Nieuwste onderwerp

Stijfsel (34)

Langzaam dwingt het naar binnen vallende daglicht mij mijn ogen te openen. Ik word wakker uit een droom waar ik me nu al nauwelijks iets van kan herinneren en die ik over vijf minuten waarschijnlijk helemaal vergeten zal zijn. Maar even lig ik gelukzalig op bed, want ondanks dat ik me weinig kan herinneren weet ik dat het een goede droom was.

Buiten zie ik dat de dag al volop bezig is, de wereld is allang opgestart. Op de digitale wekker, die naast de bronzen Mussolini op mijn bureau staat, zie ik dat het al half elf is. Wanneer ik zo lang uitslaap heb ik altijd het gevoel iets belangrijks gemist te hebben.

Met moeite stap ik uit mijn bed, kleed me aan en loop de piepende trap af. In de hal ruik ik gelijk al rook. Op de bank in de woonkamer ligt mijn zus in haar hockeykleren te roken. Ze tikt de as van haar peuk af in een glas water op de salontafel waar er al een paar in zitten. De laptop heeft ze op haar buik neergezet. Ze kijkt naar zo’n programma waarin een groep Britse twintigers enkele weken in een groot huis in een warm oord is geparkeerd, dat levert dan leuke televisie op. Als ik kijk naar de jongen op het scherm, zijn haar met overdreven veel gel achterover gekamd, en hoor wat hij zegt voel ik mijn maag zich toch rechtsom draaien. Dit soort programma’s moeten toch wel een soort misstap zijn in de mars der beschaving.

‘Papa wil niet dat je in het huis rookt,’ zeg ik.

‘Dat doen jij en mama ook,’ reageert Bo zonder van haar scherm op te kijken.

‘Niet zoveel als jij.’

‘Papa heeft tot ik tien was iedere dag dikke sigaren gerookt en nu is z’n gebit zo geel als pis.’

‘Moet jij niet naar je trainingen?’

‘Ga zo,’ zegt ze en inhaleert diep, ‘de trainingen beginnen pas over een uur.’

In de keuken dwing ik mezelf om ontbijt te gaan maken. Normaal gesproken heb ik ‘s ochtends geen zin in eten, tegelijkertijd vind ik mezelf te dun. Dus dwing ik mezelf. In de ijskast liggen alleen maar kaas en vleeswaren. Ik moet iets lichts. Dus ik pak de doos met droge zoute crackers en beleg er twee zo dun mogelijk met kaas en komkommer.

‘Is dat je ontbijt?’ vraagt Bo als ik in een fauteuil in de woonkamer ga zitten, ‘daar kun je toch niet op leven?’

‘Ik heb tenminste niet van die bleke melkflessen van dikke hockeymeisjesdijen.’

Bo strijkt even over haar bovenbenen tot de rand van haar hockeyrokje. ‘Zo dik zijn ze niet.’

Ik frummel mijn telefoon uit mijn broekzak en scrol door de berichten. Een paar berichtjes zijn van Rutger. ‘Ben jij thuis vanavond?’ vraag ik aan mijn zus.

‘Nee man,’ ze blaast een dikke wolk rook uit, ‘Morgen is er geen training dus we gaan de stad in. Hoezo?’

‘Niks,’ antwoord ik terwijl ik met een hand zijn berichtjes beantwoord en blijkbaar glimlach.

‘Wie komt er?’

‘Rutger komt.’

‘Oh die geile bal,’ zegt ze en neemt weer een hijs, ‘wel in je bed hè. Als er zaadvlekken op deze bank komen wordt mama gek.’

 

Ik sta te wachten in de hal van het centraal station. Het duurt even voor ik zijn bleke hoofd met de roltrap omhoog zie komen, zijn dunne bruine haar in een scheiding plat op zijn hoofd. Na een week zuid-Frankrijk is hij nog geen spat bruiner geworden. Hij draagt weer zijn typische kleding, Ralph Lauren overhemd in een Hilfiger broek met Clarks eronder.

‘Hey jij,’ zegt hij en slaat een arm om mij heen. Als hij zo bij me staat voel ik met toch klein, ook al is hij maar een schamele vijf centimeter langer dan ik.

‘Je bent niet echt bruin geworden in Frankrijk,’ merk ik op nadat we elkaar begroet hebben.

‘Nee, ik word nooit bruin. Ik ben een gezonde Hollandse jongen.’

‘Je rekt dat begrip dan wel enigszins op.’

‘Zullen we wat gaan drinken in de stad?’ Zonder op mijn antwoord te wachten draait hij zich al een kwartslag richting de stationsuitgang. Ik stem in en twee aan twee lopen we het station uit, door het gloednieuwe winkelcentrum, de stad in.

‘Heb je me gemist?’ vraagt hij en kijkt me aan met zijn bruine kraaloogjes.

‘Ik heb je wel gemist,’ antwoord ik, ‘maar ik heb me wel vermaakt deze week. Heb jij mij gemist?’

‘Jawel hoor, maar ik was de hele tijd met de jongens, dus heel veel tijd om je te missen heb ik niet gehad.’

‘Je had een kaartje kunnen sturen.’

‘Een kaartje? Wie stuurt er nou nog kaartjes?’

‘Nou, ik dus. Ik ben een romanticus, ik houd van briefpapier, typemachines, postzegels en stempels op die postzegels.’

‘Had je in de jaren dertig willen leven?’

Ik kijk hem aan en moet even lachen. ‘Misschien, maar dan zonder dreigende oorlog, niet als homo en zeker niet als jood, misschien was het dan leuk geweest.’

‘Ze hadden je afgemaakt,’ om de een of andere reden legt hij zijn hand op mijn zij, alsof we arm in arm lopen. ‘Homo, Joods en ook nog eens links.’

‘Hoezo ben ik opeens links?’

‘Je stemt toch op de Jessias?’

‘Nee, ik stem D66. En je moet niet zo met je arm om me heen lopen, mensen kijken naar ons.’

‘Jij bent toch acteur? Jij wil toch graag dat mensen naar je kijken.’

‘Dat is het niet. Je kan als homo gewoon niet zo intiem over straat lopen, jij weet ook wel wat er dan kan gebeuren.’

‘Ach het is klaarlichte dag.’

‘Toch,’ ik duw zijn arm van mijn middel, ‘er hoeft maar één gekkie rond te lopen.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld