Nieuwste onderwerp

iPhone (3)

Inmiddels vond hij het wel tijd om richting het vliegveld te gaan, misschien kon hij daar bij een van die fastfood restaurants nog wat eten.

Yang ging dus op zoek naar een taxi. Er reden er in deze stad beduidend minder rond dan in New York. Het duurde enige tijd voor hij een van de gele wagens te pakken kreeg. Hij stapte in bij een forse man met een licht getinte huidskleur, die bezig was zijn baard te laten staan.

‘Waar moet u heen?’

Yang antwoordde dat hij naar het vliegveld moest.

De chauffeur gaf hem een stug knikje en begon te rijden.

Terwijl ze in stilte door Washington D.C. reden dacht hij aan de hoofdstad van zijn geliefde vaderland. Als alles goed ging zou hij overmorgen weer omringd zijn door de staatsgebouwen en monumenten van zijn eigen land. Als zijn superieuren hem nog een keer zouden vragen voor een missie naar de V.S. zou hij zeker weigeren. Dit soort veldwerk was niets voor hem. Het liefst wilde hij gewoon achter zijn bureautje zitten, aan het einde van de dag terugkeren naar zijn appartementje en voor zichzelf koken. Het enige dat nog miste aan dat plaatje, dacht hij, was een vrouw.

Toen schoot het hem te binnen, daarom was hij natuurlijk gekozen. Niemand probeerde hem te bedonderen. Hij was geselecteerd omdat hij geen familie had, als enige op de werkvloer. Zijn collega’s plaagden hem er vaak mee. Hij had zich altijd aan zijn werk gewijd. Het werd misschien maar eens tijd dat hij op zoek ging naar een vrouw. Het was tenslotte de taak van iedere man om een gezin te stichten voor het vaderland.

Yang was zo verzonken in deze gedachten dat hij het niet door had toen ze bij het vliegveld arriveerden.

Sir, we zijn er,’ zei de chauffeur bokkig.

 

Eenmaal op de stoep bij het vliegveld kon hij het trillen van zijn ledematen nauwelijks onderdrukken. Dadelijk zou hij toch echt geacht worden zijn paspoort te laten zien en de kans bestond dat de Amerikanen inmiddels ook zijn valse identiteit uit hadden gepluisd. Dat deze al lang bij de aangaande autoriteiten bekend was en dat een aantal breedgeschouderde beveiligers hem dadelijk zo uit de rij zouden plukken om hem weg te voeren naar een of ander verschrikkelijk oord.

Het liefst zou Yang als verstekeling op een containerschip terugkeren naar Azië. Maar er waren voor hem geen omwegen. Vanaf dit vliegveld werd hij geacht om op het vliegtuig naar de volksrepubliek China te stappen, medewerkers van het bureau zouden hem opwachten. Ook zij moesten inmiddels wel zenuwachtig zijn, ze lagen immers niet meer op schema en iedere dag dat de geliefde leider langer moest wachten was er een teveel. Als hij ook deze vlucht zou missen kon hij net zo goed niet terugkeren en zijn geluk hier bij de Amerikanen beproeven.

Hij deed zijn best deze gedachten te bedwingen. Met opgeheven hoofd zou hij door de luchthaven lopen zoals een Amerikaan loopt, alsof de wereld nu van hem was en dat ook altijd zo zou blijven. Als hij dadelijk door de douane heen was kon hij de spanning van zich afschudden en misschien zo’n vette burger nuttigen, er zat hier vast ook wel weer zo’n fastfoodketen.

Yang begaf zich door de grote hallen. In dergelijke ruimtes miste hij toch een portret van een vriendelijk lachende leider aan de muur. Maar hier hingen alleen vlaggen. Als alles goed ging zou hij overmorgen weer arriveren op het station van de grote hoofdstad en zou de geliefde leider hem toelachen in de centrale hal. Het wemelde in de hal ook van de bewakers en agenten, maar die leken geen oog voor hem te hebben. Deze agenten letten natuurlijk alleen op een eventuele aanslagpleger, zo’n onschuldig ogende Aziaat merkten zij niet eens op.

Door de borden in de juiste richting te volgen kon hij al snel aansluiten in een rij voor de douane. Hij keek op de rug van een zwaarlijvige man die een rolkoffer achter zich aantrok die bijna even groot was als zijn bovenlijf. Yang keek even naar het ondoorzichtige Apple tasje waarin hij de twee iPhones vervoerde, hij leek meer op iemand die even boodschappen ging doen dan een man die dadelijk op een intercontinentale vlucht zou stappen.

De rij vorderde langzaam. De dikke man voor hem ademde zwaar en kreunde van tijd tot tijd, waarschijnlijk omdat het lange staan zijn enkels veel moeite kostte, aangezien die zo’n immens gewicht moesten dragen. Een bewaker met een hond liep langs de rij, het beest besnuffelde de tassen van de reizigers. Het dier bleef even bij Yang staan om aan het plastic tasje te snuffelen. Er zat toch niets in dat het beest kon laten blaffen, dacht Yang. Of werd hij nu toch bedrogen en was het toch allemaal een val. Maar de hond en zijn agent liepen al snel door.

De douanier in het hokje was een jonge vrouw, die haar kastanjebruine haar in een strakke staart droeg. Ook haar gezicht stond strak, er kon duidelijk geen lachje vanaf. In hoog tempo gingen de paspoorten door haar handen. Toen het zijn beurt was gaf Yang haar het valse paspoort. Hij bleef in zijn hoofd herhalen dat ze bij iedereen zo streng keek, maar toch voelde hij het in zijn buik kolken. Ze keek naar het paspoort en terug naar hem. Haar ogen waren prachtig mooie donkerblauw, daarmee keek ze hem streng aan. Ze tikte iets in op het toetsenbord.

Yang probeerde zich een voorstelling te maken van deze vrouw. Ze droeg nauwelijks make-up, in tegenstelling tot veel vrouwen in dit land. Wel lakte ze haar nagels. Hij kon zich bij deze strenge dame moeilijk voorstellen dat ze aan het einde van haar dienst dit hokje zou verlaten en dan met vrienden wat zou gaan drinken.

Na enkele minuten kon hij weer ademhalen. Ze gaf hem zijn paspoort terug, zijn papieren waren in orde, het kolken in zijn maag kon stoppen. Nu moest hij nog langs de beveiliging. De medewerkers van de beveiliging, in hun blauwe uniformen, keken niet streng, eerder verveeld.

 

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld