Nieuwste onderwerp

Stijfsel (19)

‘s Ochtends word ik wakker met een droge mond, zoals altijd. Omdat ik altijd, ook overdag, door mijn mond adem in plaats van door mijn neus, waardoor ik er vaak als een schlemiel uit zie. Dus loop ik, nog slaapdronken, naar de badkamer om een glas water te drinken. Op de overloop hoor ik dat mijn vader al in de keuken staat om eieren te bakken. Dat doet hij altijd op zondag, wanneer die traditie is ontstaan weet ik niet, ik kan me geen tijd herinneren waarin het niet zo was.

In de badkamer gooi ik een tandenborstel uit een glas en vul het met water om het vervolgens met grote slokken leeg te drinken. Zodra ik het op heb kijk ik naar mezelf in de spiegel. Mijn haar zit op mijn hoofd als de overblijfselen van een zojuist geïmplodeerd gebouw. Met de grote borstel van mijn zus, waar een hele dot blonde haren in zit, probeer ik het enigszins in model te kammen. Het is net te lang, mijn haar, het begint nu toch echt te lijken op een studentikoos matje of het haar van een 19e-eeuwse dandy. Ik kam het in een middenscheiding, zoals Oscar Wilde altijd droeg en bekijk mezelf even in de spiegel alsof ik hem ben. Ik zou best een 19e-eeuwse dandy willen zijn. Maar ik leef nu, in het digitale tijdperk en dat vind ik eigenlijk maar saai. Het liefst zou ik een historisch of fictief personage zijn. Een overlevende van de Titanic of een personage uit een Tolstoi roman. Misschien is dat waarom ik acteur wilde worden. Is dat iets wat ik moet opschrijven? Of zouden mensen me belachelijk vinden? Mijn haar kam ik nonchalant naar achter en loop terug naar mijn kamer om een trainingsbroek en een vest aan te trekken.

Beneden zie ik dat mijn moeder niet meer op de bank ligt. ‘Waar is mam?’ vraag ik.

‘Die is weer naar boven,’ antwoordt mijn vader, ‘hier, ik heb Franse omeletten gemaakt.’ Daarmee is dat afgedaan, dat mijn moeder vanochtend om drie uur toeterzat op de bank lag zal niet meer besproken worden.

Mijn vader heeft zijn hockeykleding al aan. Over een uur stapt hij in de auto om te gaan hockeyen samen met nog tien mannen van zijn leeftijd die eigenlijk geen conditie meer hebben.

Ik kijk naar het gele flapje dat hij op mijn bord legt. ‘Zitten hier champignons in?’ vraag ik.
‘Ja, lekker toch?’
‘Ik hou niet van champignons, dat weet je.’
‘Oh ja, nou dan peuter je ze er uit.’
Ik bekijk de zweterige zwarte stukjes champignon onder de dikke glimmende laag van olijfolie. In plaats van de omelet op te eten pak ik een croissantje en besmeer het met boter.
‘Hoef je geen omelet.’
‘Niet met champignons.’
Mijn vader haalt zijn schouders op en steekt zijn eerste te grote hap nemen. Ik kijk naar hoe zijn kaken beginnen te malen, te kauwen en herkauwen, hoe zijn vette wangen op en neer schudden. Het brengt een tergend smak-geluid met zich mee.
‘Zeg pap, kun je mij na je hockeywedstrijd naar Arnhem brengen?’
Hij kijkt op, slikt door en zegt, ‘Ja, is goed,’ om vervolgens weer een tweede grote hap te nemen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld