Nieuwste onderwerp

Stijfsel (35)

We gaan zitten op het terras van een grand café. Het pand was ooit de stadsrechtbank, op de gevel staat vrouwe Justitia met gouden zwaard en weegschaal. Maar het pand barstte uit zijn voegen, aan de rand van de stad verrees een glazen en marmeren justitietoren en dit werd een horecapand, met café, zalencentrum en hotel.

‘Een schande,’ zegt Rutger als we gaan zitten, ‘dat ze hier een café van hebben gemaakt.’ Hij studeert rechten en is de enige persoon die ik ken die ook daadwerkelijk gepassioneerd is over die studie.

Ik haal m’n schouders op, ‘Ze hebben wel heel goed eten hier.’

Rutger pakt zijn sigaretten uit zijn broekzak en steekt er een op. Ik doe hetzelfde.

‘Ik heb je heel erg gemist,’ zegt hij als hij zijn eerste hijs uitblaast.

‘Dit hebben we net toch al gehad?’

‘Jawel,’ zegt hij en neemt nog een hijs, ‘maar ik zeg het nu even serieus. Ik heb vooral gemist wat je allemaal met me doet.’

Mijn mondhoeken trekken zich omhoog en ik moet een glimlach onderdrukken. Ik voel mezelf stijf worden onder het tafeltje. Ik ga schuin op mijn stoel zitten en sla mijn benen over elkaar om het te verbergen en nip nog even aan mijn sigaret. ‘O ja, wat heb je zoal gemist?’

‘Ik heb hem geen moment afgedaan, ik heb de sleuteltjes gewoon hier gelaten, ik stroom over.’

Mijn penis begint in mijn rechter bovenbeen te prikken en een glimlach kan ik niet meer onderdrukken. ‘Nou, als je straks met mij meegaat, dan heb ik wel een verrassing voor je.’

‘Vertel,’ hij begint zachter te praten en buigt zich over het tafeltje naar mij toe, ‘wat ga je allemaal met me doen?’

‘Niet hier,’ met mijn wijsvinger tegen zijn voorhoofd duw ik hem terug, ‘we zitten op een terras. Wacht maar, het moet wel een verrassing blijven.’

Rutger gaat weer onderuitgezakt in zijn stoel zitten en pruilt met zijn lippen. ‘Nou goed dan, je maakt me wel heel nieuwsgierig, maar wat heb jij de afgelopen week gedaan?’

‘Niet heel veel bijzonders, uit geweest, veel gelezen, en ik heb weer eens een SOA-test gedaan.’

‘Was dat nodig dan?’

‘Ik dacht dat het weer eens tijd werd.’ Ik voel aan mijn kruis. ‘Maar wat zeg je ervan als we na een biertje naar mijn huis gaan, er is helemaal niemand thuis.’

‘Spannend,’ zegt Rutger terwijl hij zijn peuk uitdrukt in de asbak, ‘ik ben ook nog nooit bij jou thuis geweest.’

 

Met Rutger achterop fiets ik de stad uit, door een volksbuurt het spoor over naar de goede kant. De keurige lanen, met goed gesnoeide heggen en op iedere oprijlaan minstens twee auto’s. Langs de tennisclub de berg op, een laan in met dikke eiken aan de kant van de weg, de korte oprijlaan voor mijn huis op.

‘Dus dit is jouw huis?’ vraagt Rutger als we afstappen.

‘Huize Hakker, hier ben ik opgeroeid ja.’

‘Leuk optrekje hoor.’

Er is niemand thuis, toch heb ik het gevoel dat ik zachtjes moet doen, omdat het toch voelt alsof ik iets stiekems doe. Maar Rutger trekt hard de deur achter zich dicht en die illusie is gelijk verbroken.

‘Ik had van jou een ander huis verwacht,’ zegt Rutger als we samen in de hal staan.

‘Waar had ik dan moeten wonen?’

‘Nou, kunstig typje, ik had van jou niet verwacht dat je in zo’n keurige wijk woonde.’

‘Waar had ik dan op moeten groeien? In een kraakpand met mijn ouders die de hele dag wiet roken?’

‘Misschien ja, had jij niet netjes naar de uni gemoeten eigenlijk? Ook lid worden.’

‘Doen wat er van je verwacht wordt is zo saai, misschien moet jij eens gaan leven.’

Hij komt dichterbij staan, streelt mijn zij met zijn hand en laat hem helemaal naar beneden glijden tot op mijn billen.

‘Wil je m’n kamer zien?’

 

Zodra we in mijn kamer staan is hij even stil. Hij bekijkt alles, ook al staat er niet veel, maar raakt niks aan. Hij bekijkt het portret van Goethe, de boeken in mijn boekenkast, de bronzen buste van Mussolini. ‘Waarom heb jij dit?’ vraagt hij en pakt het kleine beeldje op.

‘Ik zag het op Marktplaats.’

‘Waarom is alles hier zwart en wit?’ vraagt hij en zet de buste weer terug. Nu staat Mussolini scheef en kijkt dus niet meer uit het raam maar naar mijn bed, of eigenlijk naar het portret van Goethe dat daarboven hangt.

‘Het is verrassend makkelijk,’ zeg ik en loop om hem heen om Mussolini weer recht te zetten, ‘bij de IKEA kun je alles in zwart, grijs en wit krijgen. Het moeilijkst was het nog om wit laminaat te vinden dat er mooi uit zag.’

‘En je ouders vonden dat goed?’

‘Die van mij vinden alles goed.’

‘Verrassend.’

Ik ga op de rand van mijn bed zitten, leun op mijn ellebogen en kijk hem strak aan.

‘Had je nog meer verrassingen?’

Het voelt als foute porno, alsof ergens op een stoffige kamer in Los Angelos iemand een heel slecht script heeft geschreven en wij dat nu ten uitvoer gaan brengen. Maar een docent vertelde mij ooit dat een goede acteur van zelfs het allerslechtste script nog een pareltje kan maken. Dus ik overdrijf het, voor ik antwoord geef sta ik op en loop naar mijn platenspeler. Ik merk dat zijn blik mij volgt, maar ik kijk hem niet aan en blader ondertussen door de bak met mijn LP’s. Ik zie de gebruikelijke albums voorbij komen en hoop dat ik de plaat die ik zoek niet toevallig in Arnhem heb liggen. Maar na even bladeren vind ik degene die ik zoek, Let’s Dance van David Bowie, het hele album. Voorzichtig haal ik de plaat uit zijn hoes, bekijk in het licht of er geen krassen op zitten en leg hem daarna op de draaischijf. Ik zet de stereo-installatie aan, laat de naald voorzichtig zakken en hoor dan het geruis uit de speakers komen. Nog voor het eerste nummer, Modern Love, begint zit ik weer op bed. Ik haal mijn sigaretten uit mijn broekzak en steek er eentje op. Nu voelt het beeld compleet.

‘Kleed je eerst maar uit,’ zeg ik.

Zonder iets te zeggen begint hij zich voorzichtig uit te kleden. Knoopje voor knoopje gaat zijn Ralph Lauren overhemd open en onthult langzaam zijn bleke beginnende bierbuikje, dun is het niet meer te noemen, maar het is nog geen volgroeide bierbuik. Ik rook rustig door en tik de as gewoon af op de vloer. Rutger trekt het overhemd uit zijn broek, maakt zijn broekriem en gulp open en laat langzaam zijn broek open. Hij doet er het hele eerste nummer over om zich uit te kleden, maar het lijkt wel een scène uit Turks Fruit, alleen dan met twee mannen. Als laatste trekt hij zijn onderbroek omlaag, over zijn witte gladde bovenbenen, over de knokige knieën, over zijn dunne enkels. Nu staat hij daar helemaal naakt en inderdaad, hij heeft zijn kuisheidsgordel nog steeds om.

Nu buk ik voorover, de tas met het hondenmasker en staart had ik onder mijn bed gelegd. Ik haal de tas tevoorschijn en laat hem een paar seconden in de lucht bungelen. Nu speelt op de achtergrond het tweede nummer van het album, China Girl, Rutger heeft ook wel iets weg van porselein. Robuust maar breekbaar. Ik open de tas en haal het hondenmasker tevoorschijn.

Zijn ogen worden groot en komt iets dichterbij staan om het leren masker goed te bekijken. Ik zeg nog niets, ik sta op en kom dichter bij hem staan. Voorzichtig schuif ik het leren masker over zijn bruine haar. Door de grote ooggaten kan ik zijn bruine pupillen nog zien, maar alle ander kenmerken die hem mens maken zijn weg.

‘Hoe staat het?’ vraagt hij.

Ik leg mijn hand op zijn leren snuit, ‘Je mag niet meer praten nu, vanaf nu ben je een puppy.’

Hij knikt.

‘Nee, je moet blaffen.’

‘Woef.’

‘Een beetje je best doen.’

Rutger begint zijn beste hondenimitatie te doen, hij klinkt als een keffertje. Ik pak ondertussen de plastic tas en haal de siliconen staart eruit. ‘Nu heeft hondje nog een staartje nodig.’ Hij begint te blaffen en enthousiast te knikken.

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld