Nieuwste onderwerp

Zuipwolk

Het zweet druipt van de muren. Ik durf niet te kijken hoe een mengeling van het neergedropen zweet, gemorste drank en lichaamssappen mijn splinternieuwe sneakers bezoedelt.

Ik had meer moeten drinken. Dan waren al deze waarneming zo traag tot mijn mistige brein doorgedrongen dat het magisch en hilarisch was geweest. Dan hadden de druppels op de muren kristallen geleken en de vlekken op mijn suède schoenen als een probleem waar ik morgen absoluut een oplossing voor zou vinden. Nu kan ik vooral mijn dansvibe die past bij zelfmoordtechno niet vinden en voelen zelfs de vrienden om me heen vreemd.

Ik vraag me af of iedereens dronken wereld dezelfde regels en dezelfde moraal heeft. Of het een soort denkbeeldige wolk is waarop één voor één iedereen binnendruppelt die een bepaalde graad van beschonkenheid bereikt. Of al hun breinen nu in die wolk boven mijn hoofd allerlei verbindingen aan het leggen zijn met de wildvreemden om zich heen op die wolk. Of het daardoor komt dat alle dronken mensen opeens elkaars beste vrienden denken te zijn.

Mijn vrienden om me heen bevinden zich met elkaar in een wereld waar het grappig is om van je ex een appje te krijgen met de tekst ik wil je nu nemen. Een wereld waarin je niet doorhebt dat je gezoend wordt door iemand anders dan je vriendje tot het moment dat je de vreemde tong in je mond niet meer kunt ont-tongzoenen. Een wereld waarin poeder op vingertopjes in elkaars wangzakken wordt gestopt en dat normaal is. Een wereld waarin een beker bier wordt leeggegoten boven de kraag van een willekeurige jongen die naast je staat, om een minuut later vragend naar je lege beker te staren. Een wereld waarin je je bril met glazen van min vijf uitleent aan die jongen in het bananenpak, die daarna met de bril op zijn neus weg danst naar nieuwe horizonten. Een wereld waarin je je dat pas realiseert als je onderweg naar huis tegen een auto aanfietst omdat je alles niet alleen dubbel maar ook onscherp ziet. Een wereld waarin iedereen alles lijkt te mogen. Ik bevind me niet in die wereld.

Misschien dat het niet had geholpen om meer te drinken. Misschien dat ik dit zelfs dronken allemaal niet oké zou vinden.

Een jongen komt op me af en kijkt nadrukkelijk naar mijn borsten. Hij doet niet eens zijn best om het te verstoppen.
‘Hoi,’ roep ik boven de muziek uit, ‘Die zijn van mij.’
‘Nee hoor!’ schreeuwt hij, en wijst op de sticker die iemand vanavond in het voorbijgaan op mijn shirt plakte. ‘This is ours.’
‘Waarom staar je zo?’ vraag ik.
‘Mijn vriendin heeft er geen,’ zegt hij, ‘Borsten bedoel ik. Dus soms moet ik even.’
Zijn ogen gaan van de linker naar de rechter en weer terug. ‘Ja,’ zegt hij, ‘Dat was weer even genoeg. Dankjewel.’ Hij zigzagt weg tussen de deinende massa.
Ja, dit was inderdaad weer even genoeg, denk ik. Ik loop naar de uitgang.

Voor de deur staat de jongen in bananenpak te roken. Ik pluk de opgeklapte bril van de rand van zijn V-hals.
‘He!’ roept hij, ‘Die is van mij!’
‘Wat moeten bananen nou met een bril?’ zeg ik.
Hij kijkt me even aan. Dan haalt hij zijn schouders op. ‘Weet je wat, ik vind het allemaal helemaal mooi.’
‘Ik niet,’ zeg ik, ‘Ik vind het om te janken.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)