Nieuwste onderwerp

Lifter

voor Merel

Mus is de eerste lifter geweest die ik meenam in mijn auto. Ze stond langs de weg, op het trottoir met een kartonnen bord waarop “Jumbo” stond. Je hoort wel eens dat mensen beweren dat er momenten zijn dat je handelt, eerder dan dat je je bewust bent van de daar bijbehorende gedachte. Intuïtieve handelingen vinden er dan plaats. Je hebt ook veel theorieën over de aantrekkingskracht van felle kleuren. Spelers schijnen sneller de bal recht op een keeper te schieten wanneer die een felgekleurd tenue draagt. Mus droeg een limoengroene sjaal. Een kleur die niemand staat en dan toch iemand staat. 

‘Dit is de eerste keer dat ik een lifter meeneem,’ zei ik door het opengedraaide autoraam.
‘Dit is de eerste keer dat ik lift. Ik moet naar de Jumbo.’ Ze hield het kartonnen bord even omhoog. Ik zag dat de sjaal gehaakt was. Gaatjes in het haakwerk vormden samen bloemen.
‘Heb je die sjaal zelf gehaakt?’ vroeg ik.
Ze schudde van nee. Links van me gingen auto’s rijden. Ik was naar de buslijn uitgeweken.
‘Is de Jumbo richting de snelweg?’
‘Het is die weg omhoog,’ antwoordde ze wijzend in de verte.
Ik haalde mijn tas van de bijrijdersstoel en veegde over een vlek in de bekleding. Ik krijg de vlek er niet uit. Volgens mij is het een tabascovlek.

‘Dank je, dat ik mee kan rijden. Ik heet Mus.’ Het liftbord plaatste Mus als een tafelblad op haar schoot en legde haar handen erop. Precies zoals je deed op de basisschool wanneer je elkaars handomtrek overtekende.
‘Ik heet Humphry,’ zei ik na een korte stilte. Of het hoort dat de liftgever ook zegt hoe die heet, wist ik niet. Ik manoeuvreerde de auto richting de rijbaan. Mus tikte met haar wijsvinger tegen het glazen kogelvisje die ik heb hangen aan mijn achteruitkijkspiegel.
‘Mag je ik je Hum noemen?’ vroeg ze, ‘Onze namen vormen dan samen hummus.’
De auto achter me claxonneerde met het inzetten van mijn invoegtechniek. Mus stak haar middelvinger uit het raam.

‘We hebben een rode golf,’ zei ik bij het vierde stoplicht waar we voor moesten stoppen. We stonden nog op het viaduct waar vlakbij ik Mus had opgepikt.
‘Je rijdt verkeerd,’ zei ze. Ze keek me niet aan, maar hing met één arm en haar hoofd uit het raam.
‘Wat dan?’ Er was geen mogelijkheid meer om van baan te wisselen. Ik reed het viaduct rond tot we weer op hetzelfde punt waren.
‘Je ziet de gele vlaggen.’
Ik volgde Mus’ vinger en nam de naar rechts afbuigende weg. Vijfhonderd meter verderop reden we het parkeerterrein van de Jumbo op. ‘We zijn er,’ zei ik.
‘Ja,’ antwoordde Mus. Het liftbord schoof ze in het linnen tasje dat ze bij zich droeg. De stof was bedrukt met het zonnestelsel. Op de ring van Saturnus stonden dansende egeltjes.
‘Bedankt voor de lift, Hum.’
‘Mus.’
‘Ja?’ Ze boog zich half terug de auto in.
‘Hummus,’ zei ik.
Ze glimlachte. Net voor ze de Jumbo in liep, sloeg ze een uiteinde van haar sjaal naar achter over haar schouder.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

de krant, Elvis Peeters, Niccolò Ammaniti, achterzijdes van shampooflessen en medische boeken

Wat vind ik?

Dat mensen op Marktplaats moeten aangeven als een wit product gebroken wit is.

Wat luister ik?

Jake Bugg, Bach (bij voorkeur de cello suites), Mogwai, Pascal Pinon en naar de jankende katten in de tuin

Wat kijk ik?

NPO documentaires, arthouse films

Quote

It's raining cats and dogs and I have a rabbit.