Nieuwste onderwerp

Big 4

Op een dag viel het Biggetje opeens op hoe klein de wereld was geworden. De muren waren lager, het hok was kleiner en zelfs moeder was gekrompen. Het was niet zomaar in een nacht gebeurt. Het was zo langzaam aan het gebeuren, zo langzaam dat je het niet merkte als je erbij stil stond. Biggetje dacht er lang over na en toen schoot het hem te binnen; het was niet de wereld die kromp, het eten dat hij at was deel van hem geworden. Babette had dus gelijk.

Maar Biggetje kon nog zo goed begrijpen waarom het hok steeds kleiner werd, dat loste het probleem niet op. Het was voor de varkentjes opeens een helse onderneming om even te gaan eten, want alle varkentjes pasten niet meer tegelijkertijd bij de voederbak.

Een dik varken, dat zijn hele leven niets anders heeft gekend dan honger en de voederbak om die honger te stillen, kan niet zomaar op zijn beurt wachten. Een dik varken dat altijd eten heeft gehad wanneer het dat wilde wacht niet tot er een ander varken klaar is en weggaat, nee, het dringt zichzelf er gewoon tussen. En als er niemand aan de kant ging dan bijt hij in de staarten van andere varkens, want dat doet zoveel pijn dat ze wel aan de kant moeten gaan.

Biggetje vond het vreselijk dat eten – naar zijn idee een symbool voor liefde en het samenzijn – zo iets ruws geworden was. Hij begon nog minder te eten, omdat hij als enige wel op zijn beurt wachtte. Vaak wachtte hij in de avond tot de andere varkens sliepen, en dan at hij de laatste restjes uit de voederbak.

Toen de varkens nog groter waren verspreidde het machogedrag zich over het hele hok. Nergens was plek en overal wilde varkens dat je aan de kant ging – het was om wild van te worden! Nooit was je veilig want zelfs als je sliep kon er zomaar een sadistisch varken je zomaar heel hard in je staart te bijten. Op een nacht schrok Biggetje wakker van precies dat en hij kon daarna het andere varkentje alleen maar vragend aankijken. Waarom moest dat varkentje hem pijn doen? Waarom geweld? Maar Biggetje kon het hem niet vragen, want de bijter had al weer ruzie met een ander varkentje. Als ik nog veel langer in dit gedrang moet leven, dacht Biggetje, dan wordt ik gek.

Toen de varkens een maand of vier waren werden tijdens een nacht alle varkens weggehaald. Alle varkens behalve Moeder en Biggetjes, die laatste werd na een uitzonderlijk goede nachtrust wakker en vroeg hij zich toen af waar de andere varkens heen waren.

‘Ergens anders,’ zei Moeder, maar ze wist ook niet waar.

‘En Moeder, waarom hebben ze mij niet meegenomen?’ Wilde Biggetje weten.

‘Jongen,’ Moeder zuchtte, ‘hoe moet ik dat weten? Maar als ik moest gokken zou ik zeggen dat je nog niet dik genoeg bent.’

Nadat Biggetje een aantal dagen als laatste varkentje was overgebleven, ontstond bij hem het idee dat het niet lang meer zou duren voordat ook hij werd weggehaald. Dat maakte hem een beetje nerveus. Er wachtte een heel nieuw leven op hem, ergens in een ander hok en hij had zoveel vragen over hoe dat allemaal zou zijn. Maar hij wist dat hij er niets over kon weten, en dus dat eindeloos nadenken over die vragen geen zin had. Daarom dacht Biggetje over andere dingen na. Zo rustig en eenzaam als het toen in het hok was deden hem meer filosoferen dan anders.

Zo kwam het dat Biggetje in de laatste dagen die hij met haar deelde nog een goede vraag Moeder verzon. Die vraag luidde: ‘Moeder, waarom heeft u mij gemaakt?’

En Moeder antwoordde heel eerlijk: ‘Daar heb ik zelf niet over beslist, dat hebben de mensen voor mij gedaan.’

‘Goh…’ Zei Biggetje, een verbaasd door het antwoord. ‘Dus u weet niet waarom er varkens bestaan?’

Toen moest Moeder lachen, maar het was geen vrolijke lach. ‘Nou Biggetje,’ zei ze toen ze uitgehoond was, ‘weten doe ik natuurlijk niet. Het is niet aan varkens om ooit iets te zeker weten. Maar ik kan je wel zeggen wat ik denk: ik denk dat varkens bestaan om te worden gegeten door mensen. Daarom zijn we zo dik. Daarom worden we vetgemest. Straks ga je naar een ander hok en daar ga je nog meer eten, totdat de mensen vinden dat je groot genoeg bent. Dan nemen ze je mee en maken ze eten van je.’

Biggetje schrok ontzettend van die woorden. ‘Denkt u dat echt?’ Vroeg hij.

‘Dat denk ik echt,’ zei Moeder.

Maar Biggetje geloofde zijn Moeder niet. Het was in zijn ogen onmogelijk dat de mensen, die zo goed en zo briljant waren, zo iets wreeds zouden doen als een dier op de wereld zetten alleen om het er kort daarna weer van af te halen.

Daarom was Biggetje ook niet bang toen de dag kwam dat hij zijn hok moest verlaten. Hij had er wel zin in, hij wachtte al zo lang. Hij had zin om nieuwe plekken te ontdekken. Er kwam een mens, en Biggetje kwam braaf klaar staan om meegenomen te worden.

‘Vaarwel moeder, bedankt voor alles! Ik zal u missen!’ Riep hij zijn moeder na, en daarna zag hij haar nooit meer terug.

De mens tilde Biggetje op en nam hem mee. Het was het grootste avontuur dat Biggetje tot dan toe in zijn leven had meegemaakt. Alles was wonderbaarlijk, voor het eerst zag Biggetje de randen van de stal en zelf daar voorbij. Kennelijk was de wereld nóg groter.

De mens bracht hem naar verlichte witte kamer gebracht en daar in het midden werd hij op een ijzeren tafel gezet. Er kwamen twee mensen om hem te knuffelen, ze hielden hem heel stevig vast.

En toen opeens; pijn! Alsof het allergrootste varken ooit heel hard in zijn staart beet. Pijn, als door een vlijmscherpe tand diep in zijn huid sneed, vlak boven zijn billen. Biggetje begon te brullen, en probeerde weg te komen maar de mensen hielden hem stevig vast. Net zo plotseling als het begon was het klaar, en lieten de twee mensen hem los. Een schrijnend gevoel boven zijn billen bleef. Biggetje draaide zich om en daar stond nog een mens, helemaal in het wit, met rode vlekken. In zijn ene hand had hij een angstaanjagend metalen voorwerp en in de andere een klein roze krulstaartje. Biggetje probeerde zijn staart te bewegen maar hij voelde niets. Hij probeerde hem te zien boven zijn billen maar hij zag niets. Zijn staart was weg. Dit was zo onwerkelijk, Biggetje wist niet meer hoe hij zich moest voelen. Hij viel flauw en werd pas veel later weer wakker.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Fitzgerald tot Faberyayo, en nooit genoeg

Wat vind ik?

Ik vind dat het eigenlijk allemaal wel goed gaat.

Wat luister ik?

Kendrick Lamar, Lil' Kleine en Kanye West

Wat kijk ik?

House of Cards, Game of Thrones en Rick & Morty

Wat denk ik?

Dat er niet zoiets is als teveel denken, alleen de verkeerde kant op denken.

Wat schreef ik?

Dat de mens zijn eigen grootste vijand is.