Nieuwste onderwerp

Mephisto

In ons gezin is het niet gebruikelijk dat wij openhartig met elkaar praten. Mijn moeder slaapt bijvoorbeeld bijna iedere avond op de bank en wij weten allemaal waarom. Dat soort dingen verzwijgen wij, ik heb lange relaties gehad waar mijn ouders niks van af wisten. Dat ik op mannen val heb ik ze ook nooit echt verteld, ik nam op een dag gewoon een man mee en ook daarover hebben we daarna niet meer gesproken. Moeilijke kwesties worden bij ons liever onder het tapijt geschoven dan dat we er een serieuze discussie over hebben. Zo was ik laatst voor het eerst op bezoek bij mijn zus in haar nieuwe studentenhuis in Amsterdam, en vertelde zij mij het volgende verhaal dat ze om overduidelijke redenen liever niet met onze ouders deelde.

 

*

 

Het was bijna vanzelfsprekend dat ze dit zou doen, haar vader en moeder waren immers ook lid geweest tijdens hun studententijd. Alleen haar broer moest zo nodig naar de toneelschool. Het was dus aan haar om de naam hoog te houden. Ze waren vanochtend vroeg in bussen geladen zonder dat hen was verteld waar ze heen zouden gaan. De borden langs de snelweg gaven enig idee: Oosterhout, Breda, Tilburg. Het was ergens vlak bij de grens, zo afgelegen als je het in dit land kon krijgen, zodat de ontgroeningsrituelen in alle rust plaats konden vinden.

Naast haar in de bus zat Manon die op de middelbare school ook wel “Manon zuipkanon” werd genoemd, een bijnaam die haar bij het corps waarschijnlijk zou volgen. Manon en Bente werden soms zusjes genoemd. Niet omdat ze nou bepaald op elkaar lijken, Bente was blond en Manon bruin, Bente was langer en had bredere heupen waardoor haar hockeyrokje altijd wat strak zat en Manon had aanzienlijk grotere borsten waar Bente wel eens jaloers op was. Ze werden gezien als zusjes omdat ze letterlijk alles samen deden, zo ook nu: Bente had zich niet ingeschreven als Manon dat niet had gewild en andersom.

Normaal gesproken praatten ze altijd veel met elkaar, of “geiten” zoals Bente’s moeder hun gelach altijd noemde, maar nu waren ze allebei stil. Niemand in de bus zei iets, een gedwongen stilte had zich over de groep meester gemaakt, de clichématige stilte voor de storm. Niemand wist immers wat er zou gaan gebeuren, voor het inladen was hen alleen beloofd dat dit de twaalf zwaarste dagen van hun leven zouden worden.

Ze reden nu door weilanden en bossen, in de verte stonden afwisselend paarden of koeien in de velden. Bente stelde zich al voor dat ze de komende twaalf dagen tussen de koeienvlaaien in de open lucht zou moeten slapen en dat die geur hopelijk zou gaan wennen. De bussen reden een terrein op dat grotendeels overgroeid was, de ontgroening vond blijkbaar plaats in een oude fabriek. Het was een hoog gebouw van baksteen, ver van de bewoonde wereld, waar al jaren niks meer aan was gebeurd. Sommigen ruiten waren gebroken en op het dak groeiden al kleine bomen en struiken. Door grote deuren reden de bussen sloom het gebouw binnen. Toen het felle buitenlicht verruild werd voor de schemering van binnen, sloeg bij Bente de angst toe. Daar zaten ze dan, 500 jongeren, in een oude fabriek, onttrokken aan de buitenwereld voor twaalf dagen.

De bussen stelden zich keurig naast elkaar op in de fabriekshal. De begeleider die de hele rit voorin in de bus op zijn telefoon had zitten kijken, stond nu op en schreeuwde dat ze als de sodemieter uit moesten laden.

Het uitladen van de feuten ging er minder vriendelijk aan toe dan het inladen. De leden van de groencommissie en de begeleiders trokken, duwden, schreeuwden en sloegen zelfs met paraplu’s. Het enige dat nog ontbrak waren de blaffende herdershonden.

Ze moesten hobbelen, leden deden niet aan rennen, ze moesten voor een podium aan het einde van de hal op hun hurken gaan zitten en met de vingers in de oren zoemen. Bente en Manon hurkten naast elkaar en begonnen zo hard als ze konden eentonig te neuriën. Na een tijdje vulde een hels geluid de zaal. De groencommissie beklom het podium, ze droegen allemaal felgroene vestjes onder hun pakken. In het midden stond een oudere student, af te lezen aan de bierbuik, met een rood duivelsmasker op, in zijn handen hield hij een megafoon. Maar ze lieten het zoemen doorgaan, om zich heen zag Bente mensen rood aanlopen, meisjes die naar adem happen en jongens die gingen verzitten omdat ze kramp kregen.

Het geluid van vijfhonderd zoemende jongeren was zo hypnotiserend dat het voelde alsof het lang duurde, maar uiteindelijk nam de jongen met het duivelsmasker toch de megafoon voor zijn mond.

‘Welkom novieten!’ schreeuwde hij op een toon die aan Mussolini deed denken, waarop iedereen gelijk stil werd. ‘Dit zullen de twaalf zwaarste dagen van uw miezerige bestaan worden. Deze twaalf dagen moet u door de negen ringen van de hel opklimmen naar het vagevuur, om uzelf toegang te verschaffen tot de hemel van het lidmaatschap!’

 

*

 

‘De negen ringen van de hel?’ vroeg ik terwijl ik mijn slappe koffie aanroerde.

‘Ja,’ zei Bente, ‘het was allemaal een gebaseerd op een boek, ik weet even niet meer welke, maar dat zal jij wel weten.’

‘De goddelijke komedie van Dante.’

‘Ja die ja, en de voorzitter van de groencommissie noemde zichzelf Mephistopheles, is dat dan de duivel?’

‘Mephistopheles is een demon uit de Faust legende, eigenlijk hebben ze dus twee literaire werken door elkaar gehaald, Faust heeft niet zoveel met de hel te maken.’

‘In ieder geval, hij dus, daar wilde ik even over praten.’

 

*

 

De ontrgroeningsrituelen werden steeds vreemder en zwaarder, iedere dag hadden hun beulen weer iets anders voor hen in petto. De vierde dag was weer vreemder dan de dag ervoor, de fabriekshal was zo donker mogelijk gemaakt, zodat Bente bijna niks kon zien. Ze was moe, net zoals de meeste feuten. Ondanks dat hen beloofd was dat ze genoeg slaap zouden krijgen, werd die slaap altijd wel door iets verstoord, of het nou harde muziek was of de begeleiders die stomdronken door de slaapzaal banjerden. Ze hadden zich in rijen op moeten stellen, wat in het donker bijna onmogelijk was. Gedurende een kwartier stootte iedereen tegen elkaar aan in een poging nette rijen te vormen. ‘Kunnen jullie dan ook niks! Stelletje kutfeuten!’ bleef een van de begeleiders schreeuwen. Uiteindelijk stonden ze in het gelid en moesten ze verenigingsliederen zingen.

Bente stond Latijnse teksten te schreeuwen die ze zelf amper begreep. Na een kwartier begon haar stem te breken, ze was al redelijk schor. Maar ze zong stug door, ook al wist ze van de helft van de klanken niet hoe ze die uit moest spreken.

Ze bleef zingen tot een felle zaklamp haar in het gezicht scheen. Het was de Mephistopheles, ook zonder masker had hij een angstaanjagend gezicht. Zijn neus stond scheef, die was waarschijnlijk ooit gebroken, hij had een ruwe huid met diepe plooien rond zijn ogen, waardoor hij een stuk ouder leek dan hij waarschijnlijk was en zijn wenkbrauwen stonden zo dat het leek alsof hij altijd fronste. ‘Zingen Barbie!’ schreeuwde hij. De afgelopen dagen had hij al de pik op haar, hij had haar al die bijnaam gegeven en hield haar constant in de gaten. Met haar ogen dichtgeknepen tegen het licht zong Bente door, terwijl hij om haar heen liep.

‘Ben jij nog maagd?’ fluisterde hij in haar oor. Ze durfde geen antwoord te geven en zong stug door. ‘Zwijgen is toestemmen hè!’ zei hij, nu harder en sloeg haar op haar kont. Bente liep rood aan en durfde gedurende niet op te kijken. Hij bleef dicht bij haar staan, aaide haar over haar billen, haar heupen en toen hij een van haar borsten aanraakte brak haar stem weer.

‘Ach meisje,’ zei hij en scheen haar weer in haar gezicht, ‘jij hebt een glaasje water nodig, kom maar even mee.’ Eerder ruw dan behulpzaam pakte hij haar bij de pols en trok haar weg. Ze keek om zich heen of ze Manon kon zien, maar ze zag haar nergens, ze kon amper iets zien.

 

Hij toog haar mee naar de oude kantoren van de fabriek, waar de groencommissie en de begeleiders hun slaapkamers van hadden gemaakt. De Mephisto had zijn eigen kamer. Het was een lege ruimte, waar eigenlijk alleen een tweepersoons luchtbed lag, verder lagen er een paar vieze kleren, een paar lege flessen drank en aan de muur boven het bed hing het masker.

‘Ga toch rustig zitten,’ zei hij terwijl hij bekertje vulde met kraanwater. Ze wist dat ze geen controle had over de situatie, ze wist niet wat zou gaan gebeuren, dus ging ze maar gewoon zitten. Hij gaf haar het bekertje water, met trillende handen bracht ze het naar haar mond, ze durfde hem niet aan te kijken.

‘Je doet het uitstekend hoor Barbie,’ zei hij, ‘je hebt alle potentie om een begeerlijk hertje te worden.’ Hij schoof haar ongewassen haar als een gordijn opzij en kuste haar in de nek. Bente was te bang om te schreeuwen om hulp. Nog voor ze die gedachte had verwerkt had hij het bekertje al uit haar handen genomen en haar op haar rug op het luchtbed geduwd. Nu hing hij met die duivelse tronie boven haar. Zijn ogen stonden wijd open, door de bloedbanen leken ze op bollen marmer met duidelijke rode strepen. Haar broek ging omlaag, al snel voelde ze pijn, ze voelde het trekken en knijpen in haar kruis. Zijn gezicht vertrok zich tot een grimas van het soort duiveltje dat van pijn geniet. Uit angst sloot ze haar ogen en probeerde geen geluid te maken, terwijl de warme lucht van zijn hijgen op haar gezicht sloeg. Bij haar kruis werd de pijn steeds intenser, het knijpen en trekken van de spieren daar bracht haar op de rand van huilen. Ze voelde tranen opwellen, maar voor die zich door haar traanbuizen naar buiten hadden geperst stond Mephisto alweer naast het luchtbed, zijn gulp dicht te doen. ‘Je bent echt nog lekker strak hoor Barbie, maar daar komt nog wel verandering in,’ zei hij en hees zijn broek een stukje op. ‘En nu terug naar de rest feut!’

 

*

 

Bente was nu stil en keek uit het raam naar de overwoekerde tuin van het studentenhuis. In mij kookte iets. Maar tegelijkertijd zei iets anders dat ik rustig moest blijven, dat er niks meer aan te doen viel. ‘En toen?’ vroeg ik.

‘Toen,’ ze keek me weer aan, ‘toen ben ik naar het toilet gegaan en heb langer dan een uur gehuild, tot een begeleidster op de deur klopte en vroeg of het ging.’

‘Moet je hier geen aangifte van doen?’

‘Nee, ik wil niet dat iemand dit ooit weet. Daarbij, er is weinig wat ik tegen hem kan doen, ik heb ook een contract getekend enzo.’

‘Weten papa en mama het?’

‘Oh god nee, papa komt hier persoonlijk de hele toko afbreken als hij er achter komt. Je mag het echt niet aan ze doorlullen.’

Ik zou niets zeggen, zei zou het er nooit thuis over hebben, dit zou belanden op de hoop geheimen en verborgen frustraties, die als een nucleaire bom onder onze eettafel ligt. Tijdens het volgende kerstdiner zullen wij met de neuzen van onze schoenen zachtjes tegen haar stalen huls tikken, wachten tot ze een keertje afgaat.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld