Nieuwste onderwerp

Wijn (2)

Eerste: Link
Vorige: Link

Als we op zaterdag aankomen bij het huis van Stojan zien we dat hij niet op een normale boerderij woont. Zijn vader, drie broers en al hun families bezitten een kleine burcht, compleet met gietijzeren toegangspoort en ommuurde binnenplaats. Op de binnenplaats staan zo’n dertig verschillende mensen van hun wijnen te proeven.

‘Yuri!’ horen we en Stojan komt op ons afgelopen. Jurriaan vond hij blijkbaar te lang. ‘How are you, boys, good to see you again. I’m destroyed. I slept three hours and drove from the other side of the country today.’
Ook zegt hij dat we met hem mee moeten komen. Het is niet zozeer een vraag. Hij zegt: ‘Come with me, I show you the cellar.’

Ik complimenteer hem met zijn prachtige huis en mooie groene wijngaarden. ‘It’s hard,’ zegt hij. ‘Wine is hard.’ Hij heeft iets treurigs in zijn ogen. Hij had net zo goed kunnen zeggen ‘life is hard’.
Maar ‘life’ ziet er helemaal niet zo hard voor hem uit als we een schuur in lopen waar een twintigtal roestvrijstalen vaten staan. Elk vat is zo’n zeven meter hoog.
Dat is vrij veel wijn, denk ik bij mezelf en alsof hij het heeft gehoord zegt Stojan: ‘It’s 110.000 liters’.
Zonder daar verder woorden aan vuil te maken neemt hij ons mee naar de volgende ruimte die ook is gevuld met apparatuur om wijn mee te maken.
Ik weet niets van wijn. Ik drink niet eens alcohol, maar ben wel een enorme nerd en word superenthousiast van zo’n complex waar een heel proces plaatsvindt om van wat druiven 110.000 liter wijn te maken.

Jurriaan praat met Stojan over enoxyde en het model compisateur dat ze gebruiken. Stojan merkt dat hij een kenner voor zich heeft en begint meer te vertellen over het microklimaat en de druiven soorten die ze verbouwen.

Terwijl ze praten lopen we een kelder in. De temperatuur neemt af en als we onder een mooie stenen boog door lopen staan we plotseling in een enorme ruimte waar zo’n 200 vaten met elk 250 liter wijn staan. In het midden van de ruimte staan een paar stijlvolle rode banken waarop je kan ontsnappen aan de hitte en genieten van een drankje of twee, of een miljoen als je dat echt zou willen.

Sommige van de deksels van de vaten zijn beschilderd. ‘We have an exchange. Every year we host a group of German artists. They paint the vats and we say the wine tastes better if the art is good,’ legt Stojan uit. Wij glimlachen, maar dan opeens realiseer ik me wat hij heeft gezegd. Stojan ziet er niet uit als een kunstenaar, maar al gauw leidt hij ons naar de volgende ondergrondse kamer die stijlvol is ingericht en waar de muren volhangen met abstracte schilderijen.

Hij legt ons uit dat ze een Duitse kunst-ambassade zijn en wijst ons op een officieel uitziende koperen plaat waar ‘German Art Embassy’ in is gegraveerd.
In mijn ogen begint Stojan steeds meer te lijken op Willie Wonka. Elke kamer in elk gebouwtje op dit terrein bevat nieuwe verrassingen.

We lopen door een gang waar stoffige flessen in nissen zijn opgestapeld. Ik veeg met mijn vinger het stof van een naamplaatje. Er staat 1989. Meteen vraagt Jurriaan, die over een kleine twee weken jarig is, of er ook iets lekkers uit zijn geboortejaar, 1995, tussen staat.
‘Oh,’ zegt Stojan. ‘These are not for sale. These are the personal collection.’
Mijn mond valt open. Alleen al in deze gang staan misschien wel tweeduizend flessen. Gesorteerd op jaar en afkomst. Stojan wijst ons op een nis met zo’n honderdvijftig flessen en zegt dat dat wat wijn is van bevriende boeren uit de omgeving.

Ook staan er rekken in de gang met wijnflessen die ondersteboven bewaard lijken te worden. Ik wil niet te dom overkomen dus ik vraag aan Jurriaan waarom dat zo is. Stojan ziet me wijzen. ‘Oh that’s champagne,’ zegt hij. ‘My dad had never made champagne so we bottled 500 for his 60th birthday.’

Het lijkt wel alsof dit huis is ingericht om bezoekers steeds opnieuw te verrassen met steeds vreemdere collecties.
Hij weet wat hij aan het doen is en ziet ons twee jochies met grote ogen staren naar alles wat hij laat zien. Met een kleine grijns leidt hij ons door de gang naar de volgende kamer.
Er schijnt een gedimd licht en in het midden staat een stijlvolle ronde bar met wat hoge stoelen eromheen. De kamer is leeg en opeens valt het me op dat de muren zijn bedekt met betraliede kastjes.
‘This is the winebank,’ zegt Stojan. ‘If people are good customers, they can pay a little extra and they can get a locker. They put wine in there and come to drink when they want to.’
‘Oh, want hier is het klimaat geregeld,’ zeg ik hardop omdat ik het nu pas begrijp.
Jurriaan knikt en probeert een blik in de nisjes te werpen om te zien wat voor wijnen er liggen.
‘The keeper of Inter Milan has a locker here,’ zegt Stojan.
De keeper van Inter Milaan verdient ongeveer 2 miljoen euro per jaar. Dat is het kaliber van Stojan’s klanten.

Life is hard voor Stojan, maar het ziet er uit als een hard leven dat ik ook wel zou willen.

Het vervolg: Wijn (3)

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Ender's Game, Game of Thrones, The Magicians

Wat vind ik?

De zin 'Ik heb geen tijd' is onzin

Wat luister ik?

Reply All, Here Be Monsters, The Memory Palace

Wat schreef ik?

'Het geheugen van een olifant', prentenboek met Jan Jutte, uitgeverij Lemniscaat (2018)

Quote

Far and away the best price life has to offer is work hard at work worth doing - Theodore Roosevelt.