Nieuwste onderwerp

Koffie (2)

De regen was door de kieren in zijn jas gesijpeld en de kou knaagde aan zijn botten. De zwerver liep door de verlaten winkelstraat naar de MediaMarkt. Hij probeerde langs de bewaker bij de deur te lopen alsof hij een doodnormale meneer was die op zijn vrije middag naar scanners of ergonomische computermuizen kwam kijken. In een rechte lijn liep hij door naar de afdeling met koffiezetapparaten. Hij had geluk, er stond een in het zwart geklede jongen tussen de Nespresso’s een melkschuimer uit elkaar te halen. Op een bar van glanzend hout stond een bordje met: ‘Vraag gerust aan één van onze medewerkers om een kopje koffie. GEEN ZELFSERVICE.’

‘Goeiedag,’ zei de zwerver. ‘Leuke apparaatjes heb je hier. Mag ik ’es een bakkie proeven?’

De jongen keek op met een glimlach maar die verdween toen hij de zwerver zag.

‘Ik was eigenlijk net aan het schoonmaken.’ Hij hield de melkschuimer omhoog waardoor een witte druppel in zijn mouw kroop.

‘Kom nou, jongen,’ zei de zwerver. ‘Gewoon een bakkie, even snel. Al die melktroep van je hoef ik niet.’ Toen de jongen nog steeds geen aanstalten maakte, voegde hij eraan toe: ‘Ik heb gister mijn broer begraven, verdien ik dan niet een kopje?’

De jongen keek nog even snel de winkel rond en toen niemand de zwerver leek op te merken, deed hij met rode wangen een koffiecupje in het showapparaat. De zwerver ging op een krukje zitten aan de andere kant van de bar.

‘Wat is je naam?’

‘Rutger.’ Hij zette een plastic kopje neer voor de zwerver. ‘Alstublieft.’

‘Zeg maar ‘je’, hoor. Dankjewel, Rutger.’ De zwerver nam een slok. De koffie was heet en sterk, helemaal niet hetzelfde als de filterkoffie die Theo altijd zette. Hoe vaak hij niet geklaagd had over een slappe bak. Wat hij er nu niet voor had gegeven.

‘Wat is er met uw broer gebeurd?’ Rutger knipperde een paar keer, alsof hij zelf schrok van de brutaliteit van zijn vraag, maar hij bleef de zwerver aankijken. De zwerver tikte met zijn wijsvinger tegen zijn hoofd.

‘Bloeding. Hier, in z’n kop. Geen dokter die d’r nog iets aan kon doen.’ Hij zuchtte. ‘Ja, toen was het einde verhaal.’

‘Wat erg voor u.’

‘Het had beter andersom kunnen zijn.’ De zwerver moest met trillende hand zijn kopje neerzetten. ‘Theo die koffie zit te drinken en ik in een kist. Dat was beter geweest.’

Het viel stil en de zwerver wist dat hij iets doms had gezegd, dat hij er weer iets had uitgeflapt. Als Theo er was, had hij geroepen: ‘Denk je niet ná voordat je iets zegt?’. Hij dronk zijn kopje leeg en wilde weggaan.

‘Mijn broertje was ook heel ziek vroeger,’ zei Rutger. ‘Hij lag altijd in het ziekenhuis maar hij was nog zo klein. Ik heb een keer aan mijn moeder gevraagd of we niet een dag konden ruilen. Dat ik daar voor hem ging liggen en hij buiten mocht spelen. Maar ze zei dat mijn broertje meer aan me had als ik blij was en gezond. Als mijn leven ook nog naar de klote zou gaan, zou hij zich nog erger voelen.’ Hij haperde even. ‘Misschien heeft u er niks aan. Maar dat is wat ze tegen me zei.’

De zwerver knikte. ‘Hoe is het nu met je broertje?’

‘Goed. Hij zit in de eerste.’

Toen kwam er een manager langs, die de zwerver vriendelijk meedeelde dat de koffieafdeling ging sluiten en of hij, als hij geen andere aankopen wilde doen, zich graag zo snel mogelijk naar de uitgang wilde begeven. Rutger ging haastig verder met schoonmaken. De zwerver stak zijn hand nog een keer op en liep toen naar buiten, waar hij onder een afdakje tegen de muur ging zitten. Hij besefte dat hij zijn koffiebeker binnen was vergeten, dus haalde hij de muts van zijn hoofd en legde die ondersteboven op de grond neer. Erin legde hij een muntje van twintig cent dat hij op de stoep vond. Dat kon mensen aansporen om iets te geven, soms.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

(Momenteel) Michael Cunningham; Ludmilla Petrushesvkaya

Wat luister ik?

Van alles, maar vooral The Beatles

Wat kijk ik?

The Godfather & Midnight in Paris

Quote

"A word after a word after a word is power" - Margaret Atwood