Nieuwste onderwerp

Keil

Ik heb sinds kort een internationaal huisgenootje. Hij heet Benjamin, BJ voor vrienden, en hij is zo Brits als koningin Elizabeth. We spreken elkaar niet vaak. De taalbarrière zorgt ervoor dat hij zich niet mengt in onze gesprekken over van alles en niks als we in de woonkamer zitten. Daar is geen kwade bedoeling bij. Het loopt gewoon zo.

Maar vandaag had ik hem in een hoekje gedreven. Hij doet een schouderhoge stapel afwas die vandaag schoon moet omdat hij anders een boete krijgt van onze huisoudste. Ik sta een tosti te bakken in ons bejaarde en slaktrage tosti-ijzer.

‘Do you speak any Dutch, BJ?’ vraag ik.
‘Natuurlijk praat ik Nederlands,’ zegt hij, ‘Hoe denk je dat ik overleef?’
Ik kan hem alleen maar aanstaren. Het is vrijwel accentloos. Met name de harde g schuurt zoals ik hem zelden hoor schuren. Hoe vaak heb ik over hem gepraat in de veronderstelling dat hij me toch niet kon verstaan? Over zijn enorme bicepsen en zijn oogverblindend oranje schoenen. Over de diepe bas van zijn hiphop die de vloer van de gang doet vibreren. Over dat die peuken in de wasbak vast van hem zijn. Over dat de drol in het vuilnisbakje in de badkamer vast door zijn vrienden gedraaid is. En ik voel me een racist met een bord voor mijn kop.
‘Ik spreek het niet veel goed,’ zegt hij.
‘Heel goed,’ zeg ik, ‘Jawel man.’ Ik ben vastberaden om al mijn vooroordelen goed te maken. Het valt me nu pas op dat hij absurd vriendelijke ogen heeft. Je kunt er niet niet naar kijken. Alsof er overal op zijn lichaam pijltjes staan die naar zijn ogen wijzen.
‘Ik ken de basisemoties,’ zegt hij, ‘Maar dat is het.’
‘Welke ken je?’ vraag ik.
‘Ik ben boos,’ zegt hij, ‘Ik ben skeer.’
Ik grinnik. ‘Nice,’ zeg ik, ‘En welke nog meer?’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Dat was het.’
Ach, heel veel meer heb je ook niet nodig als student. Ik ben boos en ik ben blut, en verder vind ik alles wel prima. ‘Ik ben geil ken je vast ook wel?’ zeg ik.
‘Keil?’ zegt hij, ‘What does that mean?’
‘Horny,’ zeg ik.
‘O shit,’ zegt hij, ‘Dus als ik dan in de club ben, zeg ik tegen een meisje: ik ben keil?’
‘Ja,’ zeg ik, ‘Wel een kleine kans dat ze je op je bek slaat.’
‘Op mijn bek?’
‘Anders gaan we een keer samen uit. Dan neem je mij mee als expatcoach. Dan vertaal ik alles.’
‘Doen ze dan niet op mijn bek?’ zegt hij.
‘Dan kan ik je waarschuwen,’ zeg ik, ‘En als ze je op je bek willen pakken dan draai ik me om.’
‘I didn’t onderstand one bit of that, but awesome,’ zegt BJ.
We high fiven elkaar, en ik denk: kut. Mijn eerste minuten als integratiecoach, en ik leer mijn pupil het woord geil. Dit gaat nu al mis.
‘Keil,’ zegt BJ.
Kut, denk ik. ‘Geil,’ zeg ik.

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)