Nieuwste onderwerp

Stijfsel (21)

We zitten op de felgekleurde plastic klapstoeltjes op het balkon. De zon staat al laag, maar het is nog steeds warm. Warm genoeg om met korte broeken aan, onderuitgezakt, een halve-liter koud bier tegen onze nek aan te houden.
‘Ik ben altijd jaloers op hoe jij woont,’ zegt Martijn voordat hij een slok neemt.
‘Hoezo?’
‘Je hebt een mooi uitzicht,’ zegt hij en maakt een weids gebaar naar de binnenplaats, ‘ik kijk uit op een blinde muur.’
‘Weet je wat ik me wel eens inbeeld als ik hier ‘s ochtends met mooi weer ontbijt?’ vraag ik terwijl ik een sigaret op steek.
‘Nou? Wat beeld jij je dan in?’ Hij vraagt het sarcastisch, alsof hij het antwoord al weet, misschien heb ik het al eens verteld.
‘Ik beeld me in dat dit geen binnenplaats is in Arnhem, maar een binnenplaats ergens in Parijs, aan de noordelijke kant van de Seine.’
‘En wat zou jij doen in Parijs?’
‘Geen idee. Toneelstukken produceren misschien. Samen met andere kunstzinnige bohémiens praten over kunst en filosofie en dan heel veel rode wijn drinken en Gauloises roken.’
‘Tot je net als Jaques Brel bezwijkt aan longkanker.’
‘Misschien,’ zeg ik en neem een fikse hijs van mijn sigaret.
‘Jij ziet de wereld nog te romantisch. Jij had in het interbellum moeten leven.’
‘Zoals in die film, Midnight in Paris, met Gertrude Stein over poëzie praten en met Modigliani over kunst en Italiaans eten.’
‘Het is heel onaantrekkelijk als je zo aan namedropping doet.’
‘Dat is nu toch niet meer belangrijk.’
‘Volgens mij vond je dat nooit belangrijk, jij deed altijd precies wat je zelf wilde.’
‘Zullen we het gezellig houden?’ vraag ik en neem een grote slok bier. Ik kijk hem niet aan, in plaats daarvan kijk ik hoe de wind zachtjes door de bomen op de binnenplaats waait.

‘Hoe was de Gay-Pride?’ vraagt hij.
‘Wat?’
‘De Gay-Pride, drie weken geleden, je was daar met hem.’ Martijn spreekt Rutgers naam nooit uit, alsof hij zijn bestaan wil ontkennen, he who shall not be named.
‘Met Rutger bedoel je? Hij heet Rutger, geen Voldemort. Het was leuk,’ ik neem een hijs van mijn sigaret, ‘hij zei alleen wel iets raars.’
‘Wat dan?’
‘Wil je het hele verhaal horen?’
‘Vertel maar, ik onderbreek je wel als ik het niet meer wil horen.’
‘Nou goed, ik zou hem dus die middag ontmoeten in Amsterdam…

*

Alleen liep ik over Amsterdam Centraal, op mijn gemak, ik had geen haast. Uit het hele land waren ze gekomen, de pubers met gekleurd haar, die regenboogvlaggen als capes droegen. Stelletjes die deze ene dag in het jaar ongestoord hand in hand konden lopen. Mannen op hakken en vrouwen met plakbaarden. Ze kwamen overal vandaan, vanuit iedere uithoek van het land.
Ik verbleekte in vergelijking met deze mensen, ik had geen fluorescerend T-shirt aangetrokken, geen bandana om mijn hoofd geknoopt en ook geen regenboogjes op mijn wangen geschminkt. Ik droeg een rood designershirt met gaten erin, onder een koningsblauw jasje, skinny jeans met daaronder chelsea boots. Thuis in de spiegel had ik dit subtiel gevonden, maar ook niet saai. Toen ik op het station door de menigte liep had ik toch spijt van mijn keuze. Maar ik bedacht dat Rutger en zijn vrienden waarschijnlijk ook geen neon-tanktops aan hadden.

Hij had me zijn locatie doorgestuurd, met het bericht dat de meeste van zijn vrienden al dronken waren en sommigen al een taxi naar het station hadden genomen. Ze stonden bij de Westerkerk, waar blijkbaar een groot feest was. Op de kaart leek me dat niet ver, dus ik liep het station uit de drukkende zomermiddag in en begon de juiste kant op te lopen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld