan T-shirts met teksten. Al helemaal als die teksten hem ook nog eens proberen te vertellen hoe hij zich bij vandaag moet voelen, want vandaag is zelden een good day als je veertien bent. Zeker met zo’n familie.

In alle rust pakt hij zijn eigen T-shirt. Het is zo’n kledingstuk dat met de jaren mee is gerekt en helemaal zacht is geworden. Zo’n kledingstuk waarin je niet te hard aan je borstkas moet krabben, want dan scheurt het laatste beetje stof kapot. Het past hem perfect. Valt los om hem heen, beweegt met hem mee als een tweede huid.

Moeder legt haar hand op de schouder van Vriend en voert hem mee naar de kassa. Dochter loopt er achteraan, haar ogen nog steeds op haar telefoonschermpje.
‘Kom je mee, bolle?’ zegt ze.
‘Nee,’ vormen zijn lippen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)