Nieuwste onderwerp

Stijfsel (25)

We liepen over de Singel, langs de gesloten bloemenkramen, waar Britse en Amerikaanse toeristen overdag bloembollen kopen die na een jaar geen bloemen meer geven omdat zij niet weten dat je die dingen uit de grond moet halen.

‘Wist je dat bloembollen vroeger kapitalen waard waren,’ zei ik, ‘halverwege de zeventiende eeuw kon je er een huis voor kopen.’

‘Kom hier jij,’ Rutger trok me naar zich toe, ‘gnerk ben je ook.’

‘Een wat?’

‘Dat je een beetje een nerd bent,’ zei hij en zoende me weer op m’n mond, vanachter werden we toegejuicht door een groepje Belgische toeristen.

We liepen verder, door nog een afzetting. Onder de munttoren deed Rutger zijn gulp open, ik ging met mijn rug naar hem toe staan, op de uitkijk voor de politie en rookte ondertussen een sigaret. Maar de politie lette er toch niet op, ook al stonden ze aan de overkant van de gracht, ze waren te druk met dronken feestgangers bekeuren en het in beslag nemen van pillen. Achter me hoorde ik inconsequent gespetter. ‘Pissen gaat echt moeilijker met dat ding om je lul,’ zei Rutger terwijl hij er nog een paar spetters uit probeerde te persen.

‘Is dat niet het idee?’ vroeg ik, ‘dat het een beperking is van je mannelijkheid.’

Hij reageerde niet, deed alleen zijn gulp dicht en kwam tegen me aan staan. Hij legde zijn hand onder mijn kin en bracht zijn hoofd weer naar het mijne. Bij het zoenen gebruikte hij zijn tong nauwelijks, het was alleen het wrijven van zachte warme lippen, het uitwisselen van speeksel en soms het puntje van elkaars tong proeven. Groepjes aangeschoten mensen juichten ons toe. We gingen minstens wel tien minuten door, misschien een kwartier, voor we elkaar weer los lieten.

*

 

Ik blijf even stil, de zon is inmiddels onder gegaan, boven de nokken van de daken is de hemel nog rood. Het bier hebben we inmiddels weg, ik steek mijn zoveelste sigaret op.

‘En toen?’ vraagt Martin, ‘is er nog meer?’

Ik kijk naar hoe het blauw zich vermengt met het laatste strookje rood. De wolken steken oranje af tegen de blauwe avondlucht. Happy clouds, zou Bob Ross zeggen.

‘Dat is waarom ik dit eigenlijk allemaal wilde vertellen,’ zeg ik, ‘daarna zei hij iets raars.’

Martin zegt niets, hij wacht alleen.

‘Hij zei,’ ik moet een beetje lachen, ‘hij zei dat hij trots is dat ik zijn vriendje ben.’

Enkele seconden kijkt hij me aan zonder te knipperen. ‘Dat is… apart.’

‘Ik wist ook niet zo goed wat ik er mee moest.’

‘En toen?’

‘Ik zei dat ik verliefd op hem was en daarna zijn we zonder afscheid van de groep te nemen naar het station gelopen en op zijn studentenkamer hebben we…’

‘Stop maar, ik hoef het niet te weten,’ roept Martin voor ik mijn zin af kan maken. Van seks wil hij niks weten, eigenlijk zou hij het fijner vinden als ik hem helemaal niks vertel. Het doet hem nog steeds pijn om mij met andere mannen te zien, of mij over andere mannen te horen praten. Hij heeft het verteld, niet eens aan mij alleen, maar aan mij en een heel publiek. Voor de zomer heeft hij een monoloog over mij opgevoerd. Over onze intiemste momenten, dat hij Dostojevski aan me voorlas terwijl ik mijn nagels knipte bijvoorbeeld, over geheimen en hoe eenzaam hij zich voelt als ik weer wegga.

Het blijft weer even stil. Martin steekt een sigaret op, hij doet dat beduidend minder vaak dan ik. Op zijn pakje Lucky Strike staat een foto van een oude nek met een gat erin, een soort demon hole. ‘Maar wat ik me nou nog af vraag,’ zegt hij na zijn eerste hijs, ‘wat zat er om Rutgers piemel?’

‘Grappig dat je dat dan wel weer wilt weten, hij had een kuisheidsgordel om.’

Martin verslikt zich in zijn rook, proest het uit en loopt rood aan. ‘Een wat?’ vraagt hij kortademig.

‘Een kuisheidsgordel, voor mannen is het een soort plastic kooi om de piemel heen.’

‘Ik dacht dat dat iets uit de middeleeuwen was.’

‘Hij vindt het leuk,’ zeg ik en haal mijn schouders op, ‘wordt er echt helemaal wild van.’

‘En jij hebt de sleutels?’

‘Van tijd tot tijd, nu niet, hij is nu op vakantie met z’n dispuut.’

‘Ik vind het helemaal niet bij zo’n bal passen eigenlijk.’

‘Dat zie je toch wel vaker,’ zeg ik en leg mijn handen in mijn nek, ‘mannen die in het dagelijks leven belangrijk zijn of veel geld verdienen en dan thuis totaal gedomineerd willen worden.’

‘Zoals Trump die in Russische hotelkamers over zich heen laat plassen?’

‘Ongeveer ja, zo bijzonder is het niet.’

‘En vind jij het geil?’ vraagt hij en drukt zijn sigaret uit in de asbak die inmiddels bijna vol zit.

‘Ik vind het wel spannend, vooral de macht voelt wel goed.’

‘Dat heb ik bij ons nou nooit gemerkt, dat jij dominant kon zijn.’

‘Bij jou was het anders,’ zeg ik kordaat.

‘Als je op macht klikt zit je op de toneelschool wel verkeerd.’

Ik haal mijn schouders op, ‘misschien.’

‘Wilde Hitler geen acteur worden?’

‘Schilder, en hij is afgewezen destijds.’

De hemel is nu echt helemaal donker, de wolken zijn weggetrokken en de sterrenhemel is te zien. Een deken van god vol met mottengaatjes, volgens de moeder van mijn vader. Mijn moeders moeder heeft ooit gezegd dat al die sterren staan voor alle mensen die ooit vergast zijn, ik moet vier of vijf zijn geweest en had toen geen idee wat ze daarmee bedoelde.

‘Mag ik blijven slapen?’ vraagt Martin na een tijdje.

‘Nee sorry,’ zeg ik, ‘vanavond wil ik even alleen slapen.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld