Nieuwste onderwerp

Grens

Eerste: Link
Vorige: Link

Al rond een uur of zeven beginnen mensen buiten te boren en te bouwen. Voor het eerst in weken slapen Jurriaan en ik niet in hetzelfde bed of zelfs dezelfde slaapkamer. Ik maak van deze mogelijkheid gebruik om even, in alle rust, een film te kijken. Eigenlijk zou ik moeten schrijven want ik loop achter met mijn reisverhalen, maar ik ben moe en heb geen zin om iets te doen wat als werk aanvoelt.

Samen met Milos slenteren we door de straten van Sarajevo. Hij en ik gaan op een terrasje zitten terwijl Jurriaan naar zijn date vertrekt. Milos en ik kletsen, maar ik erger me aan zijn macho-gedrag. De manier waarop hij onze serveerster afsnauwt en seksistische opmerkingen maakt over meisjes die hij ziet langslopen. Hij leest me de les over psychologie en studeren aan de universiteit en de steden die ik heb bezocht. Elke paar zinnen zegt hij ‘geloof mij maar’ en elke keer doe ik dat niet.

Een paar uur later rijden Jurriaan en ik naar de grens tussen Servië en Roemenië. Hij klaagt over zijn date, die niet dramatisch was, maar wel verre van leuk. Ik klaag over Milos en beiden klagen we over Servië.

Twintig kilometer later worden we weer aangehouden door politie die ons probeert af te persen. Wij zijn dit keer minder bang en doen alsof we even geen geld bij ons hebben.
‘You know, it’s fine, but you have to pay us something. Like, to get coffee,’ zegt de agent.
Ik walg van hem, maar vind wel opeens twintig euro in het handschoenenkastje.
Hij fronst. Hij weet dat we meer hebben, maar twintig euro is zijn dagloon, en hij laat ons gaan.
‘Als Roemenië net zo aanvoelt als hier, dan vluchten we naar Hongarije,’ zegt Jurriaan.
‘Ik heb de route al uitgestippeld,’ zeg ik meteen. ‘We kunnen vanavond nog in Debrecen zijn. We voeren een zero-tolerance beleid op Roemenië. Als ik ook maar één agent zie dan vluchten we.’

Verder zijn we stil. Gewoonlijk luisteren we naar de Red Hot Chili Peppers, maar nu tellen we de kilometers af tot we weer in de Europese Unie zijn.
Als we de grenspost zien knijp ik zachtjes in mijn benen om mijn zenuwen te verbergen. Dan pak ik de paspoorten.

Maar ondanks dat we vriendelijk glimlachen en beleefd hun instructies volgen, lijken de grenswachters boos op ons te zijn. Er wordt gesnauwd, we moeten de auto uit, tassen open, de achterbak moet worden leeggeruimd. Ze stellen kritische vragen over Jurriaans insuline-spuiten voor zijn diabetes.
De leidinggevende spreekt niet zo goed Engels. Een van zijn collega’s legt hem iets uit en ik zie schaamte op zijn gezicht omdat hij een secondelang niet de opperbaas was. Hij laat ons expres nog een paar minuten tassen en dozen openmaken, alleen maar om te laten zien dat hij alle macht heeft in deze situatie.
We smokkelen geen wapens of drugs (wel 15 flessen van Stojan’s wijn), maar toch heb ik het gevoel alsof we ergens mee wegkomen als de slagboom voor ons open gaat.

Dan, twee kilometer verderop. Nog een grenspost. Die van Roemenië dit keer.
‘Oh mijn God, nog één?!’ roep ik uit. ‘Ik kan de vorige grenspost nog zien! Waar kan ik in de tussentijd een voorraad heroïne hebben ingeslagen!’
We draaien het raampje omlaag.
‘Goedenmiddag,’ zegt Jurriaan vriendelijk in het Engels.
De douanier is een jonge jongen die vrolijk op ons af komt lopen. ‘Hey, hallo, welkom in Roemenië, wat zit er in die dakkoffer?’
‘Dat is onze tent. Je kan hem in en uitklappen.’
‘Woow, dat is vet cool!’ hij legt zijn hand er op en zijn gezicht wordt opeens serieus. ‘Daar kan je gemakkelijk wapens of mensen in smokkelen.’
Jurriaan begint te stotteren. Ik voel het bloed uit mijn gezicht trekken, maar dan begint hij keihard te lachen. ‘Maar ik neem aan dat jullie dat niet doen. Hey, veel plezier in Roemenië,’ en hij loopt weer weg.

‘Wat een baas,’ zegt Jurriaan.
‘Back in EU, baby!’ roep ik. Een paar minuten later zingen we luid en vals mee met de Red Hot Chili Peppers.

Het vervolg: Hostelpraat

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Ender's Game, Game of Thrones, The Magicians

Wat vind ik?

De zin 'Ik heb geen tijd' is onzin

Wat luister ik?

Reply All, Here Be Monsters, The Memory Palace

Wat schreef ik?

'Het geheugen van een olifant', prentenboek met Jan Jutte, uitgeverij Lemniscaat (2018)

Quote

Far and away the best price life has to offer is work hard at work worth doing - Theodore Roosevelt.