Nieuwste onderwerp

Stijfsel (28)

De inhoud van mijn ijskast is karig en wat er dan nog in ligt kan ik net zo goed gelijk weg gooien. Ik ben te lang niet thuis geweest. Uit het kastje onder de gootsteen pak ik de felblauwe boodschappentas en loop de trap af.

Zodra ik de deur achter me dicht trek pak ik mijn sigaretten uit mijn jaszak. Volgens mijn vader is dit de reden dat mensen zoveel blijven roken. Dat rokers bij iedere kleine handeling, zoals twee minuten naar de supermarkt lopen, een sigaret opsteken. Als je dan probeert te stoppen mis je iets tijdens het lopen of het wachten op de bus. Ik stop een sigaret tussen mijn droge lippen, steek hem aan en loop naar de supermarkt.

Supermarkten stellen mij altijd op mijn gemak, door het overzicht dat er heerst. Alles is recht en overzichtelijk, een schap dat scheef staat komt zelden voor. Alsof de eerste supermarkt ooit door een vorm-puristische Bauhaus architect is ontworpen en dat dat concept tot op heden is overgenomen. Daarnaast lijken ze altijd een soort logica te volgen, de frisdrank staat bijvoorbeeld altijd tegenover het bier, daarachter is het schap met chips en nootjes, met daar tegenover weer het snoep en ga zo maar door.

Ooit las ik dat de hel een supermarkt was waar men nooit zou kunnen vinden wat hij zoekt en dus eeuwig rond moet dwalen. Zou Sisyphus dan iedere dag een loodzwaar wagentje een berg op moeten duwen? Waar ik dat toen las weet ik niet meer. Ik probeer het met mijn telefoon op te zoeken terwijl ik voor het schap met conserveermiddelen sta, maar ik kan zo snel niks vinden, volgens mij was het Sartre.

Wat ik precies wil koken weet ik nog niet. Dus loop ik door de schappen tot ik iets zie waar ik zin in heb. Bij het schap met rijst en oosterse gerechten weet ik dat ik daar geen zin in heb en kijk even op mijn telefoon om mijn bankrekening te controleren, maar ik zie dat het beginscherm vol staat met berichtjes van Paul.

>Hallo?

>Antwoord eens!

>Je hebt dit echt wel gezien.

>Wil even met je praten.

>Het spijt me echt en ik word er gek van.

Dus bel ik hem, de telefoon gaat nog geen twee keer over voor hij opneemt.

‘Hoi’, hoor ik hem kalm zeggen. Maar het lijkt alsof die kalmte hem moeite kost.

‘Hoi Paul.’

‘Waar ben je?’ vraagt hij nog steeds op die monotone kalme toon, ‘ik hoor muziek op de achtergrond.’

‘Ik ben in de supermarkt.’

‘Hier in de stad? Of ben je in Arnhem nu?’

‘Ik ben in Arnhem ja,’ antwoord ik terwijl ik een verpakking volkorenpasta uit het schap pak, dat ik van beide kanten bekijk en daarna weer terug leg.

‘Wat moet je halen?’

‘Eten, een mens moet eten.’

Het is even stil aan de andere kant van de lijn, hij zoekt waarschijnlijk naar woorden, waardoor ik alleen het slome deuntje van de supermarktmuziek hoor.

‘Wil je anders bij mij komen eten? Dan kunnen we even praten.’

‘Daarvoor bel ik je niet,’ zeg ik en heb gelijk spijt van hoe kribbig dat klonk.

‘Oké sorry,’ zegt hij gelijk, ‘het spijt me dat ik laatst zo doordramde met dat…’ hij zegt het niet hardop. ‘Maar ik dacht dat je er wel oké mee zou zijn.’

‘Nou, niet dus.’

‘Ja en dat is ook goed, ik vind het niet erg. Het is ook heel erg belangrijk dat je je grenzen aangeeft bij dat soort dingen.’

‘Waarom deed je dan zo dwingend?’

‘Ja sorry, ik was een beetje aangeschoten en geil.’

Bij de koeling met de vegetarische producten blijf ik even staan, de vegetarische hamburgers zijn in de aanbieding.

‘Hallo?’ vraagt Paul, ‘ben je daar nog?’

‘Ja ik ben er nog hoor,’ zeg ik en leg twee pakken burgers in mijn mandje.

‘Jij deed ook een beetje raar toen.’

‘Hoezo deed ik raar?’

‘Je bleef heel lang stil, maar echt heel lang.’

Het moet toen wel enkele momenten hebben geduurd voor ik reageerde. Nadat hij de kuisheidsgordel tevoorschijn haalde kon ik alleen maar denken aan wat Rutger mij een paar weken daarvoor had gevraagd.

‘Ik moest even bekomen van de schrik, ik bedoel, we kennen elkaar net en hebben een keer eerder seks gehad en jij vraagt gelijk zoiets.’

‘Zo heftig is het toch ook weer niet? Het zou maar voor even zijn.’

‘Hoe bedoel je? Het is toch de bedoeling dat je zo’n ding langer om houdt.’

‘Oh,’ het klinkt alsof hij moet lachen, ‘was je daar bang voor? Niemand doet dat echt hoor, je draagt het alleen tijdens de seks. Ik zou ook echt niet jouw sleuteltjes willen bewaren.’

Even blijf ik stil terwijl ik naast de kaas sta en denk aan Rutger. Hij wil dat allemaal wel, is dat dan abnormaal? De hele situatie is sowieso abnormaal, maar dit moest dan een diepere laag van die abnormaliteit zijn.

‘Ik dacht dat dat de bedoeling was, dat je compleet de macht uit handen geeft.’

‘Het zou nogal raar zijn als ik dat van je vroeg toch. Alleen mensen die van echte hardcore BDSM houden doen dat.’

‘Oké,’ stamel ik. Ergens voel ik de noodzaak om hem over Rutger te vertellen en wat wij samen allemaal doen. Dat Rutger mijn echte vriend is en hij maar een afleiding, of eigenlijk een uit de hand gelopen ongelukje. Tegelijkertijd voel ik de behoefte om te voelen wat Rutger voelt, ik wil weten hoe het is om niet de controle te hebben.

‘Je hebt me gewoon verkeerd begrepen toen,’ zegt Paul om de stilte te verbreken. ‘Luister, wil je echt niet komen eten? Dan praten we gewoon. Ik kook, wat vind je lekker?’

‘Vegetarische lasagne,’ zeg ik zonder er eerst goed over na te hebben gedacht.

‘Hoe laat ben je hier?’

‘Ik kan er met anderhalf uur zijn denk ik.’

‘Prima, en we hoeven niks te doen als jij dat niet wilt hè.’

Ik maak een instemmend neurie geluid.

‘Oké, tot zo, hoi hoi.’ Paul hangt op, hij zegt blijkbaar “hoi hoi” aan het eind van zijn telefoongesprekken, iets wat hem niet echt past.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld