Nieuwste onderwerp

Stijfsel (33)

Bij het nieuwe station wordt er tevens een nieuw winkelcentrum gebouwd. Met de plastic tas loop ik door het deel dat al af is, langs de internationale mega-ketens. Laatst las ik dat grote winkelcentra als deze in de V.S. juist in verval raken, maar hier in Europa worden ze nu juist uit de grond gestampt. Alles ziet er overdreven gelikt uit, de marmeren vloeren, het hoge glazen dak, er wordt zelfs aan een fontein gewerkt in de centrale hal. Het schijnt allemaal in handen te zijn van een rijke Arabische sjeik, die zich al klaarmaakt voor een toekomst waarin zijn olie overbodig is. Diversify your holdings, zoals ik een van mijn vaders vrienden ooit heb horen zeggen. Het is wel een verbetering ten opzichte van het bedompte oude winkelcentrum dat hier eerst stond.

Plotseling hoor ik een harde knal, hoor een vrouw gillen  en zie een paar mensen de andere kant uit rennen. Even kijk ik vertwijfeld om me heen, zoals een paar anderen met mij. Naast mij staat een lang meisje met kort bruin haar, met zo’n canvas tasje van de Dille&Kamille om haar schouder. We kijken elkaar even aan met zo’n blik van; zal wel niks zijn.

Er is inderdaad niks, er volgt geen tweede knal, iedereen in de hal vindt zijn rust weer. Een kind heeft blijkbaar een ballon kapotgetrapt.

De nieuwe fietsenkelder is eveneens zo’n modern ontwerp, alleen maken het opgepoetste marmer en glas hier plaats voor beton en staal. Alle muren en pilaren zijn van bleek beton, verlicht door blauw licht en beschilderd met dikke zwarte letters om de richting aan te geven. Het is een soort Führer-Bunker voor fietsen. Alleen de baan waarover je moet fietsen is om de een of andere reden oranje.

Ondanks dat de rijen aangegeven worden met die zwarte blokletters ben ik vergeten waar ik mijn fiets neer heb gezet. Daarbij komt nog dat mijn fiets er eentje is als dertien in een dozijn. Zo’n beetje gammele zwarte omafiets waarvan er in deze stad letterlijk duizenden zijn. Ik zwalk door de rijen en rijen met fietsen. Het enige herkenningspunt dat ik heb is mijn hangslot, dat is namelijk roze, maar na een kwartier heb ik het nog steeds niet gevonden. Na nog tien minuten zak ik af naar de tweede laag van dit fietsenlabyrint.

Door deze zoektocht zou ik bijna vergeten wat er in de plastic zak zit. Net in het winkelcentrum is het spannend, dat niemand wat vermoedt bij die tas. Dat ik eruit zie als een gewone student, die net zijn geleende studiefinanciering uit heeft gegeven aan kleding en dat mensen niet door hebben wat er eigenlijk in die tas zit. Voor hetzelfde geld is het een bom.

Ook een verdieping lager loop ik door nagenoeg identieke rijen met fietsen. Voor mij loopt een meisje van mijn leeftijd op dezelfde zoektocht. Ze draagt haar donkerblonde haar in een strakke vlecht die bij iedere stap zachtjes op haar zwarte leren jasje tikt. Ze draagt kleine zilveren ringetjes in haar oren en heeft haar lippen felrood gekleurd. Ik vraag me af of zij het soort meisje is waar ik op zou vallen als ik op meisjes viel. Ik vind haar wel mooi, ze loopt in een zorgeloze pas die ik probeer te imiteren. Voor ik het weet loop ik achter haar aan en vergeet naar mijn fiets te zoeken.

‘Kun jij je fiets ook niet vinden?’ vraagt ze als ze me opmerkt.

‘Ja,’ antwoord ik beduusd.

‘Hoe lang geleden heb je hem hier neergezet?’ Ze heeft ook nog mooie witte tanden. Een meisje waar ik prima vrienden zou kunnen zijn, dat we samen over straat lopen en heterojongens mij enigszins jaloers na zouden kijken.

Ik denk na, de afgelopen weken heb ik de fiets van mijn moeder gebruikt, deze fiets moet hier al minstens drie weken staan. ‘Een tijdje geleden al,’ antwoord ik, ‘ik ben hier niet zo vaak meer.’

‘Je kan je fiets hier maar eenentwintig dagen laten staan,’ zegt ze en wijst naar een bordje dat op een van de betonnen pilaren hangt.

‘Waar brengen ze die fietsen heen dan?’

‘Geen idee,’ ze haalt haar schouders op en loopt weer verder.

Mijn fiets is dus waarschijnlijk weggeknipt en naar een opslag aan de rand van de stad gebracht, dus sjok ik weer naar boven, richting de bushalte.

Inmiddels is de zon onder gegaan. De bus zet mij op een paar minuten lopen van mijn huis af. Een paar jaar geleden, in de crisis, stonden de dikke wagens hier zonder benzine erin en onverzekerd op de opritten, gewoon om te laten zien dat men er een had.

Ik was nog heel jong, maar ik merkte wel op dat mijn vader toen nauwelijks thuis was. Dat was ook de periode dat mijn moeder begon met drinken. Er was niemand die echt goed op mij en mijn zusje lette. Ik kon de hele dag mijn eigen gang gaan.

Als ik de oprit op loop hoor ik gedempte muziek door de bakstenen heen trillen. Onze ouders zijn natuurlijk in Frankrijk en mijn jongere zus, Bo, neemt het er dan altijd van.

‘Hoi,’ schreeuw ik zo hard mogelijk boven de muziek uit. Maar er komt niks terug, in de woonkamer ligt Bo languit op de bank in haar hockeykleren.

‘Jezus,’ zegt ze als ze me ziet, ‘waar kom jij nou weer vandaan? Ik dacht dat jij in Arnhem was.’

‘Was ik ook,’ zeg ik terwijl ik naar de keuken loop, ‘en nu ben ik weer hier.’ In de keuken trek ik de ijskast open en pak een biertje.

‘Wat heb je gekocht?’ vraagt Bo zonder ook maar haar hoofd van de bankleuning op te tillen.

‘Niks,’ antwoord ik en houd de plastic tas stevig vast.

‘Gast, laat nou even zien.’

‘Nee, er zit vuile was in.’

‘Oh, goor, pak voor mij ook eens een biertje.’

‘Doe het lekker zelf.’

‘Gast, ik heb de hele dag zomertraining gehad voor de selectie in deze hitte, pak gewoon even een biertje voor me.’

Ik geef haar mijn bier, waar ik maar een paar slokken van heb genomen. ‘Drink dit maar op, ik ga pitten. En zet die muziek wat zachter, het is al laat.’

‘Gozer, we wonen vrijstaand, doe niet zo moeilijk.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld