Nieuwste onderwerp

Walvisparochie (5)

DE (GODDELOZE) WALVISPAROCHIE

VIJF – Hoe Kokkel het zevenentwintigste bestaan van de walvis viert en Pitou en hij daarom taart eten

‘Ik wist niet dat er kant-en-klaar taartbodems bestonden.’ ‘Nu weet je het wel.’ antwoordt Kokkel terwijl hij zijn stuk taart blijft aanschouwen. ‘Hij smaakt niet kant-en-klarig. Kant-en-klaar pannenkoeken hebben dat wel heel erg.’ ‘Bij kant-en-klaar aardappelpuree proef je dat ook heel goed, maar daarbij vind ik het lekker.’ Kokkel baalt er altijd van als zijn moeder iets met aardappelpuree maakt en tijd heeft om te koken. In haar eigengemaakte puree zitten klontjes. ‘Er staan in de winkel ook blikken kant-en-klare fruitvlaaivulling bij de taartbodems maar daar zit geen blauw fruit in.’ Voor de viering van het zevenentwintigweekse bestaan van de walvis wilde Kokkel per se een blauwe taart. De verjaardag van een blauwe vinvis vier je niet met een groene taart. Met een rood roze taart had hij nog kunnen leven omdat de oorspronkelijke ingewanden van de walvis die kleur hebben, maar Kokkel is blij met het blauwe resultaat. De taartbodem heeft hij gevuld met monchou en daarop blauwe Skittles en blauwe M&M’s gestrooid. In eerste instantie had Kokkel het bestaan van de walvis al na elf en een halve week willen vieren. Zijn walvis bedraagt, door het gebrek aan ruimte in de schuur, een lengte van elf en een halve meter. Er is zelfs een tekort van twee meter om hem daadwerkelijk een halve walvis te mogen noemen. Tegenover de walvis vond Kokkel dit alleen niet eerlijk omdat die de schuurgrootte niet kan veranderen en ook zijn vader niet kan overhalen om het staartdeel van de walvis naar buiten door te laten lopen. Hij besloot gewoon uit te gaan van de gemiddelde lengte van de blauwe vinvis van zeventwintig meter en de viering in de zevenentwintigste week te houden. Gister was het precies zeventwintig weken geleden dat de walvis in de schuur kwam maar Pitou kon pas vandaag komen. ‘Wil je dit nog inluiden?’ Kokkel laat Pitou’s vraag bezinken. Vannacht had hij gedroomd dat hij op een hoge klif aan zee stond en alle walvissen toesprak. Hij weet alleen niet meer wat hij zei, maar wel dat het mooi was. Schouderophalend wendt hij zich tot Pitou. ‘Het enige, mijn goede vriend, dat ik voor nu te zeggen heb, is als je iets voor elkaar wilt krijgen, je slaapweigering moet inzetten.’ zegt Kokkel kordaat en stopt een eerste M&M in zijn mond. ‘En dan woon je in een walvis.’ Elf dagen had hij het niet slapen moeten volhouden tot zijn ouders overstag gingen en zijn verzoek om in een walvis te wonen, inwilligden. Pitou vraagt hem zijn stuk taart in elf stukken te verdelen en na elk stuk dat hij eet, uitvoerig verslag te doen per dag. Kokkel neemt het verzoek van zijn vriend uiterst serieus. Met chirurgische precisie verdeelt hij zijn helft van de taart in elf gelijke stukken. De Skittles en M&M’s die er tijdens het snijden af vallen, drukt hij terug in de monchoulaag. ‘Achtentwintig weken en vijf dagen geleden zwoer ik nooit meer te gaan slapen als ik niet in een walvis mocht wonen.’ begint Kokkel zijn verhaal van de walvistotstandkoming. Synchroon aan hem eet Pitou zijn taarthelft. In elf hoofdstukken volgt een minutieuze beschrijving van de bijna tweeweekse strijd die plaatsvond in het huis van Kokkels ouders. Kokkel teisterde zijn ouders met nachtelijke capriolen. Door minstens twee keer per nacht een koude douche te nemen, hield hij zichzelf wakker. Hij speelde Dokter Bibber met zijn andere hand, dan weer met zijn mond of zijn voeten en hield in de woonkamer mondharmonicaconcerten voor de sierkussens van zijn moeder. In eerste instantie negeerden Kokkels ouders hem. Waarschijnlijk omdat ze niet wilden dat hij het idee kreeg de macht te hebben. Kokkels gedrag speelde alleen niet zo zeer in op de machtsverhouding maar op het dagelijks functioneren in zijn geheel. Kokkel zag dat het na de eerste nachten zijn ouders al parten speelde. Niet alleen hadden ze een uitgeput kind in huis maar stonden ze zelf ook gebroken op. ‘Zo kunnen we niet verder Kokkel.’ ‘Dat kan ook niet, mama. Er zal een walvis in de schuur moeten komen waar ik in kan wonen.’ antwoordde Kokkel zijn moeder steeds en gaf haar een schouderklopje. Zijn moeder probeerde het gesprek aan te gaan. Zijn vader poogde op alternatieve manieren het walvisidee bij zijn hem uit het hoofd te krijgen. Hij stopte walviswinegums in Kokkels broodtrommel en nam hem in het weekend mee naar Naturalis. Zwijgend keken naar hangende skeletten van verschillende walvissen en de stompe kop van een potvis. Kokkel zag dat zijn ouders beseften dat ze als kwakzalvers te werk gingen en ze besloten afwisselend van elkaar een thuiswerkdag te nemen om tussen de werkzaamheden door enkele uren te kunnen slapen. Bij de natuurwinkel haalde zijn moeder valeriaan en melatoninetabletten. Kokkel bleef bij de keuken in de buurt tijdens het koken om in de gaten te houden dat er geen slaapmiddelen in zijn eten verdwijnen. Op school was hij niet langer een van de snelste met rekenen. Zijn vriendjes vonden hem saai omdat hij in de pauzes niet meespeelde, maar naar de leeshoek ging. Daar nestelde hij zich in een van de zitzakken en deed een middagdutje. ‘Gaat alles wel goed met jou, Kokkel? Je bent zo afwezig de laatste tijd.’ vroeg Kokkels juf hem twee dagen daarna al na weer een rits onafgemaakte opdrachten. ‘Ja hoor, juf. Ik wil gewoon heel graag in een walvis wonen.’ ‘Je juf belde vanmiddag.’ Begon zijn moeder een gesprek. Ze legde expliciet haar vork naast haar bord; een teken dat dit gesprek achtte dat er gestopt werd met eten. Tegenover haar deed Kokkels vader hetzelfde. Kokkel deed alsof de non-verbale strategie van zijn ouders hem ontging. Geconcentreerd ging hij verder met het ontmantelen van zijn vissticks. Mes en vork hanteerde hij met chirurgische precisie en ontdeed de visfilet van het krokante laagje paneermeel. De bleke visstaafjes hadden de kleur van een in water gelegen lijk. ‘Ze heeft het idee dat je je thuis misschien niet veilig voelt.’ Zijn vader gaf hem een tik op zijn schouder en gebaarde dat hij zijn moeder moest aankijken. ‘Door dat walvisgedoe kunnen mensen gaan denken dat het bij ons thuis niet goed gaat. Begrijp je dat, Kokkel?’ ‘Dat is wel vervelend.’ Beaamde hij en drukte zijn wijsvinger in de plakkerige binnenkant van een stukje paneerlaag. ‘Hij heeft een hoedje.’ Kokkels moeder liet haar hoofd naar voren vallen. Alsof haar nekspieren plots slappe strengen weefsel werden. Met haar kin rustend op haar borst bleef ze zitten. ‘Je moeder en ik hebben het erover gehad; een hele walvis gaan we niet doen. Het stuk waar de stallen zaten tot aan de oude cabrio kan ik vrijmaken, meer ruimte is er niet. Daarover geen discussie, is dat duidelijk Kokkel?’ Zijn vader had ondertussen zijn vork weer gepakt. Kokkel wist dat hij er een hekel aan had als eten koud werd en zag hoe zijn vader de vork langzaam naar een krieltje toe bewoog. Nog een aantal seconden rekte hij het moment en hapte het paneerhoedje van zijn wijsvinger. Met zijn vinger nog in zijn mond knikte hij. ‘Ga je dan weer normaal slapen, Kokkel?’ ‘Tuurlijk, mam. Van weinig slapen word je toch hartstikke moe.’ ‘Zo dus.’ ‘Ik wil ook naar Naturalis.’ Kokkel schudt verwoed zijn hoofd en haastig kauwt hij op het achtste stukje taart. Half onverteerd slikt hij het stuk door. ‘Naturalis is saai.’ ‘Je had al heel lang niet geslapen, dan kun je niet betrouwbaar oordelen. Ik heb trouwens niet kunnen kijken of jij valeriaan in de taart hebt gedaan!’ Kokkel legt met dezelfde serieusheid uit dat hij het zevenentwintigsweekse bestaan van zijn walvis nooit met een slapende beste vriend zou vieren. ‘Blijf je vannacht slapen?’ ‘Ja, is goed.’

« terug naar blog

Reageer

Mijn ABC

67, Asperges, Audiotranscriptie, Badparels, Bedankt, Bezuinigingen, Biljartworm, Boontje, Borrelhapje, Bovenlijn, Bretels, Broertje, Brouwerij, Cederhout, Colloquium (1), Colloquium (10), Colloquium (11), Colloquium (12), Colloquium (2), Colloquium (3), Colloquium (4), Colloquium (5), Colloquium (6), Colloquium (7), Colloquium (8), Colloquium (9), Converseren (1), Converseren (2), Dilemma, Dromenvanger, Excuus, Gember, Getuige, Glijbaanvoorglijder, Gordijnstof (1/5), Gordijnstof (2/5), Gordijnstof (3/5), Gordijnstof (4/5), Gordijnstof (5/5), Groei, Handlezing, Herinneringsdictator, Hond, Huig, Huismus, Jachtgebied (1), Jachtgebied (2), Jachtgebied (3), Jachtgebied (4), Jachtgebied (5), Kieuwen, Krantendakje, Leesbevestiging, Lifter, Minkukel, Moeder (1/3), Moeder (2/3), Moeder (3/3), Motel (1/2), Motel (2/2), Nieuwjaar, Ooggetuigenverslag, Pacman, Pisa, Plantenkoningin (1/3), Plantenkoningin (2/3), Plantenkoningin (3/3), Proefpersoon, Rattenvlieger (1/3), Rattenvlieger (2/3), Rattenvlieger (3/3), Rechtszaak, Rotzooi, Rozijn, Ruimtereis, Steenvrucht (1/2), Steenvrucht (2/2), Straatjutter ( 1 (5/6) ), Straatjutter ( 1 (6/6)), Straatjutter (1 (1/6) ), Straatjutter (1 (2/6) ), Straatjutter (1 (3/6) ), Straatjutter (1 (4/6) ), Straatjutter (2), Straatjutter (3), Straatjutter (3) update 1, Straatjutter (3) update 2, Straatjutter (3) update 3, Suikerspin, Tasman, Tranentrekker, Triangel, Vis, Voorhoofdcirkels, Voorportaal, Voorzetseltheorie, Vrolijk, Walvisparochie (1), Walvisparochie (2), Walvisparochie (3), Walvisparochie (4), Walvisparochie (6), Wasbeer, Wintertenen, Woekering, Woestijnkoorts, Zaterdag, Zeemacht, Zegeningen, Zoon,

Wat lees ik?

de krant, Elvis Peeters, Niccolò Ammaniti, Arnon Grunberg en medische boeken

Wat luister ik?

Damien Rice, Angus and Julia Stone, Jake Bugg, Mogwai en Bach (bij voorkeur de cello suites)

Wat kijk ik?

NPO documentaires, arthouse films

Quote

It's raining cats and dogs and I have a rabbit.