Nieuwste onderwerp

Splitsen (2/2)

Magnus staat op en kijkt door de voorruit van de bus. ‘O my god, they are moving.’
Een paar meter voor ons verlaat auto na auto de file en draait een smalle zijweg in. Magnus drukt zijn voorhoofd tegen het raam en schermt het af met zijn handen.
‘He’s queuing up for the check-out!’ roept hij.
Jason duwt zijn hoofd ook tegen het raam. ‘There’s like, three people in front of him though.’
De bus begint te rijden. Sneller dat dat-ie het afgelopen halfuur gedaan heeft. De jongens duwen hun hoofden nog dichter tegen de ruit. De supermarkt verdwijnt uit ons zicht. We kachelen verder met een te voet onoverbrugbare vijftig kilometer per uur.
‘Shit, we’re losing him,’ zegt Magnus.
‘What’s he gonna do? We’re in the middle of nowhere and this is like, the last bus,’ zegt Jason met zijn lippen tegen het raam, ‘Oh my god, this is so on me.’
‘I kind of agree,’ zeg ik, ‘Sorry man.’
Verslagen laten we ons in onze stoelen vallen. ‘I made us lose Jesus,’ zegt Jason met betraande ogen. ‘This is so off… God must be punishing me for my racism against my own race.’
Op dat moment horen we een luide bonk achter in de bus. We draaien ons alle drie om. Dwars door het gangpad heen ligt Jezus plat op zijn buik in de bus. Hij hijgt alsof hij net een halve marathon gelopen heeft. Gezien onze snelheid is dat waarschijnlijk ook ongeveer het geval.
‘This can’t be possible,’ zegt Jason, ‘You earned your name, brother, you earned your name.’
Steunend op drie tweeliterflessen bier duwt Jezus zichzelf moeizaam overeind. Magnus en Jason rennen op hem af.
‘Let me take this,’ zegt Magnus, en pakt de flessen over.
Jason begint hem met zijn beide handen lucht toe te wapperen, en blaast op Jezus’ bezweette gezicht. ‘I would carry you man, but I wouldn’t dare touching you with my unworthy hands.’
Jezus laat zich op de stoel tegenover me vallen. Jason gaat naast hem zitten en blijft wapperen. Magnus draait een fles bier open en geeft hem aan de stille Amerikaan.
‘How?’ vraag ik Jezus.
Hij kijkt op me neer met de meest stralende ogen. Haalt zijn schouders op. ‘I ran.’
Hij stopt zijn hand in zijn zak en haalt er een glazen flesje uit. ‘You don’t drink beer, right? I figured I couldn’t go wrong with  a merlot.’
Ik pak de rode wijn aan. Hij knikt me intens gelukkig toe.
De Deen draait ook de andere twee flessen wijn open. Hij geeft de ene aan Jason, die met zijn vrije hand lucht richting Jezus blijft wapperen.
‘Cheers,’ zegt Magnus, en steekt zijn bierfles ter grote van een baby in de lucht, ‘To miracles.’

« terug naar blog

Reageer

Wat lees ik?

Augusten Burroughs, Dimitri Verhulst, Jan Wolkers, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsvoorschriften

Wat vind ik?

Een dobbelsteen in de blubber naast de tramrails. Een paraplu in mijn fietskrat. Een puntenslijper met twee ingangen naast mijn voordeur. Een baboesjkapoppetje in mijn brievenbus.

Wat kijk ik?

Man and chicken, Mary and Max, Harvie Krumpet, Catch me if you can, Chicken run, The never-ending story

Wat schreef ik?

Weekend Warriors (korte film, 2015). Watergames (korte film, 2015), Onderbeds (korte film, 2016). Takhil (korte film, 2016), Ministerie van Relatielegetimatie (Korte film, 2016), Anita's roedel (korte documentaire, 2018)

Quote

“Ik blijf mijn hele leven bij jou wonen.” Hij glimlachte. “Dat denk je nu.” “Dat blijf ik altijd denken.” “Ooit wil je hier weg. Dan wordt dit eiland te klein voor jou.” “Niet, het blijft hier altijd even groot.” “Maar jij niet.” “Dan begin ik een eigen eiland. Daar.” Ik wees met mijn want richting de plek waar het ijs overging in slobberende golven. “Als ik elke dag op dezelfde plek een kei gooi, dan komt daar vanzelf een eiland.” (Uit Birk, door Jaap Robben)