Nieuwste onderwerp

Ikhouvanjou

‘HALLO LIEKEEE!’
Onder water klinkt dat zacht en hysterisch tegelijkertijd. Lieke moet lachen; een grote bubbel ontsnapt uit haar mond. We komen weer boven. ‘Eh,’ lacht zij, ‘hallo Lieke?’.
Nu is zij. We tellen af, drie, twee, één, en dat moet vijf keer over omdat Lieke steeds moet lachen om hoe dramatisch ik dan ademhaal en m’n neus dichtknijp, en dan moet ik lachen omdat zíj steeds moet lachen als ze bijna onder gaat, en daarom allemaal zwembadwater binnenkrijgt, maar als we ons concentreren lukt het, we gaan weer onder.
Lieke houdt mijn schouders vast, schreeuwt iets in mijn oor. ‘LEKKER, SAUNAAA!’.

Dan gaan we een stukje zwemmen. Dat is precies honderd keer leuker in je nakie. Als twee pasgeboren dolfijntjes zwemmen we onder water achter elkaar aan, heen en terug, met onze buiken bijna over de bodem.
Als ik weer bovenkom kijkt ze me aan. ‘Wat zeg je?’
‘Niks,’ zeg ik. We gaan afdrogen.

We drinken koffie, extra grote cappuchino’s met karamel, we zijn allebei arm maar bestellen toch taart. Met natte haren bespreken we grote en kleine zaken, maken plannen en dromen voor later, zoals we altijd doen, voor onszelf en voor elkaar. We gaan in de muzieksauna, in de rozensauna. In het zoutwaterbad drijven we als twee zeesterren, hand in hand. Dan duwt Liek zich weer omhoog. ‘Wat zeg je?’ vraagt ze weer.
‘Niks,’ lach ik. We bespreken het klimaat, depressiviteit en de liefde, en trappelen dan als hondjes het zwembad door.

Van al het niks doen wordt je slaperig. We gaan liggen voor de haard, ergens boven, op een grote bank. Lieke valt gelijk in slaap. Ik lees de Flair uit 2016. Kaft tot kaft. Pel een sinaasappel, kijk hoe lief Lieke slaapt, sta op, om stiekem m’n mobieltje hier naartoe te smokkelen en een foto van haar te maken, maar nog voordat ik een stap heb gezet wordt ze wakker.
We zijn arm maar we bestellen frietjes en zalm en versgeperste jus d’orange. Ik lig face down op tafel omdat de serveerster maar niet komt. ‘Wát?’ klinkt er opeens.
Ik kijk op, een kruimel plakt aan m’n wang. ‘Niks?’
‘Oh.’ De serveerster komt. De frietjes zijn in recordtijd foetsie.

Met natte haren zitten we buiten, te wachten op een grijze Toyota. ‘Is dat hem?’ vraag ik bij alles wat in de verte beweegt en zich ergens tussen wit en zwart begeeft. ‘Ik bel wel waar hij blijft,’ zegt Lieke, en krijgt drie keer de voicemail van haar vader.
We hebben het over ikhouvanjou. Hoe dat in Lieke’s gezin een standaard begroeting was, en een standaard afscheid, hoe het bij alle vier de kinderen werd gejoeld als ze naar bed gingen, IKHOUVANJOU, IKHOUVANJOU! In mijn gezin is dat anders, gek genoeg. We zeggen het bijna nooit.
Lieke haalt haar schouders op. ‘Ik voel dat gewoon vaak, dat ik van iemand hou. Dus dan zeg ik het.’
Dan is er de grijze Toyota, en hij rijdt naar het huis van mijn ouders. Lieke en ik knuffelen lang, allebei nog warm en geurig. Dan rijdt ze weg. Ik zwaai in de deuropening.
Wat zeg je? Wat zeg je? Wát?
Ik voel dat gewoon vaak, dat ik van haar hou. Misschien moet ik dat iets vaker zeggen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Roald Dahl, Etgar Keret

Wat luister ik?

Elbow, Duke Ellington, Charles Bradley

Wat kijk ik?

Her, Eternal Sunshine of the Spotless Mind, Fantastic Mr Fox, Baby Driver, La Vita È Bella

Wat schreef ik?

Skydancer (roman, 2018)

Quote

"You're lucky if you get time to sneeze in this goddam phenomenal world." -J.D. Salinger, Franny and Zooey