Nieuwste onderwerp

Olympiakermis

Amsterdam heeft van die wijken waar mannen uit eten gaan in witte overhemden. Vanavond fiets ik er doorheen. Ik wil graag naar een kermis. Eigenlijk heb ik een hekel aan kermissen. Ze ademen een bepaalde opgevoerde scooter en het hele jaar door oliebollen eten marginaliteit waar ik me heel onveilig tussen voel.

Maar ik heb mijn kast al drie keer in- en weer uitgeruimd de afgelopen weken. Ik heb kilo’s chocolade gegeten. Ik heb twee seizoenen nou-nog-één-aflevering-dan gekeken. Ik heb mijn koelkast schoongemaakt. Ik heb zelfs mijn raamkozijn afgestoft. En nog steeds krijg ik mezelf niet aan het werk. Dus ik heb bedacht dat ik volledig weg moet van alles wat ik als normaal beschouw, om me wakker te laten schudden.

Dwars door de zee van witte overhemden en grote woorden, ga ik rechtstreeks naar de knipperende lichtjes van de kermis.  Met iedere trap op mijn pedalen ben ik verder weg van mijn kamer met muren vol post-its met ideeën waar ik nog eens wat mee moet, maar telkens maar niks mee kan.

Mijn telefoon zegt dat ik op het Olympiaplein ben. De locatie van de kermis. Maar ik zie tennissende en hockeyende mensen tussen dure, hoge omheiningen. Er schijnen gigantisch grote, felle lampen op het veld. Het lijkt wel een zonnebank. Hoe heb ik ooit kunnen geloven dat het hier te doen zou zijn.

Ik trek mijn oortjes uit mijn oren. Waar je ’s nachts de schlagers hoort, is er kermis. Maar het is doodstil op het Olympiaplein. Ik hoor ballen tegen de bespannning van tennisrackets knallen. Ik hoor sticks tikken tegen hockeyballen. Ik hoor hoe de hele wijk zwijgt. Zelfs de auto’s toeteren niet.

Ik sta met mijn fiets nog tussen mijn benen in de deuropening van de piepkleine snackbar Harrie Ahmid.
‘Hallo Harrie Ahmid,’ zeg ik tegen de jongen achter de balie.
‘Ik ben niet Harrie, ik ben Ahmid,’ zegt hij.
‘Hoi Ahmid,’ zeg ik, ‘Ik hoorde dat er hier een kermis was.’
‘Meisje,’ zegt hij, ‘Jij bent tien jaar te laat. Mensen rijden hier nu op splinternieuwe nep-vintage vespa’s.’
‘Dus?’ zeg ik.
‘Niemand hier zit te wachten op een kermis.’
‘Maar ik wel,’ zeg ik.
‘Je kunt altijd friet eten. Die yuppen kosten je niks en ze doen ook rare dingen. Als je nog een uurtje wacht komen de eersten dronken naar huis gewaggeld.’
‘Doe maar een oorlog dan,’ zeg ik.
Ahmid knikt.

Ik ben op het bankje voor Harrie Ahmid gaan zitten. Het is zo’n ouderwets bankje, met mooie gekrulde ijzeren pootjes.
‘Een vredige oorlog voor mevrouw,’ zegt Ahmid. Hij geeft me het bakje friet en komt naast me zitten. ‘Geef ze nog een kwartiertje,’ zegt hij, ‘En dan krijg je je kermis.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)