Nieuwste onderwerp

Stijfsel (20)

In de auto zeggen we niet veel tegen elkaar, mijn vader en ik. Hij luistert naar de radio en ik naar muziek op mijn telefoon. Zoals gewoonlijk rijdt hij te hard, tegenwoordig mag hier al honderddertig gereden worden, maar hij moet daar altijd nog met tien kilometer per uur overheen.
‘Je rijdt te hard,’ zeg ik.
‘Deze auto kan gewoon lekker hard.’
Volgens mij krijgt hij regelmatig snelheidsboetes, maar betaalt hij die zonder er iets over te zeggen tegen mijn moeder. In mijn hoofd is dit het soort gedrag dat bij zo’n glanzende BMW met lederen bekleding hoort, dat krijg je er gratis bij.
Hij zet mij voor de deur af. ‘Bedankt voor het brengen,’ zeg ik.
‘Wanneer kom je weer thuis?’
‘Maandagavond denk ik.’
‘Oh, dan zijn mama en ik al weg denk ik.’
‘Weg?’ vraag ik verbaasd.
‘Ja, we gaan nog even een weekje naar het huis in Frankrijk.’
Ik ben even stil, terwijl ik mijn hand nog op de portier houd. ‘Dat wist ik niet.’
‘Heeft mama niks gezegd?’
‘Nee. Het is de laatste week van de vakantie.’
‘Niet voor ons.’
‘Het zal wel,’ zeg ik geïrriteerd, ‘Bo en ik redden ons wel. Tot over een week.’ Ik doe het portier open en stap uit.
‘Doeg,’ kan mijn mijn vader nog net zeggen voor ik de deur weer dicht sla.

Uit gewoonte zwaai ik nog even terwijl hij met vol gas de straat uit rijdt. Als hij de hoek om verdwijnt, draai ik me om en doe de voordeur van het slot. Bij het openduwen van de deur, duw ik gelijk een stapel kranten aan de kant. Ik ben vergeten mijn abonnement stop te zetten voor de weken dat ik bij mijn ouders zou zijn en mijn huisgenoten hebben duidelijk geen zin om ze even op te rapen. Dus ik verzamel de oogst van drie weken handelsblad en neem het mee naar boven, om ze vervolgens in mijn onopgemaakte bed te gooien.

Ik app Martijn om te zeggen dat hij zo wel langs kan komen als hij vandaag nog wat wil drinken en dat hij dan even wat bier mee moet nemen. Direct reageert hij, over tien minuten is hij hier. Dus stop ik mijn telefoon weg en ga op de rand van mijn bed zitten.

Mijn studentenkamer ziet er heel anders uit dan die bij mijn ouders thuis. Hier is meer kleur, er staat een gietijzeren twijfelaar en een oud eikenhouten bureau met bijpassende stoel. Op de vloer liggen versleten tapijten, met Perzische prints. De muren hangen vol met polaroids, tekeningen en schilderwerkjes die ik van vrienden heb gekregen, posters van Stanley Kubrick films. Boven mijn bureau hangt een gigantische foto van mezelf die een vriendin een keer heeft gemaakt voor een kunstproject, ik lig op bed met alleen een bontjas en een klein onderbroekje aan. Boven mijn bed hangt ook een portret van Goethe, net als bij mijn ouders, maar dit is een kopie van een oud portret.

Verder staat er alleen nog een grote boekenkast in de kamer, die bijna een hele muur beslaat, vol met boeken. Als ik mensen op bezoek krijg zijn ze meestal verbaasd over de absurde hoeveelheid boeken die ik verzameld heb. Op de vraag of ik ze ook allemaal gelezen heb antwoord ik vaak dat ze louter decoratief zijn.

Vroeger raadde de overheid aan om in het geval van een atoombomaanval in een bibliotheek te schuilen. In de koude oorlog waren die gebouwen nog niet voor de helft van glas en boden de boeken een extra beschermingslaag tegen de straling. Het is waarschijnlijk onzin, net zoals onder de schoolbanken schuilen niet helpt tegen de allesvernietigende kracht van zo’n bom. Dat is een anekdote die ik ook vaak vertel aan mensen die opmerkingen maken over hoeveel boeken ik heb.

Op een verveelde zondagmiddag heb ik ze een keer geteld. Toen waren het er 363, voor bijna iedere dag van het jaar één. 241 romans, 48 toneelbundels, 26 verhalenbundels, 19 dichtbundels om precies te zijn. De rest is overig, zoals kunstboeken en het communistisch manifest.

Het licht in de kamer valt naar binnen door twee grote openslaande deuren die naar het balkon leiden. Het balkon kijkt uit op een grote binnenplaats met veel groen, hoge bomen en in het midden een speeltuintje waar bijna nooit kinderen spelen.

Ik blader door de oude kranten, probeer theater en filmrecensies terug te vinden en kijk vervolgens alleen naar de beoordeling en de kop die er boven staat. Wanneer ik dan toch een recensie over een van mijn favoriete cabaretiers probeer te lezen wordt er aangebeld. Martijn.

Direct leg ik de krant weg en loop naar beneden. Ooit is de gewoonte ontstaan om voor ik de voordeur voor hem open doe, eerst het kleine luikje in de deur te openen. Dat doe ik alleen bij hem, om hem een beetje te pesten.
‘Hoi hoi,’ zeg ik door het luikje heen.
Met een glimlach op zijn gezicht zucht hij: ‘Niet dit weer.’
‘Vind je het niet leuk?’
‘Het is niet echt nodig nee.’ Hij kijkt me nu recht aan en ik zie dat er iets anders is aan zijn gezicht.
‘Heb je nou een neusring genomen?’ vraag ik.
‘Ja.’
‘En waarom heb je mij dat niet verteld?’
‘Mag ik binnenkomen alsjeblieft?’ Martijn is dit spelletje altijd vrij snel zat.
‘Eerst bier geven.’
‘Noah, kom op!’
‘Oké, calm your tits.‘ Ik doe het luikje dicht en doe de deur open. Nu kunnen we elkaar een knuffel geven.
‘Lang geleden,’ zegt hij als hij me weer los laat.
‘Paar weekjes maar,’ en loop de trap op, ‘doe de deur even achter je dicht.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld