Nieuwste onderwerp

Kapucijnen

Eerste: Link
Vorige: Link

Door de samenstelling van de grond en een aantal gangen die onbedoeld als luchtschachten werken, zijn de 62 lijken van de Kapucijnermonniken, die onder de stad Brno begraven liggen, bijzonder goed bewaard gebleven.
Ik zal niet beweren dat ze er nog goed uit zien, maar je zou ook niet denken dat ze daar al vierhonderd jaar liggen.
Boris en ik lopen vrolijk kletsend naar de ingang van de catacombe en lezen verveeld over de geschiedenis van de monnikenorde. Het is ongeveer het honderdste religieuze monument dat ik in de afgelopen maand bezoek en het lukt me simpelweg niet meer om mijn aandacht bij de informatiebordjes te houden. Gevestigd in het jaar blablabla, aanbouw van een westelijk vleugel, verwoest door een of andere vijand, heropgebouwd met het geld van een rijke blablabla en nu zijn we hier.

Onze luchtige stemming slaat volledig om als we de volgende kamer in lopen. Achter glas in een simpele houten kist ligt een lijk. Een stoffig lijk, bruin gekleurd door de tijd, maar nog steeds een mens met huid en tenen en spieren. Ik dwing mezelf om ernaar te kijken. Recht in de lege oogkassen. Het is zo duidelijk een mens en tegelijkertijd zo anders.

We lopen snel door naar de volgende kamer waar we hetzelfde aantreffen. Drie houten kisten. Opeens zijn we stil, wijzen we elkaar zachtjes op bepaalde lichamen die er nog ‘compleet’ uitzien, en proberen grapjes te maken, maar niemand lacht. De airconditioners die verspreid staan door de catacombe klinken opeens luidruchtig en mijn keel gaat steeds droger voelen naarmate we dieper het complex inlopen. Kamer na kamer, altijd met drie of vier kisten, een aantal op kinderformaat. Ik probeer niet naar die kisten te kijken.
Dan gaan we een trap af en komen we in een wat grotere ruimte.

Een groot traliehek blokkeert de achterste helft van de ruimte en achter de tralies liggen ongeveer 20 mensen. Ik schrik en sta verstijfd in de deuropening.
‘Wat zie je?’ vraagt Boris die me naar voren duwt.
De tralies zorgen er alleen maar voor dat ze nodig lijken. Alsof de skeletten, met stukken huid hangend van hun ledematen, op elk moment overeind kunnen springen en dit hek het enige is dat Boris en mij van een gruwelijk einde kan redden.

Ik hou mijn ogen strak op de twintig lichamen achter de tralies om er zeker van te zijn dat er niets beweegt.
‘Er is nog één plekje vrij,’ zegt Boris en hij wijst naar een open stukje grond achter de tralies.
‘Dit was allemaal een val, slechts een van ons kan hier nog weg,’ antwoord ik.
Even kijken we elkaar aan, alsof we er achter proberen te komen wie er in een vuistgevecht tot de dood zou winnen.
Ik, denk ik, maar hij denkt vast ook hijzelf.
‘Stel je voor,’ begin ik. ‘Dat het een deel van het museum zou zijn, dat je er wel naast kan gaan liggen, om een foto te maken of zo.’
‘Dat zou ik nooit doen,’ zegt Boris meteen.
‘Nee, ik ook niet.
We kijken weer naar de doden.
‘Die heeft nog lippen.’
‘Van hem kan je nog zien dat hij gespierd was.’
Boven de deur is een Latijnse spreuk gegraveerd. Zoals ik ben, zo zal jij zijn.
‘Dat is fucked up.’
Ik probeer me de dood voor te stellen. Probeer me voor te stellen dat mensen mijn uitgedroogde lichaam zien liggen over driehonderd jaar.
Boris onderbreekt mijn gedachten. ‘Zullen we hamburgers gaan eten?’
‘Ja, graag.’

 

Het vervolg: 11:11

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Ender's Game, Game of Thrones, The Magicians

Wat vind ik?

De zin 'Ik heb geen tijd' is onzin

Wat luister ik?

Reply All, Here Be Monsters, The Memory Palace

Wat schreef ik?

'Het geheugen van een olifant', prentenboek met Jan Jutte, uitgeverij Lemniscaat (2018)

Quote

Far and away the best price life has to offer is work hard at work worth doing - Theodore Roosevelt.