Nieuwste onderwerp

Orkaan

‘Katrina,’ zegt ze, ‘Zoals de orkaan.’
Ik ontmoet Katrina in een nachttrein naar Belgrado. Al vanaf haar tweede woord weet ik precies waar ze voor staat: de wereld dient te werken volgens het plan van Katrina. Precies om die reden vind ik haar vrijwel meteen vrij vervelend.
Haar ogen zijn donker en stralen een beangstigende vurigheid uit. Ze komt uit New York en heeft een Servische familie. Een geslacht van messenslijpers en kogelpoetsers, zegt ze.
‘Marlies,’ zeg ik.
‘Maurice?’ zegt ze.
‘Nee, Marlies Dekkers Marlies.’
‘Wie is Marlies Dekkers?’ vraagt ze.
‘Van die bh’s met die bandjes die boven de rand van je shirt over je borst heen lopen?’
Ze kijkt me verbaasd aan. ‘Waarom zou je dat willen?’
Ik schud mijn hoofd. ‘Maurice is prima.’
Ze blijft me verwachtingsvol aankijken. Ik zoek wanhopig naar wapenfeiten over mijn eigen voorouders. Maar dat waren boeren en binnenschippers. Oer Hollands en een beetje Joods. Maar dat Joods is van zoveel generaties terug dat het eigenlijk nergens op slaat om daar wat over te zeggen. ‘Mijn moeder geeft Frans,’ zeg ik dan maar.
Katrina kijkt me sprakeloos aan. ‘Ik spreek niet eens fatsoenlijk Engels.’
Ik voel hoe ze nu verwacht dat ik ga zeggen hoe goed en prachtig haar Amerikaanse Engels wel niet is. En precies daarom blijf ik haar glimlachend aankijken en zeg ik niks. Katrina kan niet altijd winnen.  Als ze merkt dat ik niks meer ga zeggen, wendt ze haar blik overdreven nonchalant van me af en kijkt uit het raam.

We stoppen op een station dat geheel willekeurig geplaatst lijkt. Er zijn geen gebouwen of mensen te bekennen. Er staat alleen een oude man in een vormeloze, vlekkerige blouse met een pet van de spoorwegen op. In zijn hand houdt hij een rood vlaggetje. Misschien stoppen we alleen maar vanwege hem. Misschien stoppen we alleen maar zodat hij nog het gevoel heeft dat zijn woonplaats aanloop heeft. Dat er binnenkort vast iemand wel weer zijn aardappels komt kopen.
Ik zie Katrina naar hem kijken. ‘Mannen…’ verzucht ze.
‘Hm?’ zeg ik. Ik ben nauwelijks benieuwd wat voor Seks and the city clichés ze gaat oplepelen.
‘Ze hebben het zo fucking makkelijk,’ zegt ze, ‘En dan falen ze alsnog. Wij moeten baren en ongesteld worden. Tampons en maandverband kopen. Wij moeten al ons lichaamshaar in toom houden. Iedere dag. We worden geacht bh’s te dragen en er leuk uit te zien. We mogen onze tepels niet laten zien. We moeten onze schaamlippen wegstoppen. We mogen geen boeren laten. En kijk hem daar nou. Hij hoeft zo weinig te doen als man en hij faalt nog steeds.’
‘Ik denk dat hij best wel veel te doen heeft,’ zeg ik, ‘Een boerderij is best wel veel-…’
‘Dat bedoel ik helemaal niet. Ik bedoel aan zijn man-zijn. Mannen hebben maar vier taken. Hun kleren laten matchen, hun tanden poetsen, lekker ruiken, en zich scheren. En dat scheren hoeft niet eens meer tegenwoordig. En kijk hem nou.’
De man met de vlekkerige blouse steekt zijn pink in zijn oor, draait hem rond en trekt hem er weer uit. Hij bestudeert zijn vingertopje.
‘Misschien ruikt hij wel lekker,’ zeg ik. Ik ben me plotseling heel bewust van hoe onfris ik zelf moet ruiken na acht uren treinen.
Katrina zucht verveeld en zakt wat onderuit op haar stoel. ‘Mag ik je haar aanraken?’ vraagt ze opeens. Ze kijkt me aan met haar donkere vogelogen.
Ik knik verbaasd. Dat heeft nog nooit iemand aan me gevraagd. Al helemaal niet op een moment dat ik me zo onfris voelde als nu.
Ze zet haar hand in de krullen aan de zijkant van mijn hoofd en knijpt er in. Ze slaakt een vergenoegde zucht. ‘Ik heb altijd zulk haar willen hebben. Wat doe je er in?’ vraagt ze.
‘Niks,’ zeg ik, ‘’s Ochtends een beetje water.’
‘Dat kán niet,’ zegt ze, ‘Niemand heeft van zichzelf zulk haar.’
Ik haal mijn schouder op. ‘En toch is het zo.’
De trein komt schokkerig in beweging. De man met de rode vlag zwaait naar de trein. Naar het lege perron waar deze langs rijdt. Naar mij. En naar de Amerikaanse orkaan naast me. Naar alle verveelde, rijke twintigers in de trein die op weg zijn naar de volgende stad om zo dronken te worden dat ze de volgende ochtend de nacht moeten reconstrueren. Die vooral zo snel mogelijk weg willen van de enige woonplaats op de wereld die hij ooit zal kennen.
Ik sta op en trek het raam open. De wind wordt naar binnen gezogen en slaat me in mijn gezicht.
‘Wat doe je?’ roept Katrina.
Ik steek mijn arm uit het raam. De wind beweegt mijn vel. Ik zwaai naar de man met de vlekkerige blouse. Hij glimlacht. Met zijn rimpelige lippen drukt hij een kus op zijn hand en werpt hem me toe.
‘Wat dóé je?’ roept Katrina nog een keer, ‘Moet dit?’
‘Ja!’ roep ik. Ik laat de wind mijn haar door de war gooien en mijn huid oprimpelen. Ik blijf zwaaien naar de man met de rode vlag. En hij blijft terugzwaaien.

« terug naar blog

One response to “Orkaan”

  1. Gina Miroula

    De man met de vlekkerige blouse [...] bestudeert zijn vingertopje.
    Vind ik heel erg mooi :)

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)