Nieuwste onderwerp

Henry

‘Oh god,’ stamel ik, ‘jíj.’
Henry Pickery glimlacht minzaam.
Hij voelt zich gelijk weer thuis, zo te zien: zijn rugtas ligt midden in mijn kamer, het jasje van zijn schooluniform pontificaal op mijn bed. Hij staart me rustig aan. Ik sta nog steeds in mijn deuropening, mijn haar in een rare knot, een pot thee en een kopje in mijn handen.
‘Ik denk dat je een tweede kopje moet halen,’ mompelt Henry.
Het is half elf. Ik heb het druk, ik wil gewoon slapen, ik zet de thee neer, pak de rugzak en het jasje en gooi ze naast hem op de bank.
‘Ik denk dat je gewoon moet oprotten, Henry.’
Hij moet lachen. Vouwt zijn handen achter zijn hoofd. Hij blijft langer dan leuk is.

Henry Pickery en ik zijn inmiddels zo vertrouwd met elkaar dat ik enigszins rustig blijf, mijn pyjama aantrek, wat ga lezen. Het wordt steeds lastiger me te concentreren omdat Henry er doorheen blijft praten. Wat hij zegt is altijd hetzelfde:
‘Je huisgenoot is op een feestje, en wat doe jíj vanavond?’
‘Wel een beetje stil hè. Bij normale mensen hoor je steeds geluid. Een telefoon die rinkelt, bijvoorbeeld, of binnenkomende WhatsAppjes.’
‘Heb je door dat niemand aan je denkt?’
‘Misschien moet je een kat nemen. Of Tinder.’
‘Zal ik vanavond maar bij je in bed slapen?’
Ik doe eindeloos m’n best om Henry maar úit dat bed te houden. Leg het vol met kussens en dekens, kocht een knuffel, een kruik, vraag mijn beste vriendinnen of hun knuffels bij mij mogen logeren zodat met mij erbij het helemaal vol ligt en er zéker geen plaats is voor mijn bleekneuzerige saaie rotvriend Henry. Vooral die logerende knuffels vindt hij belachelijk. ‘Je laat die panter nooit los,’ zei hij eerder, ‘zelfs in je slaap niet. Je houdt hem vast zoals anderen hun geliefde vasthouden. Best zielig.’
Er zijn honderden nachten geweest die we lepeltje-lepeltje hebben doorgebracht. Henry gaat graag mee naar mijn ouders, hij zit daar áltijd, in mijn kleine kamertje op het éénpersoons bed. Het ergst was als ik hem al maanden niet had gezien en hij opeens aan de deur begon te morrelen. Niet míjn deur, maar die van toenmalige vriendjes. En dan met rugzak en schooluniform en al gewoon bij ons in bed stapte en tussen ons in ging liggen. Die vriendjes merkten niks. Henry en ik staarden de rest van de nacht naar het plafond.

Vannacht blijft Henry op de bank. Ik pak genoeg boeken om de avond mee door te komen, stuur een berichtje naar mijn moeder, zij antwoordt altijd gelijk. Ik kan Henry steeds beter negeren. In mijn ooghoeken zie ik hoe hij een kussen opklopt, een deken over zich heen trekt, maar het doet me vrij weinig, en enigszins trots wil ik het lampje uitdoen, als hij even kucht.
‘Best heftig hè,’ zegt hij. ‘Dat je zo erg niet alleen kan zijn dat je zelfs Eenzaamheid een naam geeft.’
Ik knip het lampje uit. De rest van de nacht kunnen we allebei niet slapen.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Roald Dahl, Etgar Keret

Wat luister ik?

Elbow, Duke Ellington, Charles Bradley

Wat kijk ik?

Her, Eternal Sunshine of the Spotless Mind, Fantastic Mr Fox, Baby Driver, La Vita È Bella

Wat schreef ik?

Skydancer (roman, 2018)

Quote

"You're lucky if you get time to sneeze in this goddam phenomenal world." -J.D. Salinger, Franny and Zooey