Nieuwste onderwerp

Walvisparochie (3)

VIJF – Hoe Pitou zijn goudvis meebrengt en Kokkel hem zijn pissebedmunitie laat zien  

‘Kokkel! Ik heb mijn goudvis mee.’
‘Welkom goudvis!’ schreeuwt Kokkel vanuit zijn hangmat. Even steekt hij een been uit zijn stoffen cocon en imiteert gewuif van een zwaaiende hand. Hij hoort Pitou zijn kant op komen. Boven zijn hoofd verschijnt de onderkant van een vissenkom. Er ligt niks op de glazen bodem en Kokkel ziet Pitou’s oranje schepseltje rondzwemmen. ‘Dit is nou Bagger.’
‘Handen omhoog Bagger.’ Kokkel drukt de loop van een balletjespistool tegen de onderkant van de kom. Met het plastic uiteinde volgt hij de rondzwemmende vis. Zijn wijsvinger houdt hij om de trekker gekruld en elke keer als hij Bagger precies in de vuurlijn heeft, haalt hij over. Het pistool produceert korte droge knallen. ‘Goudvissen omleggen met geluid; de hele maffia zal je vrezen.’ De vissenkom boven Kokkels hoofd verdwijnt en Pitou’s hoofd neemt de plaats van Bagger in. Kokkel kijk in het triomfantelijke gezicht van zijn vriend. ‘Bagger is onsterfelijk.’ zegt Pitou, de pistoolloop als een soort microfoon gebruikend, tegen hem. ‘En wij zullen sterven.’ spreekt Kokkel zodra hij het pistool op zijn eigen mond heeft gericht. ‘Niet door geluid!’ Pitou’s geschater galmt tussen de gewelfde wanden en op zijn wang voelt Kokkel speeksel neerkomen. Hij sproeit zelf een wolk druppels de lucht in maar voordat zijn speeksel Pitou kan raken, heeft die zich al onttrokken uit zijn gezichtsveld.

‘Het kan wel, weet je, een mens doodmaken door geluid. Je moet bij iemand een heel hard geluid maken en dan schrikt diegene heel erg en gaat dood.’ Kokkel haalt zijn verzameling schoenpoetsblikjes van de bovenkant van het jaren zestig tv’tje dat hij van zijn vader uit de kelder mocht halen. Kokkel kijkt geen tv maar in alle huizen waar hij komt, is er een tv. Bij zijn besluit in een walvis te gaan wonen, stond hij er op dat er een tv zou komen. Hij en Pitou hadden al geconcludeerd dat de beste plek voor Bagger op de tv is. Zo kijken ze naar Bagger en naar de tv. Zijn schoenpoetsblikjes zet Kokkel op hun nieuwe plek op de grond. In zijn oude kamer stonden ze uitgestald op een plank boven zijn bed, maar in de walvis kunnen geen planken worden opgehangen. Het walvislijf is nergens recht, zelfs de tv kan niet tegen de wand gezet worden. Als Kokkel tevreden is met de opstelling van de schoenpoets ploft hij naast Pitou op de achterbank. De achterbank en nog één losse autostoel komen bij oude Ger vandaan. Na de elf helse dagen dat Kokkel weigerde te slapen tot hij in een walvis mocht wonen, vertikten Kokkels ouders iets te spenderen aan meubels voor in de walvis. Kokkel was met zijn skelter, inclusief aanhangwagen, bij Oude Ger langsgegaan. Oude Ger is niet oud maar iedereen noemt hem Oude Ger en woont tien minuten skelteren verderop. Zijn erf is een opvanghuis voor allerlei rommel. Hij zegt oud ijzer te verzamelen maar dan is Oude Gers perceptie van oud ijzer erg ruim. Kokkel zei dat hij in een bijna-halve walvis ging wonen en spullen voor binnen nodig had. Van Oude Ger mocht hij de rest van de dag rondschumen op zijn erf. Oude Ger vertelde hem dat hij de autostoel langs de weg had gevonden en de achterbank uit een Mercedes had gesloopt.

Met zijn balletjespistool richt Kokkel vanaf de bank op de plekken waar hij een kijkgaatje zou willen hebben. Het moet dan zijn zoals het kijkgat dat zijn oma in haar deur heeft zitten. Als je daar doorheen kijkt, hebben de mensen voor de deur misvormde hoofden. Met heel grote neuzen of juist grote ogen. Hij zou Pitou dan moeten vragen hoe zijn eigen hoofd er uit zal zien. Het liefst zou hij reusachtige ogen krijgen want dan lijkt hij op een gekke vis. ‘Ik heb wel munitie.’ zegt Kokkel na Pitou’s opsomming van argumenten waarom iemand die doodgaat door het schrikken van een hard geluid niet doodgaat door het geluid maar door de schrik en dat hij met zijn pistool niemand kan doodmaken. ‘Toen ik vijf was, heb ik drie van die kogelballetjes doorgeslikt. Mijn ouders moesten ze terugzoeken in mijn poep.’  vertelt Pitou. ‘Wou je dat niet zelf doen?’ Met zijn voet prikt Kokkel Pitou in de zijkant van zijn bil. ‘Ik wil ook versierde poep! Maar- ’
Kokkel duwt zich van de achterbank af en springt met kikkersprongen naar de dozen die hij bij zijn hangmat heeft staan. ‘jouw poepkogels gebruik ik niet.’ Na wat rommelen en schuiven met de dozentorens keert Kokkel met een bonbondoosje terug naar Pitou. Het kartonnensegment met daarin de mallen van de bonbons is er uitgehaald en in het doorzichtige folie op de voorkant zijn gaatjes geprikt. ‘Zie hier mijn munitie.’ Kokkel houdt het doosje tussen hen in en opent tergend langzaam de deksel. Op de witte bodem krioelen een stuk of twintig pissebedden. De grijs ovale beesten lijken op gedesoriënteerde pantserwagentjes. Met duim en wijsvinger pikt hij een pissebed uit het doosje en legt hem in zijn handpalm. Heel even blijft het beestje met spartelende poten op zijn rug liggen, om daarna te transformeren tot grijs balletje. Kokkel stopt de pissebed in de magazijnkoker van het pistool. In een vloeiende beweging laat hij het magazijn in de grip verdwijnen en overhandigt hem aan Pitou. ‘Mensen omleggen met pissebedkogels; de hele maffia zal je vrezen.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

de krant, Elvis Peeters, Niccolò Ammaniti, achterzijdes van shampooflessen en medische boeken

Wat vind ik?

Dat mensen op Marktplaats moeten aangeven als een wit product gebroken wit is.

Wat luister ik?

Jake Bugg, Bach (bij voorkeur de cello suites), Mogwai, Pascal Pinon en naar de jankende katten in de tuin

Wat kijk ik?

NPO documentaires, arthouse films

Quote

It's raining cats and dogs and I have a rabbit.