Nieuwste onderwerp

Hand/hand

Altijd als ik weer bij mijn ouders ben en ze kibbelen over onbenullige dingen, gooi ik mijn armen wijd en roep ik: ‘De vredesduif! Ze is weer thuis! Ik wil alleen maar liefde zien!’.  Ja ja, zeggen ze dan. Ze hebben het hartstikke goed met z’n tweeën, het gaat prima zonder mij. Als ik ze ‘s avonds nog een kus kom geven slapen ze al half. ‘Kijk,’ zegt papa, tilt de deken een beetje op, zodat ik kan zien dat ze elkaars hand vasthouden. Nacht in, nacht uit, al decennia.

De volgende dag eten mijn moeder en ik een ijsje. Het dorp heeft maar één winkelstraat, één echte ijssalon. Papa en zij woonden vroeger maar een paar straten van elkaar. Mama zat bij de majorettes, papa bij de trommelclub: in de fanfare hoefden ze nooit ver te kijken om elkaar te zien. Ze zaten op dezelfde scholen, kenden elkaars vrienden. Als ik van het station naar hun huis loop kom ik altijd langs het veldje waar ze voor het eerst hebben gezoend.
‘Stuur een foto naar die jongen van jou,’ lacht mama, en houdt haar bolletje hazelnoot naast haar gezicht. Ik schud mijn hoofd. In dit stadium is je moeder nog iets heel gewichtigs. We kijken naar de fonteintjes, die nieuw zijn, maar verder is er in de afgelopen dertig jaar weinig veranderd.
‘Ik weet niet, mam,’ zeg ik. ‘Ik denk niet dat ik ooit zo zeker van iemand ben geweest. Het voelt heel echt. Dat is toch eng?’
‘Dat is helemaal niet eng,’ antwoord ze. ‘Dat is toch fantastisch?’

Als ik weer terug ben in de stad is het nacht, en ben ik de kleine lepel. De jongen ligt met zijn neus in mijn nek en ik fluister-vraag: ‘Vertel eens heel lief verhaaltje.’
‘Oké.’ De jongen begint aan iets over ijsjes en Disneyland, maar het eindigt met afgehakte hoofden, gespiest, en een dode hond, en ik druk mijn handen op zijn mond maar hij praat gewoon door, de meest bloederige details, en hij stopt pas als ik mijn kussen op zijn hoofd laat vallen. Een ander verhaal, dan, over een kever en een tor, en nog voor het einde slaap ik al een beetje. Hij pakt mijn hand, wrijft over mijn vingers met zijn duim. Zo slapen we. Als we ‘s nachts de hand verliezen vinden we die haast automatisch weer terug.

‘s Ochtends klimt hij uit bed. Met half open ogen kijk ik toe hoe hij zich aankleedt, zijn spullen pakt, zich klaarmaakt voor werk. Hij loopt mijn kamer uit om zijn tanden te poetsen. Ik draai me om in de dekens, stel me voor hoe hij vergeet afscheid te nemen, linea recta van de badkamer naar zijn fiets gaat, hoor ik nou de deur, het rammelen van zijn fiets, ja, ik hoor het, zie je wel.
Maar wat ik hoor is mijn kamerdeur. Ik doe mijn ogen open en zie hoe hij naar mijn bed loopt, op de rand gaat zitten. ‘Doeg,’ zegt hij, en geeft me een kus, en nog één. We glimlachen. We wonen in andere grote steden, maar ook een beetje maar een paar straten van mekaar.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Roald Dahl, Etgar Keret

Wat luister ik?

Elbow, Duke Ellington, Charles Bradley

Wat kijk ik?

Her, Eternal Sunshine of the Spotless Mind, Fantastic Mr Fox, Baby Driver, La Vita È Bella

Wat schreef ik?

Skydancer (roman, 2018)

Quote

"You're lucky if you get time to sneeze in this goddam phenomenal world." -J.D. Salinger, Franny and Zooey