Nieuwste onderwerp

Stijfsel (23)

We liepen over straat, de drie hetero’s voorop, Rutger en ik liepen achter hen aan. Ik dacht tenminste dat ze alle drie hetero waren, Maurits had wel een paar trekjes. Zijn laconieke manier van lopen, zijn bravoure, een bepaalde klank in zijn stem, he checked many boxes. Maar ik kon het natuurlijk mis hebben. Mensen dachten soms, dat het zo werkte, dat homo’s dat bij elkaar aanvoelden, de zogenaamde gay-dar. Maar dat was een fabeltje.
‘Gaat het altijd zo?’ vroeg ik aan Rutger.
‘Wat bedoel je?’ vroeg hij terug.
Ik keek hem strak aan, hij begreep duidelijk niet wat ik bedoelde, dat ik net zo beledigd was dat ik liever weg was gegaan kwam niet in hem op. ‘Ik bedoel of ze altijd dat soort taal uitslaan.’
‘Zo erg was het toch niet?’ Aan zijn blik zag ik dat hij het meende, dat hij dat echt geloofde.
‘Ik vind Homo-Jid toch wel een stap te ver, helemaal voor de toekomstige elite.’
Rutger moest lachen, hij kneep zijn ogen dan altijd half dicht, waardoor zijn donkerbruine pupillen leken op de kraaloogjes van een teddybeer. ‘Jij bent toch ook toekomstige elite?’
‘Niet dat ik weet.’
‘Jawel toch, je wordt acteur, de cultuurelite.’
‘Ik weet niet of ik acteur word.’
‘Natuurlijk wel,’ zei hij en pakte me bij mijn schouder, ‘jij bent de next focking Pierre Bokma.’
Zelfs na twee jaar toneelschool kon ik me dat niet voorstellen, ik acteur, laat staan dat ik de next focking Pierre Bokma was.
‘Ja dan ben ik de cultuurelite en jij de bestuurselite.’
‘Die hebben elkaar nodig.’
‘Inderdaad,’ zei ik resoluut, ‘Als jullie voor het brood zorgen, dan zorgen wij voor de spelen en blijft het burgervolk tevreden.’

Op het moment dat ik dat zei liet voor ons Maurits zijn sixpack Palm uit zijn handen vallen. De vijf flesjes die nog in de verpakking zaten spatten stuk voor stuk uit een. Enkele momenten keek Maurits glazig naar het stilleven dat nu tussen zijn versleten van Liers in lag. Het duurde even voor de realisatie toe sloeg.
‘Jammer lul,’ zei Dennis en tikte hem op de schouder.

Maurits gooide nu ook het flesje Palm dat hij nog in zijn handen had op de grond kapot. Waarom was mij een raadsel, maar het leverde gejoel op van de andere twee. Rutger joelde niet.
‘Ze zeggen dat soort dingen omdat ze vrij dronken zijn, anders zouden ze wel anders tegen je doen.’ Opeens pakte Rutger mijn hand vast toen we doorliepen. ‘Als je het nou een beetje goed wilt doen, koop jij straks bij de eerste beste supermarkt nog een sixpackje bier. Zodat we straks genoeg voorraad hebben.’
‘Goed doen?’ vroeg ik me hardop af, ‘voor wie goed doen? Alsof het m’n toekomstige schoonouders zijn.’
‘Nou, dispuutsgenoten, praktisch hetzelfde.’

Maar we kwamen geen supermarkt meer tegen. Niet op de route althans. In een bocht van de Leidsekade stond een rijtje negentiende-eeuwse grachtenpanden. Een van die appartementen moest het zijn, maar welke het nou precies was kon de beschonken Jules van Dorens zich niet meer herinneren.
‘Als je een stuk verder doorloopt kom je bij het Harry Mulisch huis, die woonde ook aan deze gracht,’ zei ik tegen Rutger terwijl Jules op de naambordjes naast iedere deur tuurde.
‘Hè wie?’
‘Harry Mulisch, heb je vast wel eens moeten lezen toen je op het stedelijk gymnasium zat.’
‘Oh, ik was nooit zo van het lezen.’

Blijkbaar had van Dorens de juiste deurbel gevonden want er zwaaide een deur open en wij konden met zijn vijven naar boven.
Het appartement was anders dan ik had verwacht. Het was vrij groot, vier kamers, met een grote woonkamer. Het koste waarschijnlijk een godsvermogen. Maar vooral de inrichting week af van dat van het typische studentenhuis. Het was vrij minimalistisch ingericht, in de woonkamer stond alleen een hoekig grijs bankstel op een lichter grijs tapijt, verder niks. De muren waren strak wit, zoals je bij een museum voor de moderne kunsten verwacht, en aan de muur hingen ook oude posters van tentoonstellingen van het Stedelijk Museum en het Singer Museum in Laren. En ook Jules’ zus week af van mijn verwachtingen.
‘Jou ken ik nog niet,’ zei ze toen ze mij een hand gaf, ‘Manon.’ Ze droeg een strak zwart coltruitje op een wijde lichte spijkerbroek met daaronder zwarte laklaarsjes. Een ander type dan ik had verwacht. Ze studeerde blijkbaar aan de Rietveld-academie, net als haar huisgenote, waardoor ik me gelijk meer op mijn gemak voelde in dit gezelschap. Ik stelde me aan haar voor, zei dat ik toneelschool deed, waardoor we meteen in gesprek raakten.

‘Kom jij eens mee,’ zei ze nadat ik haar verteld had dat ik van literatuur hield, ‘je moet even de bibliotheek bekijken.’ Terwijl ze me mee sleurde keek ik even achterom, maar Rutger en zijn vrienden zaten al onderuitgezakt op de bank aan het bier. Met de bibliotheek bedoelde Manon de IKEA-boekenkast die in de krappe eetkamer stond. Ze had een grote verzameling, van Tolstoi tot Tartt, maar daarvoor had ze me niet meegenomen.
‘Dus jij bent Rutgers vriendje?’ vroeg ze, terwijl ze met haar armen over elkaar tegen de muur leunde.
‘Vriendje,’ ik pakte een van de Tolstoi boeken uit de kast, verzamelde korte verhalen, ‘vriendje klinkt alsof we nog op de basisschool zitten.’
‘Maar jullie hebben een relatie.’
‘Ik denk van wel ja.’
Ze kwam op me af, leunde licht voorover op de ronde eettafel. ‘Vertel eens, wat doet een acteur met een corpsbal?’
‘Ik heb hem er niet op uitgekozen of zo.’
‘Nee maar hoe houd je het uit?’
‘Hoe bedoel je?’ Ik zette het Tolstoi boek terug en pakte een versleten versie van de Avonden van een andere plank.
‘Nou ik walg soms van mijn broer, ik ga ook nooit meer mee naar de broer-en-zus-dag, ik kan niet tegen dat gebral.’ Het laatste deel van de zin sprak ze expres bekakt uit.
‘Weet je,’ zei ik terwijl ik door het boek bladerde, ‘In mijn eerste jaar moest ik van een docent mijn bekakte “R” afleren. Dus hij liet me aan het begin van iedere les stemoefeningen doen en nu praat ik keurig ABN.’
‘Wat heeft dat er mee te maken?’
‘Niet veel,’ ik zette ook het Reve boek terug, ‘ik vind het wel interessant hoe mensen praten. Ik stoor me er niet zo aan.’
‘Kun je ook met ze mee-lullen?’
‘Geen idee, ik kan het in ieder geval spelen,’ zei ik met een glimlach.

Jules kwam nu half de kamer binnen, hij bleef op de drempel staan en hield zich met een arm vast aan de deurpost. ‘Zeg èh, zijn de kunstenaars weer de revolutie aan het plannen of komen ze nog gezellig doen?’
We liepen achter hem aan, maar nog voor ik naast Rutger op de bank kon gaan zitten schreeuwde Dennis dat hij trek had.
‘Ja!’ riep Jules, ‘de homo’s mogen koken.’
Ik keek naar Rutger, die mij een knipoog gaf als teken dat ik het me niet aan moest trekken. Hij pakte de plastic tas waar het eten in zat en ging mij voor naar de keuken.
In het licht van de keuken leek Rutger even op een portret, een meisje met de parel. Niet knap maar wel mooi. Er was iets waar ik tot wilde doordringen.

Hij gooide de inhoud van de tas op het aanrecht, aardappeltjes, broccoli en worst. ‘Je eet vanavond gewoon vlees mee hoor,’ commandeerde hij.
Ik wist dat ik nee kon zeggen, maar ik bracht er niks tegen in.
‘Je moet je niet teveel aantrekken van wat zij zeggen.’
‘Ik doe mij best,’ zei ik terwijl ik het plastic van de broccoli haalde.
‘Kom eens hier,’ hij pakte mijn beide handen vast. Hij zoende me weer op mijn mond, zijn lippen waren droog en ruw. Hij smaakte naar Jupiler, ik hield niet van Jupiler.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld