Nieuwste onderwerp

Vindhek

Er staat een man met zijn hand aan het vindhek in het park.

Het vindhek is felgroen, zoals dat lelijke groene potlood in je potlodendoos op de basisschool. Die kleur groen waar je noodgedwongen gras mee inkleurde maar die er altijd uit bleef zien als een type gras van een andere planeet. Al helemaal tussen de kale winterbomen hier in het park is het groen misplaatst.

Aan het hek hangen kleine metalen wasknijpertjes.

Er hangt een donkerblauw pumaschoentje aan zo’n knijpertje. Hij is nog zo licht en klein dat ie heen en weer beweegt in de wind. Zo klein nog dat je weet dat het gedragen werd omdat mama het zo schattig vond, niet omdat het nodig was.

Er hangt een handschoen met rood-oranje-gele streepjes. Zo’n anonieme hema-handschoen waarvan iedereen er in zijn leven een heleboel kwijtraakt.

En er hangt een man met zijn hand aan het vindhek. Een man met een blindenstok en een leeg hondentuigje. Hij draagt een zonnebril, ook al schemert het. Ik zie dat zijn lippen bewegen. Iedereen rijdt voorbij.

Ik heb geen excuus meer om te vinden dat ik hard door moet fietsen. Mijn dag zit er op, mijn afspraken zijn voorbij. Ik stap naast hem van mijn fiets.
‘Dag meneer,’ zeg ik.
‘Heeft u Tristan gezien?’ zegt hij.
‘Welke Tristan bedoelt u?’ zeg ik.
Op de middelbare school had ik een klasgenootje dat Tristan heette. Hij had schouderlang witblond haar dat hij drie keer per jaar liet knippen in Amsterdam. Aangezien onze school zich in het oosten van het land bevond, maakte dat hem tot een extreme rockster. Daarnaast speelde hij zo goed piano dat hij al vanaf de eerste klas met jazzformaties optrad. Ik hoorde mensen zeggen dat hij naar het conservatorium zou kunnen. In mijn hoofd ging je daar naartoe als je de volgende Louis Armstrong was. Mijn twaalfjarige zelf stierf van bewondering voor Tristan, en was opeens totaal vergeten hoe woorden werkten als hij me aansprak. Ik kreeg dan traanogen en mijn stem klonk alsof iemand een tang op mijn stembanden had gezet. Het schijnt dat hij de dag na ons laatste eindexamen is gaan samenwonen met zijn kapper in Amsterdam.

De man kijkt me sprakeloos aan. Althans, dat stel ik me voor. Ik kan zijn ogen niet zien. En ik ben er vrij zeker van dat zijn ogen mij niet zien.
‘De enige echte,’ zegt hij, ‘De blonde.’
‘Hoe lang?’ vraag ik.
‘Wat?’ zegt hij.
‘Dat haar?’ zeg ik.
‘Halflang,’ zegt de man.
‘Ik ken er zo eentje,’ zeg ik, ‘maar die past niet in uw tuigje.’
‘He verdomme,’ zegt de man, ‘Ik sta hier al minstens een uur en hij heeft me nog steeds niet gevonden.’
De man staat midden onder het bordje VINDHEK.
‘Meneer,’ zeg ik met een zachte stem, ‘ik vrees dat uw Tristan niet kan lezen. U kunt waarschijnlijk niet zo goed bij iedere willekeurige boom gaan staan. Of naar huis lopen. Misschien is hij daar.’
De man zucht treurig. ‘Ik wist dat Tristan op een dag zou gaan,’ zegt hij, ‘Hij had een veel te vrije geest.’
‘Tristans hebben daar een handje van,’ zeg ik.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)