Nieuwste onderwerp

Reünie (1)

De boerderij was nauwelijks veranderd. Alleen de appelbomen langs de oprit waren voller en hoger gegroeid, maar de houten kozijnen hadden nog dezelfde donkergroene, versleten kleur en de oude hooischuur stond zoals altijd onvermurwbaar in een hoek van het terrein.

Al voordat ik geboren was, huurde de familie aan mijn moeders kant  om het jaar de boerderij af voor een reünie. Zo’n dertig tantes, ooms, neven, nichten en aanhang kwamen samen tijdens een zomers weekend om spelletjes te spelen en bij te praten. Vroeger kon ik wekenlang uitkijken naar de reünie.  Het waren drie dagen waarin de volwassenen ons nauwelijks in de gaten hielden, ervan uitgaand dat er niet veel gevaarlijks kon gebeuren op het platteland. We holden over grasvelden, sprongen in slootjes die nauwelijks tot ons middel kwamen en ’s nachts slopen we naar de hooischuur. Eerst om in het schijnsel van een zaklamp spookverhalen te vertellen, en later, toen ik oud genoeg was om mijn vriendinnetje mee te nemen, ons samen te verstoppen en te zoenen terwijl het hooi in onze ruggen prikte.

Dit was mijn dertiende reünie. Ik was net begonnen aan mijn eerste fulltime baan, een managementfunctie bij een groot mediabedrijf. Het werk was me onverwacht zwaar gevallen en ik had weer enorm uitgekeken naar het familieweekend. De reünie was als een tijdreis voor mij, een kans om terug te keren naar zorgeloze zomers waarin de dagen eindeloos leken te duren. Ik snakte ernaar het volwassen leven achter te kunnen laten, al was het maar voor een drie korte dagen. Misschien was dat de reden dat het zo tegenviel.

Mijn tante Marie was de eerste die me begroette toen ik aankwam. Ze vroeg naar mijn nieuwe baan en ik vertelde erover met iets te veel enthousiasme, genietend van de bewonderende blikken die ik altijd wist op te wekken. ‘Gelukkig maar,’ zei ze, ‘dat jij wél goed bent terechtgekomen.’ Haar ogen gleden even naar John, mijn broer, die naast de hooischuur stond te roken, afgezonderd van iedereen. Het was een onuitgesproken feit dat John de mislukkeling van de familie was. Zijn middelbare school had hij met moeite afgemaakt, vervolgens was hij aan studie na studie begonnen zonder ooit een diploma te behalen. Hij had ontelbare baantjes gehad en raakte ze steeds weer kwijt. Meestal kwam hij gewoon niet meer opdagen. In het afgelopen jaar had hij onze zieke moeder verzorgd, wat hem goed leek te doen, maar sinds zij was overleden bestonden zijn dagen uit niets anders dan op de bank liggen, oude series kijken en roken. Bij aankomst was ik  geschrokken van de donkere schaduwen in zijn gezicht, van zijn magere, knokige ledematen. Ik schraapte mijn keel en wendde mijn blik van hem af.

 

 

Het weekend begon traditiegetrouw met een barbecue op vrijdagavond. Achter de boerderij bevond zich een grote tuin die uitkeek op kilometers akker. Lap na lap van verschillende nuances groen, alleen onderbroken door smalle stroompjes en hier en daar een rijtje bomen. Tegen de rand van de tuin stonden twee lange tafels opgesteld, versierd met waxinelichtjes en plastic bloemen. Ik had een plaats gekozen tussen John en onze nicht Wendy. Wendy, met een eeuwige blos op haar wangen, was mijn favoriete nicht. Elke keer had ze weer nieuwe verhalen die ze aandikte met gedetailleerde beschrijvingen en veel humor. Meestal vertelde ze met een roekeloze grijns over haar reizen naar Zuid-Amerika en Azië, waar ze bijna was beroofd of verdronken of opgegeten, en deelde ze vieze moppen waar ze zelf het hardst om lachte. Nu was haar buik opgezwollen onder haar jurk en wisselde ze over de tafel heimelijke blikken uit met haar echtgenoot. Iedereen, inclusief zijzelf, was meer geïnteresseerd in haar ongeboren kind dan in haar, en ze beantwoordde alle babyvragen geduldig. In haar glimlach was niets meer te bekennen van roekeloosheid.

Niet alleen Wendy was veranderd. Ik bestudeerde mijn familieleden, hun gezichten grauw in de rook die boven de tafel dreef. Mijn ooms waren altijd gewoon mijn ooms geweest, maar nu waren ze tikkende tijdbommen, met dikke buiken en onderkinnen waar knoflooksaus aan bleef kleven, met gerimpelde handen die bibberden als ze naar het mandje met stokbrood reikten, met gezichten die rood kleurden als ze een hoest op rochelden van ergens diep in hun longen.

Het leek me ondenkbaar dat ik bij dit gezelschap aan tafel hoorde te zitten. Dat dit dezelfde mannen waren die niet zo lang geleden met ons hadden gevoetbald en tikkertje gespeeld. Ik zocht in iedereen naar herkenning, naar het vertrouwde gevoel waar ik zo naar had verlangd, maar ik vond het nergens.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Michael Cunningham; Ludmilla Petrushesvkaya

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood