Nieuwste onderwerp

Stijfsel (12)

We maakten ons allemaal klaar om naar de stad te fietsen. Het is niet zo ver, maar als je met een grote groep bent duurt vertrekken altijd langer. Paul en ik staan al klaar terwijl de rest nog half dronken in het fietsenhok zijn trapper zoekt. Paul had eigenlijk de hele avond met andere mensen gepraat en ik had naar hem gekeken. Hoe zijn warrige haar over zijn ronde Harry Potter brilletje een beetje voor zijn ogen valt. Paul is niet knap, maar ik vind hem wel mooi.

‘Studeer je eigenlijk Noah?’

Natuurlijk, zulke zaken hebben we nog helemaal niet besproken. Ik weet dat hij grafische vormgeving studeert, daar had ik niet eens naar gevraagd, dat had hij verteld. Maar ik heb eigenlijk nog niks over mezelf verteld en tot nu toe alleen maar naar hem geluisterd.

‘Ik zit op de kunstacademie in Arnhem.’

‘Oh, echt? Wat studeer je?’

‘Ja echt,’ zeg ik terwijl ik mijn sigaretten uit mijn jaszak pak, ‘ik doe de toneelschool.’

‘Goh, dat had ik niet achter jou gezocht.’

‘Wat had je dan achter mij gezocht?’ Vraag ik en steek mijn sigaret aan.

‘Tja, zoals je er uit ziet, iets op de universiteit eigenlijk, bestuurskunde of zo.’

‘Hoe zie ik er uit dan?’

‘Tikkeltje bekakt, of heel erg eigenlijk.’

Dat is waar, ergens halverwege mijn tweede jaar op de kunstacademie was ik mij weer gaan kleden zoals ik er tot mijn twaalfde uitzag. Polo’s, Clark’s, truien met polopaardjes erop.

‘Ik kom ook wel uit een bekakt milieu, maar ik heb wel een rebelse periode gehad hoor.’

‘Nou vertel.’

‘Op m’n vijftiende wilde ik per sé stoppen met hockey, op m’n zestiende begon ik legerjasjes en skinnyjeans te dragen en op m’n zeventiende verfde ik mijn haar paars en wilde ik naar de kunstacademie.’

‘Wat moeten je ouders teleurgesteld zijn geweest.’

‘Waren ze ook.’

‘Heeej jongens,’ riep Naomi die zich iets te goed had ingedronken, ‘iedereen is klaar, zullen we?’

 

In een luidruchtige groep fietsen we door de stad. Paul en ik fietsen achteraan.

‘En kom jij ook hiervandaan?’ Vraag ik hem.

‘Nee joh, ik kom uit Schagen.’

Ik denk even na of ik weet waar dat ligt, maar voor ik het kan vragen zegt hij, ‘Niemand weet waar dat ligt, het is in de kop van Noord-Holland. Kom jij hier vandaan?’

‘Ja ik ben hier geboren en getogen.’

‘Waarom ben je naar Arnhem gegaan dan, het is hier toch veel leuker?’

‘Ik wilde weg, ik wilde op mezelf wonen, niet meer zo dicht bij mn ouders.’

‘Maar je bent wel bijna de hele vakantie bij je ouders.’

‘Ja, dat was nu even makkelijker.’

Daar vraagt hij gelukkig niet op door, we kennen elkaar nog niet goed genoeg om elkaar zulke persoonlijke zaken te vertellen.

We parkeren onze fietsen op een plein dat letterlijk zwart ziet van studentenfietsen.

‘Waar gaan we eigenlijk heen?’ Vraag ik hem, ‘ik ben hier al heel lang niet meer uit geweest.’

‘We gaan naar the culture club, daar ben je vast wel eens geweest,’ zei Paul en kwam dichter bij mij staan, ‘maar wij gaan later op de avond ook wel even naar een kroeg voor ons soort mensen.’

Hij kust me weer op mijn mond, en nu doe ik mee.

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld