Nieuwste onderwerp

Dictator (2)

Als ze eindelijk hun bestemming hebben bereikt, gaat zijn hart sneller kloppen en hij merkt dat zijn handpalmen en oksels nat zijn. Het dorp waar hij is opgegroeid is sinds hij aan de macht kwam uitgegroeid tot een kleine stad en een toeristische trekpleister. Het oude dorp – drie straten met een kerk een bakker en een klein schooltje – heeft hij laten omtoveren tot een levend museum. De mensen die er wonen dragen kleren uit zijn kindertijd en een speciaal team aan schoonmakers, tuinmannen en restaurateurs zorgt ervoor dat alles er hetzelfde uit blijft zien. Alleen de kerk, die uiteraard niet meer in gebruik is, wordt nu gebruikt als bezoekerscentrum en expositieruimte.

Ze stoppen op het dorpsplein, wat eigenlijk niks meer is dan het enige kruispunt in het dorp met een iets bredere stoep. Hij stapt uit. Het is laat en stil, zelfs de straatlantaarns zijn uit, maar de volle maan schijnt zo fel dat alles goed te zien is. Hij glimlacht en voelt zich meteen iets rustiger, het is precies zoals hij het zich herinnert. De secretaris helpt zijn vrouw uit de auto, ze kan nauwelijks rechtop staan en het is niet duidelijk of ze doorheeft wat er gebeurt.

Hoeveel pillen heeft dat kreng inmiddels gehad? vraagt hij zich af.

Hij wordt even verblind als de twee escortauto’s het plein oprijden. Zes bodyguards stappen uit. Hij gebaart dat ze bij de auto kunnen blijven staan, dan loopt hij met stevige passen naar het schoolgebouw. Het ruikt er naar gemaaid gras, de viooltjes bloeien alsof hun leven er vanaf hangt en de deur is rood.

Hij staat stil.

Achter hem stopt de secretaris met schuifelen, maar zijn vrouw loopt – strompelt – verder. Dwars door het bloembed het grasveld op. Daar valt ze neer, gierend van het lachen.

‘Oh de zoete pijn van nostalgie,’ roept ze. ‘laat je verleden los en het vliegt weg als een ballon die kleiner en kleiner wordt tot je hem niet meer kan zien en nooit meer terug zal krijgen, maar houd te lang vast en hij loopt langzaam leeg, tot er niks meer van over is.’ Ze lacht zo hard dat er vast iemand van wakker wordt.

Hij draait zich om naar de secretaris. ‘Dat… dat heeft ze vast ergens gelezen, uwe Grootheid,’ mompelt die. ‘Ze meent het niet.’

Hij negeert de man en wijst naar de deur. ‘Victor wat is dit?’

Zijn secretaris schrikt. ‘Uwe Grootheid, ik geloof…’

‘JE GELOOFT WAT, VICTOR? ZEG HET DAN, GODVERDOMME.’

De secretaris maakt een klein piepgeluid, maar verder komt er geen woord uit zijn keel.

Hij pakt de man bij zijn kraag. ‘Deze deur was groen.’ Hij wijst nog een keer. ‘De kleur van de coniferenheg. Dat weet ik omdat ik – IK – me dat herinner. En ik was hier toen die deur nog groen was, niet die trien die mij vandaag voor schut heeft gezet, niet die zogenaamde historici die mijn jeugd hier aan het vernietigen zijn, maar IK. In elk verhaal dat ik over mijn jeugd vertel is die deur groen. Elk verhaal. Dus. Waarom. Is. Hij. Nu. Rood?’

De secretaris produceert een piep die ergens klinkt als ‘ik weet het niet uwe…’ Hij duwt de man weg. Zo hard dat die struikelt en bijna in een bloembed valt. Dan loopt hij met grote passen terug naar de straat en richting zijn ouderlijk huis. Zijn vrouw is gestopt met lachen, maar als de secretaris haar probeert op te tillen begint ze weer te giechelen.

Zijn ouders waren het soort mensen die een keer een bank kochten en daar dan hun hele leven mee deden, dus ziet het huis er nog precies hetzelfde uit als toen hij er nog woonde. Nu is het huis van zijn ouders is het enige huis in het dorp dat niet bewoond is. Toen zijn ouders overleden werd het opengesteld voor bezoekers. Een paar jaar geleden zijn de gordijnen vervangen omdat ze verbleekt waren in de zon. De stof is exact nagemaakt met precies dezelfde materialen en kleuren. Naast het huis staat zoals altijd de perenboom.

Peren, geen appels. Flarden van herinneringen komen naar boven drijven, maar het kan niet kloppen. Dit is zijn jeugd, zijn eigen jeugd. Als hij het zich niet eens meer kan herinneren, wat is er dan nog van over?

Hij denkt aan alle keren dat hij zijn zoon vertelde over het appelsap dat zijn moeder van hun eigen appels maakte. Hij kon het bijna proeven als hij erover sprak.

Misschien is dit allemaal een grap. Iemand heeft de boom vervangen om hem dom te laten lijken. Maar op het informatiebordje in het gras staat een foto van een jongere versie van hemzelf naast een jongere versie van de boom. Of is dat ook deel van de grap? Van het complot? Is dit hoe de Ondergrondse hem de macht willen ontnemen, door hem gek te laten lijken?

‘Natuurlijk niet,’ zegt zijn moeder. ‘Denk je echt dat het iemand uitmaakt welke kleur die deur heeft behalve jij?’

Hij draait zich om, maar ziet alleen de secretaris en zijn vrouw die naast de man op de grond zit. Achter hen, op de straat, ziet hij dat zijn bodyguards een groep nieuwsgierige dorpsbewoners in pyjama op afstand houden.

‘Ga weg,’ roept hij. ‘Rot op, of ik laat jullie allemaal opsluiten.’

Ze lopen weg, maar hij weet dat ze vanuit hun huizen zullen blijven kijken. Hij voelt hun ogen branden. Ondankbare bedelaars. Weten ze dan niet wat hij allemaal voor hen gedaan heeft? Hij hijgt van woede, zijn knieën beven zo hevig dat hij nauwelijks rechtop kan staan. Hij ziet dat de secretaris zijn vrouw probeert op te tillen zodat ze weg kunnen gaan. De man ziet lijkbleek, zelfs in dit maanlicht. Lafaard. Hij zal hen straks wel ontslaan, of misschien gooit hij hem wel in de gevangenis.

Maar nu niet. Zijn hart klopt veel te hard en hij moet even zitten. Niet hier waar iedereen hem kan zien. Binnen. Het is immers zijn oude huis. Hij loopt naar de voordeur, maar die zit op slot. Hij heeft iets zwaars nodig. Een bloempot. Hij gooit de pot door het raampje naast de deur. De glasscherven glinsteren in het maanlicht. Hij steekt zijn arm door het gat en opent de deur van binnenuit, strompelt naar binnen en gooit de deur achter zich dicht. Hij verliest zijn evenwicht en valt op het tapijt. Overal liggen glasscherven. Zijn hand bloedt. Hij klimt de trap op en voelt alle keren dat hij deze klim in het verleden gemaakt heeft. Negeert de dingen die niet kloppen. De gang is niet met hem meegegroeid, maar hij vindt de juiste deur snel, sluit hem achter zich en haalt diep adem. Eindelijk voelt hij geen ogen meer op hem gericht. Alleen. Met de laatste kracht die hij in zich heeft kruipt hij naar zijn oude bed. Het is veel te klein, en harder dan ooit maar hij is te moe om daar iets van te denken.

Hij kijkt zijn oude kinderkamer rond, naar alles wat klopt en wat niet. De rust van niet gezien worden maakt plaats voor iets anders. Een leegte en druk tegelijkertijd. Alsof hij water gedronken heeft tot hij dacht uit elkaar te knappen, maar zijn mond nog steeds droger is dan karton. Hij merkt ineens dat zijn wangen nat zijn van de tranen en zijn adem luid en bevend. Zo valt hij in slaap. Het laatste wat hij ziet voor zijn ogen dichtvallen is een lege ballon op de vloer, in het midden van de kamer.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Tonke Dragt, Evelyn Waugh, Nescio, W.F.Hermans, Nina Polak, Anna Woltz

Wat kijk ik?

Blade Runner, The Great Beauty, The Grand Budapest Hotel, Fantastic Mr Fox, Apocalypse Now, alles van Edgar Wright en studio Ghibli en het meeste van Denis Villeneuve.

Quote

Alles wat ik zie bestaat zo ontzettend - Onbekend