Nieuwste onderwerp

Moustache (2/4)

Ik ben veertien en ik sta voor een kunstwerk zo breed als mijn slaapkamer. De achtergrond is knalgeel. Op een warmrode chaise longue ligt een vrouw, met haar hoofd op de leuning. Eén hand loom opgeheven in de lucht. Ze heeft al die mensen niet nodig om zich een Griekse godin te voelen, ze voert zichzelf denkbeeldige druiven. Ze is niet bijzonder mooi. Sterker nog, ik kan me niet voorstellen dat veel mensen naar haar zouden omkijken om haar binnenkant te bestuderen. Ze heeft zwart haar, één wenkbrauw en een snor. Maar zij heeft een schilderij. Iemand heeft de moeite genomen om deze vrouw groter dan levensgroot vast te leggen, en blijkbaar waarderen we haar zozeer dat we er ook honderdvijftig jaar later nog naar willen kijken. Ik ben benieuwd wat haar geheim is.

Er is een plek voor ons in deze wereld, denk ik, wij, vrouwen met snorren. Ik heb zin om het schilderij even te aaien. Om even contact te maken met mijn grote voorbeeld op het doek daar voor me.

‘Aaah!’, hoor ik naast me, en ik doe snel een stap achteruit. ‘Eccola!’
Ik kijk opzij. Naast me staan twee Italiaanse vrouwen. Met van dat haar dat zo glanst dat je er je gezicht in weerkaatst ziet, in paardenstaarten die aerodynamisch meebewegen met alles wat ze doen. Alsof alles aan hen één vloeiende sprank gracieusheid is. Alsof alles wat ze doen de bedoeling is.

‘Zulke vrouwen maken ze bij ons niet meer,’ hoorde ik een man in de bioscoop laatst verzuchten, toen ik bij La grande bellezza zat. Ik haalde opgelucht adem. Als vrouwen zoals de Italiaanse bij ons niet meer worden gemaakt, is er misschien toch nog hoop dat ik me ooit ga voortplanten. Maar hier staan ze dus opeens, kijkend naar mijn grote voorbeeld: die Italiaanse vrouwen die niet meer in het Nederlands gemaakt worden.

Ze giechelen, ook al zijn ze minstens twee keer zo oud als ik. Eén van de twee legt haar wijsvinger op haar bovenlip en beweegt ermee alsof het een wormpje is. Een levend organisme.
‘La donna con i baffi,’ zegt er ze.
Ik heb zin om op hun tenen te gaan staan. Om ze een blauwe plek op hun veel te egale olijfkleurige schenen te schoppen. Om schijnbaar per ongeluk een flinke fluim snot in hun paardenstaarten te niezen.

Ik doe nog een paar stappen achteruit. De vrouw op de chaise longue blijft me aankijken. Niet hen, maar naar mij, naar haar lotgenote. Ik loop de zaal uit.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)