Nieuwste onderwerp

Verona (3)

De ober is al drie keer langsgekomen om het bakje chips dat op tafel staat te verversen. Elke keer lacht hij naar Angela, hij noemt haar ‘bella’, ‘bellissima’, ‘come un angelo’. Angela’s wangen kleuren rood. Het is onduidelijk of dat door de complimentjes komt of door de hoeveelheid prosecco die ze inmiddels op heeft.

Mark haat de ober. Het liefst zou hij de rechte, witte tanden die de jongen steeds ontbloot uit zijn gezicht slaan. Als hij de lege glazen ophaalt, komt hij ‘per ongeluk’ met zijn hand tegen Angela’s schouder.

‘Als die vent je lastig valt, kan ik wel een woordje met hem wisselen, hoor,’ zegt Mark terwijl hij zich naar Angela buigt.

Ze giechelt. ‘Oh nee, ik vind het niet erg. Je raakt eraan gewend hè, die Italianen.’

Zij misschien wel, maar Mark niet. Het is hem natuurlijk niet ontgaan dat Angela op elke straathoek nagekeken wordt door mannen, jong en oud, dat ze naar haar fluiten en loeren. In het begin zat het hem niet zo dwars. Het is een mooie meid, en hier doen ze dat nou eenmaal zo. Maar gaandeweg is er iets gaan knagen. Het ergste vindt hij het als Angela erop reageert. Ook al is het maar een minieme beweging van een mondhoek die iets omhoog gaat, een lok haar waar ze net iets te lang mee frunnikt, elk gebaar dat ze nog niet naar hem toe heeft gemaakt. Is hij niet de hele week aardig tegen haar geweest? Heeft hij haar niet complimentje na complimentje gegeven? Waar blijft zijn beloning?

‘Ik hoef er niet nog één hoor,’ zegt Angela. ‘Eigenlijk ben ik nog aan het werk.’

Mark werpt een overdreven blik op zijn horloge. ‘Werkuren zijn al lang voorbij, mop. Kom op, nog eentje, om het af te leren.’

Na het diner zijn ze met z’n allen naar een verwarmd terras verhuisd om daar nog wat drankjes te doen. Het is nu al na middernacht en een groot deel van de groep is afgevallen. De meesten zijn weer terug naar het hotel om wat slaap te pakken voordat hun bus morgenvroeg weer naar Nederland vertrekt, maar een paar zijn er met zijn tweeën vandoor gegaan. Carla is met een of andere Friese boer (Mark heeft de moeite niet gedaan zijn naam te onthouden) een avondwandeling gaan maken langs de rivier. Even had Mark zich beledigd gevoeld, maar hij kon het haar niet echt kwalijk nemen. Na het hoofdgerecht hadden ze geen woord meer met elkaar gewisseld.

‘En Mark, wat vond je van de week? Zit er een dame tussen die je hart heeft veroverd?’

Angela’s adem ruikt een beetje zurig en ze praat net iets te hard, maar Mark vindt het wel charmant. Normaal gesproken heeft hij er een hekel aan als vrouwen aangeschoten zijn. Dan worden ze  lastig, luidruchtig, slingerende spaghettislierten die zich tegelijkertijd aan je vastklampen en je van zich af duwen. Maar Angela niet. Angela wordt er alleen maar aantrekkelijker van. Sexy.

Mark haalt zijn schouders op. ‘Ach, ik weet niet. Prima dames hoor, daar niet van, allemaal heel gezellig en vriendelijk. Maar ja, ze zit er toch niet tussen.’

‘Ze?’

‘Ja, zíj. De wáre. Snap je wat ik bedoel?’ Hij probeert haar lang in de ogen te kijken, maar de hare dwalen steeds een beetje af. Het zal de alcohol wel zijn.

‘Geloof je echt in een ware liefde, Mark? Wat romantisch.’

De ware. Hij zou wel gek zijn. Natuurlijk is er geen ware, voor niemand niet, nooit. Maar jonge vrouwen vallen daar nog voor, dat geleuter. Het werkt, ze raakt met haar hand even zijn onderarm aan.

‘Jou gun ik echt het beste, Mark. Echt waar. Je bent zo’n aardige man, en zo intelligent en succesvol, jij verdient het allerbeste. Echt.’

Mark glimlacht. Hij is het nog niet verleerd, ze likt het op als honing. Eigenlijk heeft ze niet eens ongelijk. Hij verdient toch ook het beste? Heeft hij daar niet zijn hele leven hard voor gewerkt?

Angela’s  oogleden beginnen een beetje te hangen en ook de laatste mensen in het gezelschap staan nu op om hun jas te pakken. Vanuit zijn ooghoek ziet de Mark de flirterige ober staan kijken van achter de bar. Hij staat snel op, zodat Angela hem niet kan zien.

‘Gaat iedereen al weg?’ vraagt ze.

‘Ja, mop, en ik denk dat jij maar ook beter kunt gaan. Je moet niet in je eentje teruglopen naar het hotel hoor, zo laat ’s avonds.’

Angela schuift haar stoel naar achter. ‘Nee joh, lukt prima. Ken de stad op mijn duimpje.’

‘Toch loop ik met je mee,’ zegt Mark, en hij pakt haar bij haar bovenarm. ‘Je weet nooit waar die mannen hier toe in staat zijn.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Michael Cunningham; Ludmilla Petrushesvkaya

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood