Nieuwste onderwerp

Stenen

Mijn ouders verhuizen weg uit het huis waar ik ben opgegroeid. Sinds vandaag hebben ze de sleutels officieel in hun bezit.

Mijn vader neemt me mee om het nieuwe huis te bekijken. Zijn ogen staan helderder blauw dan ik ze in lange tijd heb gezien.

De oprit is groot genoeg voor vier auto’s. Mijn vader zet de motor uit. We zeggen allebei niks en kijken voor ons uit, om ons heen. Het nieuwe domein van mijn ouders. Een plek zonder kinderkamers en speelgoed van ons. De plek voor misschien wel kleinkinderkamers en speelgoed van hen.

Mijn pa trekt de achterbak open. Er liggen twee brokken steen in, zo groot als mijn hoofd. Hij pakt ze voorzichtig op. Gebaart naar mij dat ik de achterklep dicht moet gooien.
‘Wat zijn dat?’ vraag ik.
‘De stenen,’ zegt mijn vader.
‘Wat voor stenen?’ vraag ik.
‘Uit de Alpen,’ zegt mijn vader. Hij loopt naar het tuinhek. Veel van ons familiebezit is uit de Alpen afkomstig. Ik kan me zelfs voorstellen dat ik of mijn broer er is gemaakt. Zowel mijn vader als zijn vader gingen er hun hele leven op vakantie. Mijn opa fotografeerde er een stuk of achtduizend bloemen, en een stuk of duizend keer zijn vrouw voor een berguitzicht. Zijn huis lag vol met mooie fossielen en vuurstenen uit de Alpen. Mijn vader en zijn vader kwamen jaar na jaar terug voor het ongerepte van de natuur.
Ik weet zeker dat mijn moeder niet weet van de stenen achter in de auto. Mijn ouders hebben een verhuisbedrijf gehuurd. Juist zodat ze zelf geen spullen hoeven te verhuizen, om mijn vaders rug en sterke armen te sparen. Ze zijn al lang geen twintig meer.
‘Waarom moeten die nu?’ roep ik hem na.
Mijn pa reageert niet. Hij duwt het tuinhek met zijn elleboog open, en verdwijnt.

De tuin is gigantisch. De tuinmeubelen die in het oude huis het volledige terras opslokten zijn hier poppenmeubeltjes. De oude houtopslag die onze volledige garagewand besloeg lijkt hier een rustiek kerstversieringkje.

Mijn pa loopt dwars over het enorme grasveld, naar een boomstronk die op borsthoogte is afgezaagd.
Voor de stronk blijft hij stilstaan. In iedere hand houdt hij een steenbrok. Hij kijkt schattend van de één naar de ander.
‘Ik weet niet meer welke Marja is,’ zegt hij, ‘Mijn pa had er twee meegenomen uit de bergen. Eentje was Marja en eentje was ik.’
‘Die ene heeft een witte streep er overheen lopen,’ zeg ik, om maar iets te zeggen. Mijn vader praat bijna nooit over zijn zusje.
Hij wrijft met zijn duim over de witte streep. Dan legt hij die steenbrok bovenop de afgehakte boomstronk. De andere legt hij tegen de stam aan.
‘Dan beslis ik nu dat die bovenop Marja is,’ zegt hij. Hij bijt op zijn lip. Kijkt naar de wolken.
Ik sla een arm om hem heen. Ik ruik de vadergeuren: verf, houtzaagsel, mufheid uit de garage.
‘Ze ligt daar mooi,’ zeg ik.
Mijn vader grinnikt. ‘Lies, het is een steen.’
‘En toch,’ zeg ik.
‘Hm hm,’ zegt hij.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)