Nieuwste onderwerp

Honden

Volgens het rooster was het vandaag Cecile’s beurt om voor haar moeder te zorgen, zo had ze het afgesproken met haar zussen. Dus reed ze in haar Renault van Laren naar Haarlem. Binnenkort zou het wel voorbij zijn, dacht ze, 87 is een mooie leeftijd.

‘Ach, mevrouw Daelman,’ zei Marieke toen Cecile de deur naar haar moeders appartement opende. ‘Goed dat u er bent. Ik was net van plan te vertrekken.’ Marieke was de thuishulp die twee keer in de week even het huis schoon kwam maken.
‘Heeft ze ontbeten?’ vroeg Cecile.
‘Weet ik niet. Als ik me daar ook nog mee bezig moet houden heb ik geen tijd meer om schoon te maken,’ klaagde ze. ‘En nu moet ik echt weg, over tien minuten moet ik alweer op het volgende adres zijn.’ Cecile keek hoe Marieke al haar spullen in een tas van de Lidl propte en op haar Crocs de deur uit liep.
Met lichte tegenzin ging ze de slaapkamer van haar moeder binnen.
‘Cecile,’ zei de oude vrouw, ‘wat fijn dat je er eindelijk bent. Ik kan het loze gepraat van die vrouw niet aan.’
‘Dag mama,’ zei ze en gaf een kus op het rimpelige voorhoofd van haar moeder.
‘Dag lieverd.’
Ze was verrassend helder nu, merkte Cecile op, maar dat kon ieder moment omslaan.
‘Heb je al ontbeten?’ vroeg ze haar moeder.
‘Nee.’
‘Wat wil je hebben?’
‘Soep, daar heb ik zin in.’
‘Soep is geen ontbijt.’
‘Doe dan maar yoghurt, met een klein beetje aardbeienjam. Niet meer dan één lepel,’ zei ze terwijl ze haar dreigende wijsvinger in de lucht zwaaide.

Ze liet yoghurt uit het pak in de kom stromen. Ze moest wat eten. Toen ze in de auto met Nienke belde, gaf zij toe dat moeder gisteren nauwelijks had gegeten. Dus ze schonk flink wat yoghurt in de kom en deed er twee lepels jam in, dat zou ze niet merken.
‘Zo, alsjeblieft.’ Ze gaf haar moeder de kom yoghurt.
Met trillende handen hield ze hem vast. Haar armen waren nog dunner dan de laatste keer dat ze haar zag, Cecile kon nu duidelijk de donkerblauwe bloedbanen door haar arm zien lopen, alsof het een rivierendelta was die uitmondde in haar pols. Toen ze met haar linkerhand een lepel yoghurt naar haar mond probeerde te brengen, kon Cecile het niet langer aanzien.
‘Geef mij maar.’ Ze pakte de kom vast. Moeder keek haar vragend aan.
‘Oh Cecile, hoelang ben jij hier al?’
Ze zit in de schemering, dacht Cecile, en begon haar moeder yoghurt te voeren.
‘Ik had laatst zó iets raars,’ zei ze tussen twee hapjes door.
‘Nou?’ Cecile hield de lepel stil.
‘Laatst werd ik wakker uit mijn slaap, en toen zaten er drie honden aan mijn voeteneind.’
‘Honden?’
‘Ja, zwarte honden, met gele ogen, alle drie met hun tong uit hun bek. Kijk, zo.’ Ze stak haar tong honds uit haar mond.
‘Oh, en wat deed je toen?’
‘Nou ik schopte zo,’ ze deed het voor met haar voet, ‘en zei: “ga weg, fort!,” maar ze reageerden niet. Ze bleven me maar aanstaren.’
‘Was je bang?’
‘Nee, ik ging maar gewoon weer slapen. Toen ik wakker werd waren ze weg.’

Moeder lag te slapen en Cecile zat op een stoel naast haar bed een boekje te lezen, toen de stilte werd verstoord door een luid gekletter. Cecile keek gelijk naar moeder, ze sliep door het geluid heen. Wat maakte dit kabaal?
De bedpan natuurlijk. Moeder liet nu al enige weken gewoon alles lopen. Ze vloekte fluisterend, die was natuurlijk sinds gisteravond niet meer geleegd. Voorzichtig droeg ze de bedpan naar het toilet om de inhoud daar in de porseleinen pot te legen.
Toen ze in de keuken warm water in de bedpan liet lopen, hoorde ze haar moeder roepen. Ze snelde naar haar moeders slaapkamer.
‘Ze zitten er weer, kijk dan daar,’ zei ze en wees naar het voeteneind waar niets te zien viel.
‘De honden?’
‘Ja, kijk dan.’
‘Laat mij maar.’ Ze opende de deur naar het balkon, en begon de honden te commanderen. ‘Kom jongens, kom kom.’ Met haar voeten maakte ze bewegingen richting de deur en deed deze vervolgens dicht. ‘Zo, zijn ze nu weg?’
‘Ja,’ antwoordde haar moeder, ‘maar nu zitten ze vast op het balkon, wie gaat ze weer vrijlaten?’
‘Vraag dat morgen maar aan Iris.’

Toen ze die avond thuis kwam had Philip gekookt; biefstuk, aardappeltjes en doperwten.
‘Hoe was ze?’ vroeg hij.
‘Ze ziet honden die er niet zijn.’
‘Hallucineert ze?’ vroeg hij terwijl hij een sappige biefstuk op haar bord legde.
‘Ze zit in de schemering.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Maxim Gorki, Jack Kerouac, Joost de Vries, Marguerite Duras

Wat luister ik?

David Bowie.

Wat kijk ik?

House of Cards

Quote

“Sweatpants are a sign of defeat. You lost control of your life so you bought some sweatpants.” -Karl Lagerfeld