Nieuwste onderwerp

Stijfsel (24)

Rutger kon, typisch genoeg, niet koken. Volgens hem was het enige wat hij op zijn repertoire had staan; lauwe pasta pesto met kip. Ik had hem nog gezegd dat het bijna onmogelijk was dit te verknoeien. Maar hij hield voet bij stuk, ‘grote geesten koken niet,’ had hij gezegd. Dus liet ik hem de broccoli in stukjes snijden, ik deed de rest.

Leunend tegen het aanrecht keek hij toe terwijl ik in de pannen roerde. Zonder het te vragen had hij een biertje uit de ijskast gepakt, waar hij van tijd tot tijd een grote slok van nam. ‘Wat een keukenprinses ben je ook.’

‘Ja, speel ik mijn rol goed?’

‘Welke rol?’

‘De rol van het vrouwtje. Hoe noemen jullie dat ook al weer? Hert of zo?’

‘Hertje, en ja op deze manier speel je die rol goed.’

‘Ze moesten is weten ransaap,’ zei ik en tikte op zijn kruis. Even voelde ik het harde plastic dat in zijn boxer zat. Natuurlijk had hij het nog om, ik had het drie dagen geleden zelf opnieuw op slot gedaan, de kleine sleuteltjes zaten in mijn portemonnee.

Hij reageerde met alleen een glimlach. Was dit hoe het voelde om macht over iemand te hebben?

‘Maar ik sta hier nu wel worsten te bakken terwijl ik eigenlijk geen vlees eet,’ zei ik terwijl ik de varkensworsten omdraaide in de pan.

‘Je eet wel gewoon mee toch?’

‘Ik eet één worst, misschien de helft.’

‘Hoe lang heb je al geen vlees gegeten?’

‘Een jaartje of twee denk ik.’

‘Oh, dus dit is een heel speciaal moment!’ zei hij opgetogen, ‘straks weet je weer hoe lekker het is en wil je nooit meer terug.’

‘Misschien bekeer ik jou wel,’ schamperde ik, ‘ik zet je op een dieet van louter tofu, als je wilt dat ik de sleuteltjes ooit nog tevoorschijn haal.’

Hij zei niets, nam alleen nog een slok van zijn biertje. Dit is dus hoe het voelt om macht over iemand te hebben. Goed, een intens kloppend gevoel in het middenrif en tegelijkertijd ongemakkelijk. Misschien was dat iets wat moest groeien. Ik stelde me voor dat het bij kampcommandanten zo was gegaan. Eerst opereerden ze voorzichtig, toen werd er alleen nog intimiderend geschreeuwd. Daarna deelden ze klappen uit, dan van slaan met knuppels naar standrechtelijke executies en toen was de weg vrij voor massagraven en gaskamers.

‘Waar denk je aan?’ vroeg Rutger.

‘De holocaust,’ antwoordde ik.

Daarop verslikte hij zich in zijn bier en moest sputteren van het lachen. ‘Mafkees,’ was het enige dat hij zei.

Toen de brocoli bijna gaar was kwam Jules, of dus eigenlijk van Dorens, in de deuropening van de keuken staan. ‘Zeg homo’s is het eten al klaar? En er zit toch geen aids in hè?’

Voor Rutger iets uit kon breng zei ik; ‘ja mosselprikker, we zijn bijna klaar, als jij nou even de tafel dekt.’ Voor hij iets terug kon zeggen had ik hem een stapel borden met bestek in zijn handen gedrukt.

‘Wat is een mosselprikker?’ vroeg Rutger toen van Dorens weg was.

‘Een hetero,’ zei ik terwijl ik de broccoli afgoot, ‘want een vagina lijkt best wel op een mossel toch.’

 

*

 

‘Duurt dit verhaal nog lang?’ vraagt Martin terwijl hij zijn derde halve-liter opent. Ondertussen is het al bijna donker. De drukkende avondhitte kleeft aan onze armen.

‘Is het niet leuk?’ vraag ik en nip aan mijn sigaret.

‘Jawel, maar het mag wel even wat sneller.’

‘Ik sla wel wat over.’

‘Wat heeft Rutger in zijn broek zitten trouwens?’

‘Heb ik je dat nooit verteld?’

‘Nee.’

‘Vertel ik zo,’ ik verzit even op mijn klapstoel, ‘eerst even het belangrijkste uit het verhaal.’

 

*

 

Met de hele groep, ook Manon en haar vrienden, gingen we naar de Regulier-Dwarsstraat. Rutger en ik hadden de hele weg hand in hand gelopen, niemand had daar iets van gezegd. De straat was aan alle kante afgezet, er waren maar twee open ingangen. Overal stond bewaking, voorbereid op alle soorten geweld. Sommige individuen werden gefouilleerd. Bij de hoofdingang van de straat stond een aantal agenten bewapend met machinegeweren de wacht te houden achter preventief geplaatste betonblokken.

‘Gelukkig is Amsterdam geen Nice,’ zei Jules, ‘zie maar eens hoe je met een vrachtwagen de binnenstad in komt.’

De straat zelf stond bomvol. Er stond door de hele straat harde pompende muziek op, maar een DJ op een podium was nergens te bekennen en ruimte om te dansen was er toch nauwelijks. Als groep bewogen we ons door de menigte. Rutger hield mijn hand stevig vast, kneep mijn kootjes bijna fijn en sleurde mij achter zich aan.

Een paar meter verder werd ik in mijn kont geknepen. ‘Mooie man heb je!’ werd er in mijn oor geschreeuwd.

Ik draaide me om en daar stond André, als the gohst of boyfriends past. Hij had zijn baard iets meer laten groeien, zijn peper en zout haar had hij korter geknipt. Ik was van hem nonchalante onopvallende kleding gewend, maar nu droeg hij een laag uitgesneden, strak zittend, roze V-hals shirt. Hij had een paarste zweetband om zijn hoofd, fluoriserende armbandjes om zijn polsen en rookte een sigaret, ik kon me niet herinneren dat ik hem ooit had zien roken. Hij was met een groepje vrouwen.

‘Dank je,’ zei ik snel, Rutger wilde mij verder trekken maar ik bleef staan, ‘hoe gaat het met je?’

‘Gaat wel, waarom heb jij nooit terug ge-appt?’

Het was ongeveer een half jaar geleden, we waren op vier dates geweest en hadden drie keer seks gehad. In zekere zin was André de personificatie van mijn ergste toekomstdroom, 34 zijn en niemand hebben.

‘Wie is dat?’ tetterde Rutger in mijn oor, ‘we raken de rest kwijt.’

‘Een oude bekende,’ zei ik, maar André had zich alweer  omgedraaid, ‘klein wereldje.’

‘We moeten door.’

 

Dennis, degene die nauwelijks iets zei, had bier gehaald. Iedereen kreeg een plastic beker van een halve liter. Manon en haar vriendinnen waren nergens meer te bekennen. Jules en Maurits dronken hun bekers in een teug leeg, zonder er bij na te denken volgde ik.

‘Doe maar rustig hoor,’ zei Rutger die nog amper een slok had genomen.

‘Ik had dorst,’ zei ik en haalde mijn schouders op.

Ondertussen had Maurits zijn arm om een meisje geslagen en gaf haar zonder iets te zeggen een zoen.

‘Doet hij dat wel vaker?’ vroeg ik.

‘Niet op de vereniging,’ antwoordde Rutger, ‘daar loopt z’n vriendin rond.’

Ik haalde nog een rondje bier, Jules haalde nog een rondje, en na ronde vijf begon ik me dronken te voelen. Jules en Dennis hadden zich inmiddels op een paar blonde meisjes gestort. Maurits had ondertussen minstens tien mensen gezoend, waaronder ook een paar mannen, volgens hem zelf voor de grap. Rutger en ik stonden alleen maar tegen elkaar aangeplakt en ongegeneerd te kopkluiven.

‘Laten we hier even weg gaan,’ schreeuwde hij na een tijdje in m’n oor, ‘ik moet pissen.’

Ik knikte dat het goed was.

Hand in hand liepen we via een van de uitgangen de straat uit, de Singel op.

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld