Nieuwste onderwerp

Lieven

We fietsen door de hoofdstad van Vlaanderen.

Ik, het meisje met de oranje jas. Een fietskrat met boodschappen en één opengescheurde zak chips waar ik zo nu en dan een handje uit grabbel. Hij, een jongen met een on-Vlaamse hoeveelheid krullen. Ik heb hem nog nooit eerder gezien. Maar al sinds het fietsenrek bij de supermarkt spelen we een spel. We achtervolgen elkaar door de stad. Dan haal ik hem weer in als hij op gang komt bij een stoplicht. Dan weer zigzagt hij me voorbij in de winkelstraat.

In het voorbijgaan kijken we elkaar zijdelings aan. Eerst steels. Inmiddels zijn we een paar kilometer verder en glimlachen we naar elkaar.

Als ik voor het een na laatste stoplicht op weg naar huis rem, komt hij opeens vlak naast me staan met zijn fiets. Het is voor het eerst dat we fysiek zo dicht bij elkaar zijn. Hij kijkt me recht in mijn ogen aan.
‘Daag,’ zegt hij.
‘Dag,’ zeg ik. Want in België zeg je gedag als je elkaar begroet en ik wil niet door de mand vallen. Niet nu al.
‘Zijt gij het, Lieven?’ zegt hij.
Ik kijk hem verbaasd aan. ‘Nee?’
Ik zie hem schrikken. Het lijkt alsof hij gaat huilen. ‘Ik dacht echt dat gij het waart,’ zegt hij.
‘Nee,’ zeg ik, ‘Sorry. Wie is Lieven?’
‘Allez, ge zijt ook nog een Hollandse?’
‘Sorry…?’ zeg ik.
‘Lieven was mijn lief op mijn lagere school,’ zegt hij, ‘Ze woont al tien jaar in Colombia. Allez, dat is het laatste dat ik weet. Ik heb haar al lang niet meer gesproken. Ik dacht werkelijk dat gij het waart…’
Ik weet niet waar ik nu nog meer sorry voor moet zeggen. Ik wacht eigenlijk op het moment waarop hij sorry gaat zeggen. Zodat ik me iets minder een nieuw stuk speelgoed voel dat na tien minuten al in een hoek wordt gegooid omdat er iets interessanters voorbij komt. Maar hij kijkt alleen maar heel verdrietig naar mijn gezicht. Alsof ik misschien toch in Lieven ga veranderen als hij het maar lang genoeg blijft hopen. Maar zo werkt de wereld gelukkig niet.
‘Misschien moet je haar een brief schrijven,’ zeg ik, ‘En zeggen dat je dacht haar te zien. En dat je je daardoor realiseert hoe graag je haar nog eens zou zien.’
Hij knikt me vastberaden toe. ‘Ja. Awel ja. Ik ga dat doen.’
Ik knik terug.
‘Mag ik u omhelzen?’
Ik krijg de kans nog niet om te zeggen dat ik hem niet ken. Dat ik hem nu niet meer hoef te leren kennen omdat het hem nooit om mij te doen is geweest. Dat ik al een groen stoplicht weer op rood heb laten springen, alleen maar omdat hij iemand in mij dacht te herkennen die hij al tien jaar niet meer gezien heeft. Maar ik krijg geen kans om dit allemaal te zeggen, want hij trekt me al tegen zijn borstkas aan.
‘Ge ruikt precies gelijk Lieven… Zot.’
Ik duw hem weg. ‘Da’s Dove. Dat verkopen ze gewoon bij het Kruidvat.’
‘Wablief?’ zegt hij.
‘Niks,’ zeg ik, ‘Het stoplicht is groen. Doe die Lieven maar de groetjes van mij.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)