Nieuwste onderwerp

Moustache (1/4)

Ik ben een vrouw met een snor. Eigenlijk heb ik dat altijd wel geweten.

Vanaf het moment dat je kon zeggen dat ik borsten had, zat er een schaduw op mijn bovenlip. Ik maakte mezelf van alles wijs. Dat het aan de belichting van de fotograaf lag. Dat het winter was en ik fluorescerend bleek, waardoor het haar donkerder leek dan het daadwerkelijk was. Dat er niemand zo dicht bij de spiegel stond als ikzelf.

Ik ben twaalf en ik zit op badminton. De leden zijn kinderen met ouders met manische depressies, kinderen die hier illegaal verblijven, en kinderen van ouders die alleen op de trainingsavond even niet zuipen. Ik ben twaalf en ik heb hier geen mening over. Het valt me alleen wel op dat het merendeel van de kinderen naar frituurvet ruikt.

‘Mijn moeder heeft laatst haar snor geharst,’ hoor ik Sarina zeggen.

Sarina is even oud als ik, maar dat zou je niet zeggen. Ze scheert haar benen al sinds ze tien is en ze ziet er vaak uit alsof ze net gehuild heeft. Dat komt doordat dat ook meestal zo is. Als ik haar dan vraag hoe het gaat heeft ze altijd net een scooterongeluk gehad, “is ze bedrogen door een piemel”, of heeft ze een abortus gehad. Het verhaal eindigt steevast met de zin ‘…en toen zat ik daar weer met een peuk op me lip en me beesies om me heen.’ Het schijnt dat het gezin negen honden heeft. Mij lijkt dat vies en druk. Maar dat zeg ik niet tegen Sarina. Ze huilt van zichzelf al genoeg. Daarnaast is ze het type meisje dat alles op een onbevreesde toon zegt. Alsof je het eens moest proberen haar er belachelijk om te maken, want ze slaat je zo op je muil.

‘Het was zó dik na het harsen, jong,’ zegt ze, en houdt haar hand zo ver van haar mond vandaan dat je er een verfrommelde, katoenen zakdoek tussen zou kunnen stoppen. Al betwijfel ik of ze stoffen zakdoeken gebruiken bij haar thuis.
‘En nu?’ vraag ik gretig, ‘Werkte het?’
Sarina haalt haar schouders op. ‘Het was superlang dik en rood. En toen het er weer normaal uit zag, zat er alweer haar.’
Ze begint te lachen. De kinderen om me heen lachen mee.
Ik lach niet mee. Er is geen hoop voor mensen zoals Sarina’s moeder en mij, denk ik.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)