Nieuwste onderwerp

Rondvlinderen

Het meisje met de rode haren zit weer eens bij me aan de bar. Ik wrijf glazen droog. Als je in de horeca werkt komt er geen einde aan de glazen die je droog kunt wrijven.
Zij stampt met een rietje gaatjes in de komkommer op de bodem van haar glas gin tonic. Als je haar bent komt er geen einde aan de drankjes die je drinkt aan een bar, terwijl je praat met mensen die je maar half kent. Als je haar bent wacht iedereen om je heen ademloos af om door jou aangekeken te worden.

Het is lang geleden dat ze hier bij mij aan de bar zat. Ik ben op reis geweest deze zomer. Ik heb geen idee wat zij heeft gedaan. Over dat soort dingen praten wij niet. Wij praten over de meest recente zaken. De man die ons liet zitten vanavond. De droom waar we net uit wakker zijn geworden. De klant die over zijn gesprekspartner heen kotste aan het begin van de middag.

Ze is verrassend stil. Als je het meisje met de rode haren bent, heb je altijd wel iets te vertellen. Want dan nemen mannen je mee op dates in kleine bootjes door de grachten. Dan beland je opeens in Vietnam met je dertig jaar oudere vlam. Dan krijg je een verrassingsvakantie naar Fuertaventura voor je verjaardag van je tante, met een vlucht die over anderhalf uur vertrekt.

Maar vanavond kijkt ze naar de komkommer in haar glas.

‘Ik werd vannacht wakker bij een boom in een woonstraat,’ zegt ze, ‘Ik had een onderbroek aan en één sok.’
Ik doe mijn best om niet te lachen. Ze klinkt getraumatiseerd.
‘Wat betekent dat?’ vraagt ze.
‘Dat je beter op je kleren moet passen,’ zeg ik, ‘Hoe kwam je daar?’
Ze haalt haar schouders op. ‘Ik was op een feestje.’
‘In die straat?’
Ze schudt van nee. ‘Dus toen ben ik maar gaan lopen. Net zo lang tot ik iets herkende.’
‘Hoe lang duurde dat?’
‘Een uurtje ofzo. En toen nog een uur naar mijn huis.’
Dit soort dingen overkomen haar niet. Normaal gesproken raakt ze in dit soort verhalen opgepikt door een vlotte student waarbij ze voorop zijn bakfiets mag. Of fixt ze een gratis taxi. Of belandt ze op een pillenfeest in een leegstaand pand en valt alles daardoor toch nog op z’n plek. Ze is veranderd deze zomer.
‘Ik geloof dat ik er klaar mee ben,’ zegt ze, ‘Al dat rondgevlinder. Ik heb tweehonderd halve kennissen, maar wat de fuck moet ik daar mee? Ik had geen idee wie ik moest bellen vannacht.’
‘Je mag mij altijd bellen,’ zeg ik.
Ze kijkt me aan. Haar ogen zijn waterig. ‘Je kent mijn naam niet eens,’ zegt ze.
‘Ik ben Marlies,’ zeg ik, veeg mijn hand af aan mijn schort, steek hem naar haar uit.
‘Loulou,’ zegt ze. Ze pakt mijn hand vast.
We kijken elkaar aan. Haar ogen zijn helderbruin. Ik vind het moeilijk om te begrijpen dat mooie mensen met zo veel geluk zich soms ook slecht voelen.
‘Mag ik naast je komen zitten?’ zeg ik, ‘Anders is het net alsof ik alleen maar met je praat omdat je hier aan de bar zit.’
‘Dat lijkt me fijn,’ zegt ze.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)