Nieuwste onderwerp

Kaketoe (1)

‘Het zijn nogal monogame vogels.’ Mijn bovenbuurman zoekt naar pleisters en plakt er een op mijn duim. ‘Ze zoeken een partner en blijven die de rest van hun leven trouw. Elk ander levend wezen vallen ze aan. Het heeft mij twee maanden gekost om zijn vertrouwen te winnen. Dat beessie was verdomd eenzaam toen.’

Eerder die nacht hoorde ik gebons op mijn deur. Het was de bovenbuurman in zijn badjas en een schaartje in zijn hand. Het leek toen een goed idee, helpen met het knippen van de nagels van zijn kaketoe.

‘Na de dood van mijn oom werd mijn tante steeds door hem gebeten. Toen heb ik ‘m maar overgenomen’. Hij geeft me het schaartje. ‘Probeer jij maar te knippen deze keer, dan hou ik dat beest wel vast.’ Ondertussen kijkt het beestje dreigend naar mijn hand, zijn kuif trilt. Hij komt dichterbij en ik loop naar een andere hoek in de kamer. Steeds sneller waggelt hij achter mij aan, totdat hij zijn vleugels spreidt en uit wil halen.

Ik kan nergens heen en zoek dekking bij een kastje met kilozakken vogelvoer. De buurman roept iets, ik draai me om, maar het is te laat. Er hangt een kaketoe aan mijn duim. ‘Niet gaan zwaaien met je hand, dan gaat ‘ie van de spanning harder bijten!’ De puntjes van de snavel zakken dieper in het vlees. Er volgt een kleine worsteling waarbij de buurman geluidjes maakt, hij trekt de vogel langzaam weg. Na een paar lelijke beten staakt de kaketoe zijn strijd.

De buurman zet snel het beest neer, grijpt een handdoek en gooit het over de kaketoe. ‘Gotcha, rotvogel! Kom maar even bij het baasje.’ Hij rolt ‘m in de handdoek. Mijn duim zit vol rare krassen die starten bij diepe rode puntjes. ‘Pleistertje buurman?’ Ik kijk verdwaasd naar de man en de ingezwachtelde vogel.

‘Niet nodig? Nou, knippen maar! Nu is hij nog rustig. Onthou: niet te veel, anders groeit het niet meer terug.’ De snavel steekt net boven het rolletje uit. Met een doodsbange blik kijkt de kaketoe mij aan. ‘Hij is lekker ontspannen, zie je? Het is stiekem ook wel een schatje hoor. Toch, lief vogeltje van me?’

Voor mijn gezicht bungelen de poten, rimpelige tenen, nagels. Langzaam pak ik de eerste teen vast, haal mijn schaar erbij en haal een klein topje van de nagel. ‘Zo fijn dat je mij wilt helpen, buurman! De rest van het huis wil het niet meer. Ik snap echt niet waarom mensen bang zijn. Ik bedoel, het zijn ook lieve vogels hoor, af en toe.’ — De eerste poot heb ik inmiddels gehad, maar mijn handen beginnen steeds meer te trillen. — ‘Wist je dat kaketoes walnoten kunnen openen met hun snavel? Je bent er nog goed van afgekomen!’ — Nog drie nagels. — ‘Eerst liet ik ze knippen bij de dierenwinkel, maar dat is best aan de prijs. Eigenlijk is het ook niet zo moeilijk. — Één nagel — ‘Dat gaat lekker! Trouwens, weet je hoe snel die nagels groeien?’ – Klaar.

Hij brengt de ingepakte vogel naar de kooi, rolt ‘m uit de handdoek en sluit het deurtje. ‘Bedankt buurman! Kun je over drie weken weer toevallig?’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Op dit moment Laura H. van Thomas Rueb

Wat luister ik?

Janelle Monáe, Fresku, Seu Jorge

Wat kijk ik?

The Young Pope, Aquarius, Shownieuws

Quote

"Ik weet ook niet hoe de mens precies werkt, maar ik denk dat we er meer mee kunnen." - Etgar Keret